Wielerkoorts XL: De Ronde van Luik (driedaagse)

De aanloop naar de Ronde

Het  weekend van 25/26 mei was een eerste serieuze testcase voor mijn fysieke kunnen, met name gericht op de knie. Op zaterdag 25 mei was ik gestart in de Amateurklassieker, de Omloop van de Hoekse Waard.  Met enkel op 5 mei de Ronde van Rijswijk op het clubparcours als wedstrijdhardheid in de benen en slechts een handjevol clubtrainingskilometers bij de Mol in de voorgaande maanden, kon ik vandaag nog niet veel verwachten. Ik kon wel wat verwachten, namelijk dat ik bij de eerste beste tempoversnellingen naar adem zal moeten happen en dat de benen op springen zullen staan.

Na een half uur het leed niet meer te kunnen overzien, moest ik noodgedwongen de koers verlaten. Ik kwam in het derde groepje terecht en kon de tempoversnellingen en het op de kant rijden niet langer verteren. Eén positieve ervaring nam ik wel mee, ik had vrijwel geen last van de knie ondervonden.

Na afloop van deze koers gelijk in de auto naar de Ardennen voor een volgende testcase. De Granfondo Eddy Merckx op zondag 26 mei. Een gezellig weekendje met enkele Cycloteam nieuwkomers in Durbuy. Ook hier geen ambities. Uitrijden bleek al te veel gevraagd. Vanuit het derde startvak nog wel teruggekomen tot de tweede groep, maar conditioneel bleek ik niet bestemd tegen de gruwelijkheid van de Ardennen in tijden dat de benen weigeren dienst te doen. Het was ook een regenachtige en koude rit, waardoor ik na zo’n 100 kilometer afzien bibberend langs te kant stond, geen gevoel meer in de handen had en ploegleider Frank die me gelukkig nog kon oppikken, voordat ik mijn helletocht richting de muur van Huy trachtte voort te zetten.

De les  van dit weekend zo eind mei: de knop in het hoofd kon weer worden omgezet. Zodra het enigszins rustiger werd op het werk, kon ik me weer gaan klaarmaken voor een nieuw wedstrijdseizoen.

De drukte op het werk en de onzekerheid aldaar over mijn toekomst, bleef tot half juli (de vakantie begon toen, de onzekerheid blijft nog een paar maanden gezien de komende tweede reorganisatie op mijn werk) aanhouden. Gevolg was dat er maar weinig van trainen terecht kwam. Weinig betekent bij mij concreet:

  • Week 22: 2 uur (= enkel op de gewone fiets naar het werk)
  • Week 23: niet gefietst
  • Week 24: 2,25 uur (1 * Sella Ronde op de elite)
  • Week 25: 3 uur (alle binnen)
  • Week 26: 4,5 (waarvan 3,5 uur woon-werkverkeer op de normale fiets, 1 uur elite)

Vanaf week 27 begon de vakantie een beetje in zicht te komen. Ik had me ook voorgenomen om vanaf 1 juli de draad wat betreft het fietsen weer op te pakken nu de colleges voorbij waren. Wat is er dan mooier dan mee te gaan met je fietsmaten naar de Ardennen voor een lekker trainingsweekendje! En zo zat ik op 6 juli met een delegatie Cycloteamers in de prachtige omgeving van de Durbuy genietend op de fiets. Heerlijk om jezelf op elk klimmetje weer af te matten en al spelenderwijs een beetje met je fietsmaten door de natuur te trekken. Met volop zon en bijna dertig graden werd de mooie zomer dat weekend ook aangekondigd.

