Nieuwe Wielerkoorts

Wielerkoorts over verlanglijstjes, wensen en dromen…

Over mijn jeugd kan ik me nog een hoop dingen herinneren. Van die typische Van der Ster acties die een verhaal op zich kunnen zijn. Grensverleggend, experimenterend met mijn fysieke en mentale krachten en ook zwakheden. Als kind had ik al zo mijn verlanglijstjes. Kunnen vliegen, ninja zijn…

Als ik terugdenk aan de mooiste kado’s die ik als kind daadwerkelijk gehad heb (behalve de liefde van mijn ouders, maar dat achtte ik als kind heel normaal), komt gelijk mijn 1e crossfiets op mijn zevende verjaardag naar boven. Een stoere blauw, witte BMX met gele sterwielen. Grappig dat je pas op je 36e inziet dat er in mijn leven veel signalen zijn geweest die een andere koers aangaven. De column van de vorige keer, weliswaar weggezet als 1 april grap, bevatte natuurlijk een dubbele bodem. Ik waan me graag in het land van de dromers. Een professioneel wielerbestaan staat nog steeds hoog op mijn verlanglijstje. Pas als ik dood ben stop ik met dromen, of blijf ik juist in mijn droom, wie weet..

Wat ik me ook nog goed herinner, is dat ik gelijk op mijn zevende verjaardag mijn crossfiets op het garagepleintje uittestte en dat ik vervolgens even later jankend naar binnen kwam. Niet om de schaafwonden aan mijn knieën, handen en ellebogen, die pijn interesseerde me toen al niet…nee, omdat mijn nieuwe fiets beschadigd was! Ja, ook als 7 jarige bleek de nadrukkelijke wens van het bestijgen van werelds mooiste vervoersmiddel enkel mogelijk door mezelf deels op te offeren.

Nu vele jaren later en wat valpartijtjes tussendoor, wil ik na vanavond meer dan ooit mijn wielerdroom waarmaken. Mijn enorme bewijs- en prestatiedrang zijn bijna niet meer door mezelf te temperen. Ik hoop dan ook dat de mensen van Infostrada Sports Group de ballen hebben om me binnenkort te benaderen voor het project dat ik vorige week beschreef (heb je een ingang als lezer, breng mijn columns gerust onder de aandacht ). Ik zal gvdm over drie jaar en een beetje niet alleen in Parijs op de Champs Elysées mijn Michael Jackson act doen, ik zal verdomme ook voor de volgende Nederlandse overwinning op de Alpe d’huez zorgen!! Mijn moraal is op dit moment zo groot (als mijn ego), dat ik die berg op het buitenblad na ruim 200 km. nog omhoog dender.

Waar komt die moraal vandaan? Zo’n negen maanden geleden nog geluk gehad dat enkel mijn knie aan gort lag, maar de vooruitzichten voor het fanatiek wedstrijdfietsen waren volgens de medische experts niet rooskleurig. Sterker nog, na een tijdje op krukken te hebben gelopen en met een bracelet om, liep ik op den duur niet alleen als een invalide, ik voelde me ook invalide. Nu precies drie maanden na mijn eerste fysiobezoek kan ik gevoelsmatig de hele wereld aan.

Bij mijn eerste fysio bezoek op 10 januari, een klein maandje na het verwijderen van een stukje meniscus, had ik de volgende beenomtrek:

– Linkerbeen bij 10cm vanaf knie, 48.5cm

– Linkerbeen bij 15 cm vanaf knie, 52 cm.

– Rechterbeen bij 10cm vanaf knie 43 cm (5,5 cm minder van omtrek, terwijl rechts normaliter mijn sterkere been was..)

– Rechterbeen bij 15 cm vanaf knie = 48,5 cm.

In alles merkte ik een aanzienlijk krachtverschil tussen mijn goede en mindere been. Om de speling van mijn afgescheurde achterste kruisband tegen te gaan, hebben Leon van der Linden (mijn fysio) en ik vele stabiliteitsoefeningen gedaan en geprobeerd. In het kader van mijn revalidatie mocht ik ook weer voorzichtig de fiets erbij gaan pakken.