Op de zaterdag zo’n 155 kilometer afgelegd, waarvan er ook nog een stukje finale rijden in het vat bleek te zitten. Verbazingwekkend kon ik de afstand, maar ook het tempo waarin werd gereden, gemakkelijk aan. Blijkbaar ben ik op mijn 36e (nu inmiddels zelf 37) nog in staat om behoorlijke afstanden af te leggen zonder enige noemenswaardige trainingsarbeid.  Ook in april had ik mezelf verbaasd toen ik met nog geen 15 uur trainingen over de voorgaande 8 maanden in staat bleek om ruim 190 kilometer te fietsen bij de granfondo Saint Tropez, met overigens ook nog een gemiddelde van boven de 30.  Het prachtige van zo’n trainingsweekend is dat je niet alleen maar op de fiets zit, maar dat gezelligheid voor, tijdens en na de trainingen centraal staat. Een trainingskampje met Cycloteam geeft voor mij altijd een vakantiegevoel. Lekker genieten, slap ouwehoeren (met in enige regelmaat vaak een serieuze dialoog eraan vast gekoppeld), relaxen en toch sportief bezig zijn.

Na dit weekend heb ik me gelijk ingeschreven voor de Criq. Ik dacht er toen al helemaal klaar voor te zijn. Enkel nog een beetje bij trainen en ik zal weer redelijk voorin mee kunnen rijden….Tja, dat was de wens der gedachten.

De maandag na het trainingsweekend, 8 juli, gelijk met de fiets naar mijn werk. Ondanks dat het een ‘gewone’ gazelle fiets is, waarbij ik mijn rugzak met schoolspullen in het kinderzitje achterop stop, rijd ik met gemiddeldes  richting de 30 km/u naar mijn werk toe over een afstand van zo’n 20 kilometer. Ik kan gelukkig douchen op school, want het zweet druipt meestal van me af zodra ik aankom. Veelal het gevolg van nog een tempoversnelling zodra ik een racefietser of mountainbiker voorbij zie komen of in de verte zie rijden en het competitiebeest in me dan wakker is geworden.

Na maandag 1,75 uur woon-werkverkeer meegepakt te hebben, ben ik dinsdag op de fiets naar de avondcompetitie van de Mol gegaan. Uiteindelijk een mooie training van zo’n 4 uur, waarbij er ook nog zo’n 70 wedstrijdkilometers in hebben gezeten. Woensdag wederom op de fiets naar school. Donderdag en vrijdag werden rustdagen en zaterdag knalde ik binnen op de elite in 51 minuten de Alpe d’huez op. Om de week goed af te sluiten nog even op de zondag een stevig duurritje van 137 kilometer met 33 gemiddeld. Sinds een jaar geleden, begint het weer een beetje op een trainingsweek te lijken. Inclusief woon-werkverkeer een week van 12,5 uur!

Dinsdag 16 juli merkte ik dat de vorm na twee weken trainen alweer een beetje aan het terugkomen is. Overdag reed ik een trainingsrondje van 93 km. met een gemiddelde van 35,2. ’s Avonds plakte ik daar nog 37 kilometer aan. Helaas kwam er die week verder niks meer van het fietsen. Op zondag ben ik wel naar de Tour du Jour toertocht op de Veluwe geweest. Lekker met een groepje doorgekacheld en uiteindelijk meer dan 35 km/u gereden over een afstand van 158 km met veel draai en keerwerk. Ook daar reed ik voor mezelf al gemakkelijk en probeerden de drie overgebleven renners van ons groepje me de laatste 20 kilometer om beurten om me eraf te rijden. Daar bleek ik toen iets te sterk voor te zijn, maar het deed wel flink pijn om telkens maar gaatjes dicht te rijden.

Van 22 juli tot en met 5 augustus verbleef ik met Geertine, Devi en Britta op een bungalowpark van Landal aan de voet van de Sallandse Heuvelrug. Werkelijk een fantastisch omgeving waar ik zeker nog eens terug wil komen. Omdat er op de bagagedrager maar twee fietsen mee kunnen (de twee kinderfietsen konden nog achterin), besloot ik om de mountainbike mee te nemen. Zo konden we ook gewoon stukjes met zijn vieren richting een dorpje afleggen. Tijdens die twee fantastische vakantieweken met het gezin, ben ik drie keer op pad geweest om wat MTB routes te rijden. Trainingen van 1,5 uur,2,5 uur en 3 uur. Op maandagochtend 29 juni werd mijn nichtje Esmee geboren. Een mooie dochter van mijn schoonzus en zwager. Geertine wilde heel graag na de bevalling van haar zusje even gaan kijken, vandaar dat we een vakantie hadden gepland binnen ongeveer 2 uur reistijd. Mijn schoonzus woont in Zuid-Beijerland, dat is nog geen 10 km. van waar wij wonen. Zo was het zelf tijdens onze vakantie te doen om even heen -en weer te reizen.

Esmee was ’s ochtends vroeg geboren en aangezien moeder pas ’s middags uit het ziekenhuis mocht, hoefden we pas in de middag van ons vakantieadres nabij Hellendoorn terug richting de Hoekse Waard. Dat bood voor mij een mooie uitdaging. Waarom zal ik niet gewoon op de mountainbike naar huis rijden en dan ’s avonds weer mee terug rijden met de auto? Een snelle blik op de routeplanner op mijn Sony Experia bleek dat de kortste route per fiets ongeveer 185 km. zal zijn. Ingecalculeerd dat ik zonder gps er toch iets langer over zal doen, vertrok ik om 8 uur richting het Zuid/Westen.

Na vijf kilometer had ik al door dat het een lange dag ging worden. Omdat de route van Hellendoorn naar Klaaswaal louter (zuid)west gaat en er een (zuid) westenwind stond, heb ik meer dan 150 kilometer met tegenwind gereden! Dat is geen pretje kan ik je verzekeren. Maar toen ik tegen vijven mijn eigen dorpje inreed, gaf me dat toch wel een voldaan gevoel. Ik had nooit eerder met de MTB een afstand van meer dan 200 km.(de route die ik vanuit Hellendoorn, door Deventer, Apeldoorn, Amersfoort, Utrecht, Rotterdam reed was verre van de kortste) overbrugd. Weer een prestatie erbij.

Dit zal eens maar nooit meer zijn, gaf ik nog aan op die maandag. Voordeel was wel dat we gelijk nog even de vaste hengel van Devi en mezelf konden halen, aangezien Devi nog graag even met zijn vader wilde vissen op vakantie en we de hengels waren vergeten mee te nemen. Die week nog een leuke vader/zoon visdag gehad, ook een toppertje!

De dag voor ons vertrek, zondag 4 augustus, informeerde ik even bij mijn jarige vrouw hoe zij het zal vinden als ik ook de vertrekdag (morgen) terug zal rijden op de MTB. De wind kwam namelijk iets meer uit het Zuiden ipv uit het Westen. Zo gezegd, zo gedaan. Maandag 5 augustus zat ik vervolgens weer om en nabij de 200 km. op de MTB om er nu veertig minuten sneller over te doen. ‘Slechts’ 8 uur en 20 minuten onderweg en 4 keer gestopt bij een benzinestation om tijdens de tropische temperaturen het broodnodige vocht aan te vullen. Er werd die dag ook aangekondigd om vooral met die warmte geen intensieve of lange trainingen te doen. Mijn fiets haalde de finish minder gemakkelijk dan ik zelf. Nabij Utrecht heb ik nog naar mijn achterwiel laten kijken. Het bleek dat de body volledig kapot was en dat verklaarde het knarsetanden en gekraak bij mijn achterwiel gedurende de honderd kilometer ervoor.

Dinsdag 6 augustus heb ik telefonisch contact met Chris. Hij zoekt nog een vervanger voor de Ronde van Luik voor komend weekend. Een driedaagse die a.s. vrijdagavond begint met een proloog. Hij had zich aangemeld, maar heeft zaterdag inmiddels andere verplichtingen waar hij niet onderuit kan en wil komen. Aangezien de hotelovernachtingen en de inschrijvingen al zijn geregeld, wil hij niet afzeggen en het omzetten naar een andere renner blijkt nog mogelijk. Ik geef aan dat ik wel belangstelling heb, maar dat ik op vrijdag zowel Devi en Britta thuis heb nu het vakantie is. En aangezien mijn schoonmoeder de kraamzorg van mijn schoonzus doet en mijn ouders twee dagen van huis zijn, heb ik ook geen oppas.