Voorzichtig betekende voor mij dat ik de laatste 10 km. van de Madeleine omhoog heb gereden. Dat was de eerste keer dat ik weer op een racefiets zat sinds het ongeluk van 29 juni. Bij mijn tweede afspraak reed ik de Alpe d’huez in 1.04 omhoog. Compleet naar de klote en overal spierpijn en een afgedraaid zitvlak, maar ik was wel boven gekomen. En die knie was er ook nog bij.

Nadat ik de koers met mijn zoontje Devi bij de zaterdagcompetitie bij DRC de Mol op 16 februari letterlijk opgesnoven had, kriebelde het zo bij me dat ik die zondag de stoute wielerschoenen aantrok, mijn racebolide van het stof bevrijdde en de bandjes met 8 bar vulden. Nog geen driehonderd meter verder stond ik al plat. De lijm van de binnenband was bij het ventiel losgelaten…Blijkbaar is je fiets 7,5 maand in de garagestallen niet bevorderlijk voor je materiaal.

Eventjes op mijn wielerschoenen terug naar huis gelopen en voor mijn doen heel vlug een bandje verwisselt. Ik wilde me niet gelijk door de eerste de beste tegenvaller uit het veld laten slaan. Het weer was ook al niet al te best (koud), dus nu ik nog moraal tot over mijn oren had, moest ik het asfalt over zoeven met mijn racefiets. Na eventjes met een toerclub rondgedraaid te hebben, stond ik 68 km. later en na 2 uur en 18 minuten weer hijgend, maar voldaan voor de garagedeur. Dit voelde goed!

Een week later stond ik in de kleedkamer van De Mol zelf te twijfelen tussen lange mouwen, windstopper, mouwstukken, dikke handschoenen etc. Na drie fietspogingen, was dit de vierde keer dat ik de beugels beet ging pakken, een trainingswedstrijdje bij de A-groep tussen allerlei wedstrijdrenners die aan het voorportaal stonden van hun koersseizoen. Dat heb ik ook geweten, want na een paar rondes lag ik eraf. Die molshoop in het parcours bleek ook niet geweldig voor mijn knie en na een klein uurtje en twee keer gedubbeld te zijn door het peloton, hield ik het voor gezien.

Ik had alleen de koerssmaak, de smaak van bloed, het afzien, het slijm in je gezicht, geproefd. En, zoals het onmogelijk is om slechts 1 MM’s te eten, of 1 chipje, zo is het voor mij onmogelijk om na dat gevoel niet opzoek te gaan naar wederom hetzelfde gevoel.

Een week later, tijdens het openingsweekend van de Elite z.c. in Nederland, kreeg ik die smaak weer te pakken. Doordat het nivo vanwege het ontbreken van vele kleppers een stukje lager lag dan die week ervoor, wist ik de gehele 90 minuten uit te rijden en me zelfs nog een paar keer aan kop van de groep te vinden. De wielerkoorts was daarmee definitief terug bij me!

Dat ik vervolgens een week lang niet heb kunnen lopen en mijn pees van mijn knie overbelast was, nam ik maar voor lief. Op advies van mijn fysio wel even tijd genomen om te herstellen. Die tijd was tot 16 maart waar mijn volgende fietsavontuur klaarblijkelijk zijn aanvang ging doen. Met Cycloteam.com hadden we die avond namelijk een baanclinic ingeland en ik wilde wel even kijken of mijn knie het daar wel zal houden. Dit bleek wonderbaarlijk goed te gaan mede dankzij de tape die om mijn knie zat.

Op 30 maart vond mijn volgende fietsbelevenis plaats. Ook weer met tape. Dit keer zat Saint Tropez al in mijn achterhoofd en zodoende vond ik de Selle Ronde wel een mooie test. Over de pak en beet 55 km. was ik op de Elite 2 uur en 20 minuten bezig. Tijdens het staand beklimmen kreeg ik weer last van mijn knie. Ik had dit keer echter geen tape om gedaan.

Met deze voorbereiding (toch wel zo’n 10 uur in negen maanden) pakte ik op donderdag 4 april mijn fiets uit de garage om mee te nemen naar onze Cycloteam.com busreis richting Saint Tropez. Ik had mezelf namelijk voorgenomen dat ik de 175 km. van de Granfondo ging uitrijden. En als ik dat dan eenmaal in mijn hoofd heb, en dit ook realiseerbaar is, moet dat doel ook gehaald worden.

Op vrijdag, na een hele comfortabele en rustige busreis, ben ik met een groepje deelnemers een lekker rondje gaan maken richting Ramatuelle. Uiteraard na eerst even op het terras te hebben gezeten aan de haven van Saint Tropez. Als we er toch zijn, is het maatschappelijk toch wel zo verantwoord dat we de lokale economie even sponsoren….bijvoorbeeld door voor een warme chocomel slechts 7 euro af te rekenen.

De 42 km. die ik bij de mooie viersterren camping op de teller had staan, voelde aan als herboren. Ik zat weer buiten in de mooie natuur, bezien vanuit het glooiende landschap op mijn titaniumraspaardje en dat beviel verschrikkelijk goed. De door Leon op donderdag geteste nieuwe tapetechniek voelde nog beter aan dan die ik daarvoor gebruikte. Ondanks of mede door de hoeveelheid wijn (en bijbehorende hoeveelheid grappige verhalen) die ik op de vrijdagavond binnen kreeg, wist ik ook op de zaterdag ruim zestig kilometer af te leggen. Dit keer met de tape iets strakker om de knie heen. Mentaal was ik klaar voor de ultieme uitdaging zo in april, mijn eerste cyclo na de TransAlp van vorig jaar.

Bij de inschrijving heb ik geen seconde getwijfeld tussen de afstand 136 of 175. Voor mij was er maar één afstand. Die had ik thuis al in mijn bed succesvol afgelegd. Nu hoefde ik alleen nog maar de switch te maken van het mentaal rijden naar het fysiek uitvoeren.

Voor mijn begrip lag ik er die zaterdagavond vroeg in. Het was voor twaalven dat ik mijn spullen allemaal klaar had gelegd. Naast een hoeveelheid gelletjes en repen, ook voor de zekerheid maar een lading paracetamolletjes gepakt. Tijdens de elite klassiekers die ik reed, was ik steevast een gebruiker geworden van deze vorm van milde pijnbestrijding, dit om niet zozeer de pijn te voorkomen, maar meer omdat ik het gevoel had dat ik daardoor ook geen krampen zal krijgen.

Nadat het bij het ontbijt om zes uur nog lichtjes miezerde, wist de zon al bij de start om 8.00 uur mijn gezicht te bereiken en was dit in het startvak al reden genoeg om beenstukken en windstoppertje mee te geven aan onze begeleider Arno Cretier, die zich dit weekend met zijn scooter meer dan verdienstelijk heeft gemaakt.