Bij navraag bij Christian Bosch blijkt dat het mogelijk is om de starttijden van de proloog zelf aan te geven. Geertine was vrijdag gelukkig bereid om eerder te gaan werken en kon dan een uurtje eerder naar huis. Zo kon ik om half vijf gelijk richting de Ronde van Luik rijden voor mijn eerste (echte) wedstrijdavontuur binnen in het peloton sinds zo’n twee jaar. Omdat ik sinds 21 juli mijn racefiets niet meer had aangeraakt, wilde ik donderdagavond nog wel eventjes de beentjes testen op het trainingsparcours van de Mol.  Ik loop alleen al 1,5 week met een kuchje en omdat ik zowel ’s ochtends, ’s avonds in bed als na inspanning flink aan het hoesten ben, besluit ik op donderdagochtend maar even langs de dokter te gaan. Het blijkt een infectie aan de bovenste luchtwegen te zijn. Het zoveelste kwaaltje dat een wielrenner kan meemaken. Mijn longen zijn gelukkig schoon, dus antibiotica is niet nodig. Ik krijg voor het eerst van mijn leven een ‘pufje’ voorgeschreven. Een Diskus met 60 eenheden van 200mg Ventolin (werkzame stof salbutamol). Ik weet dat een attest tegenwoordig niet meer nodig is, maar dat er wel een restrictie zit op de hoeveelheid mg. die in je urine mag zitten. Bij thuiskomst besluit ik eerste de WADA lijst goed door te nemen. Toegestaan is om per 24 uur maximaal 1600 mg te inhaleren. Ik houd het netjes bij 3 maals daags zoals de dokter heeft voorgeschreven.

’s Avonds bij de start bij de Mol verklaart een oud ploeggenoot me voor gek dat ik met een luchtwegeninfectie ga starten. Zeker als ik hem vertel dat ik morgen aan een driedaagse ga beginnen. Ik had beter kunnen rusten. Bij de start vlieg ik er gelijk in, blijf een paar honderd meter op de pedalen staan en de rest van het peloton zal me voor gek hebben verklaard. Na 1700 meter kon ik met nog een coureur in mijn wiel als eerst over de streep. Mijn zoontje Devi, die voor het eerst mee is om naar zijn vader te kijken, is na afloop apetrots op zijn vader. Papa zat zowel aan het begin van de koers als aan het einde van de koers voorin, vertelt hij aan zijn moeder. Hij sprintte ook nog voorin mee. Die jongen had een mooie avond, precies zoals papa dat in gedachten had. En papa, tja die moest na afloop 10 minuten lang hoesten van de inspanning en had de volgende dag zware benen…

De Ronde van Luik

Dag 1: De Proloog in Banneux (5 km)

Nooit eerder heb ik op de racefiets een proloog of een tijdrit gereden. De enige twee korte ritten met tijdswaarneming die ik gereden heb, waren op de MTB tijdens de LCMT in 2010. Zonder inrijden met de MTB de Stockeu op, leverde me toen de 7e tijd op, achter winnaar en cyclovriend Michael Ossieur. Twee dagen later werd ik derde in de langere klimtijdrit. Ik had werkelijk geen flauw idee wat me nu bij een amateurkoers te wachten stond.