Net voor de start proef ik toch enige zenuwen in mijn lichaam. Normaliter legde ik mezelf nog wel wat druk op bij de start van een cyclo en moest ik toch op zijn minst in het begin in de kopgroep gezeten hebben van mezelf. Die wens heb ik nu op dit moment niet. Dat is een wens voor later, eerst maar eens kijken waar het schip vandaag gaat stranden, denk ik nog bij de start. In tegenstelling tot voor mijn blessure kijk ik nu de kat uit de boom. Ik handhaaf me bij de start aan de staart van het grote peloton en maak ook geen aanstalten om op te schuiven. Bij de eerste klimmetjes (Rammatuelle, Collebasse) zie ik dat de deur al openstaat en nu we richting de Canadel rijden, merk ik dat ik fysiek redelijk aan mijn limiet zit. Valt op zich nog niet tegen, aangezien de groep niet meer dan zo’n 70 man zal zijn, schat ik in. Op de Col du Babaou zit ik nog redelijk voorin (eerste vijftig). De groep met kleppers die voor de overwinning rijden is dan al vertrokken en liggen aan de voet van de Notre Dame des Anges zo’n tien minuten voor op me. Mijn rug en nek verlangen op dat moment al enorm naar een lekkere massage. De bevoorrading van ons team door Danique, Ton, Marijke en Geertine was een mooie reden om eventjes te stoppen en een paar minuutjes op adem te komen. Voor zo’n eerste keer had ik door dat het rijden op enige reserve toch wel nodig was voor het slagen van mijn missie. Na ook van mijn armstukken verlost te zijn, klim ik op redelijk gemak (al kost dat ook moeite op die ktberg) in mijn eigen tempo naar boven. De groep van Daan was net na mijn stop al aan de voet langsgekomen en richting de top van de klim kom ik ook Cycloteam renner Harrie Vranken nog tegen. Ik probeer even aan te pikken, maar realiseer me dat het nog een lange dag voor me gaat worden.

Bovenop neem ik even de tijd om mijn bidon met water te vullen. De zoete smaak van dorstlesser s en gelletjes begint me een beetje te irriteren. Water doet dan wonderen voor me. Ik overbrug het tussenliggende stuk richting La Garde Freinet met een groepje van een man of tien, maar omdat de noodzaak voor een sanitaire stop zo groot aan het worden is, besluit ik om na deze col bij de bevoorrading van ons team wederom een stop in te lassen. In het resterende schitterende deel van de cyclo door het natuurreservaat word ik opgepikt door een groepje wielertoeristen waarvan de gemiddelde leeftijd weliswaar richting de 60 gaat, maar fietsen kunnen deze heren zeker nog. Ik voel mezelf met de kilometer steeds meer leeglopen en begin ruim 30 kilometer voor het einde al met aftellen. Uiteindelijk rol ik 6 uur na mijn start over de finishlijn. Met terugrit naar de camping en in fietsen richting de start, staat er die zondag 190 km. op mijn teller. Toch niet gek denk ik gezien de 10 uur die ik in 9 maanden op de fiets heb doorgebracht voordat ik richting Saint Tropez vertrok.

Na ’s avonds wederom behoorlijk goed op de camping gegeten te hebben, verloopt ook de terugreis met Juijn weer voortreffelijk en zijn we aan het begin van de middag alweer terug in Rossum. De gehele busreis heb ik de tape om mijn knie gehouden en ook geen last meer gehad. Ik ben wel kapot, dat merk ik wel als ik ’s avonds met de kinderen op ons bed lig en Geertine een boekje aan het voorlezen is. Alle energie is er even uit. Om 20.00 uur lig ik al in een comaslaap.

Op woensdagavond heb ik een afspraak met mijn fysio en ook hij is zowel verbaasd als blij met het feit dat ik zonder problemen de rit heb uitgefietst. Omdat we precies drie maanden bezig zijn, nemen we ook even de omtrek van mijn benen op. De uitkomst:

– Linkerbeen bij 10cm vanaf knie, 48cm (vrijwel gelijk)

– Linkerbeen bij 15 cm vanaf knie, 53 cm (1 cm gegroeid).

– Rechterbeen bij 10cm vanaf knie 46,5 cm (3,5 cm gegroeid).

– Rechterbeen bij 15 cm vanaf knie = 50 cm (1,5 cm gegroeid).

Mooie resultaten. Naast de stabiliteitstrainingen ga ik nu ook weer krachttrainingen inplannen. Verder moraal genoeg om te trainen als een prof…..Nu alleen de tijd en de middelen nog. Wie helpt er mijn dromen uit te komen en schut me straks de hand tijdens het aprés Tour feest in Parijs in 2016?!? 

advertenties