Enigszins verbaasd was ik wel toen ik ’s avonds om 19.15 uur met de racefiets het parcours op reed. Ik zag renners langskomen op tijdritfietsen en diegene die dat niet hadden, waren op zijn minst uitgerust met een opzetstuurtje en een tijdrithelm. Sta ik daar aan het vertrek met mijn ‘gewone’ racefiets. En ik maar denken dat ik naar een amateurkoers ging! Langs het parcours zag ik verschillende renners op de tacx aan het inrijden. Ook bij mijn eigen ploeggenoten, die ik nu als renner voor de eerste keer dit seizoen meemaakten, stonden twee tacxen om warm te rijden. Zelf had ik net 2,5 uur in de auto gezeten en besloot maar even om het ronde van slechts vijf kilometer op de fiets te verkennen. Het bleek een mooi rondje te zijn. Na de start klein stukje valsplat, daarna hellend naar beneden, mooie ruime bocht naar rechts, alwaar het iets bergop liep en je al stoempend op de grote plaat door kon harken. Vervolgens naar rechts, bocht hoefde je niet te remmen, rechtdoor over een verkeersdrempel, kom je bij een kruising die je als een soort chicane kon nemen, zonder al te veel af te remmen. Vervolgens stukje naar beneden toe, naar links en gelijk weer rechtdoor naar rechts en dan een bijtrap afdaling naar beneden. Hier kwam je dan bij de gevaarlijkste bocht waar wat grind lag en die door de regen ook er nat bij lag. Nadat je deze bocht naar rechts had genomen, kwam je op een grote weg die een paar honderd meter met een paar % gemeen omhoog bleef doorlopen. Je draaide bijna boven naar links en met het laatste stukje valsplat klimmen bereikte je dan de finish.

Bij de eerste en enige keer inrijden, trachtte ik een gestarte renner bij te houden. Tot aan de chicane kon ik de renner op zo’n veertig/ vijftig meter afstand blijven volgen, zonder dat ik mezelf gelijk over de kop reed.  Na de chicane  kwam een busje van de organisatie naast me rijden. Hij begon een beetje in het Frans te praten tegen me en ik begreep eruit dat ik nog niet op het parcours mocht rijden. Ik heb me toen maar uit laten rijden en ben onderaan de afdaling naar links afgeslagen voor een sanitaire stop en om even een jasje aan te doen, nu de regen toch wel iets harder naar beneden kwam.

Als laatste van de 10 Cycloteamers (inclusief gastrenners) mocht ik van start gaan. De snelste tijd van ons was gezet door Timo Fransen, die als gastrenner mee was. Hij noteerde met 7.16 achteraf gezien ook gelijk de snelste tijd van het hele pak. Zelf leek mij een minuutje of acht wel haalbaar.

Na het vertrek jaagde ik de hartslag gelijk het rode in, de teller liep op naar boven de veertig en in het stukje net voor de bocht zag ik dat ik 53 km/u reed. Bocht door, naar boven knallend, staand met de handen onderin de beugel en teller niet onder 35 gezien, stoempend doortrekken. Op dat moment komt er een zwart busje langs en ik dacht dat die van de organisatie zal zijn. Het busje blijft voor me rijden, de bocht door en bij het verkeersdrempeltje zie ik zijn remlichten opdoemen en mindert hij serieus vaart. Ik tik mijn remmen eventjes aan en ga wat meer rechtop zitten. Het bus blijft vervolgens voor de chicane stilstaan en geeft eerst richting naar rechts en vervolgens net voordat ik er links langs wil gaan, doet hij richting naar links aan. Ik schreeuw, vloek, rem, maak wegwerpgebaren naar het busje en naar de verkeersregelaar daar en neem langs het stilstaande bus links de bocht om vervolgens gelijk naar rechts te gaan. Het stukje daarna naar beneden word ik vervolgens weer voorbij geracet door het busje. Ik ga naar links en zie een verkeersregelaar druk aan het zwaaien. Het busje zie ik ook daar bij de verkeersregelaar. Uit de rommelige situatie die ik waarneem met een hartslag boven de 180, probeer ik de situatie in mijn hoofd te vertalen. In een flits besluit ik dat ik linksaf moet. Ik minder wat vaart, ga links, maar voel aan de benen dat het omhoog aan het lopen is. Dat gevoel had ik niet bij het inrijden. Ik kijk de weg verder langs en zie dat het inderdaad een stuk omhoog gaat. Ik kijk achterom en zie de verkeersregelaar van een afstand gebaren maken dat ik verkeerd zit. Ik keer om, rijd langs hem, maak vergelijkbare gebaren als bij de chicane, schud mijn hoofd en denk vervolgens is het nu links of rechts naar beneden. Inmiddels sta ik vrijwel stil, kijk de man paniekerig en radeloos aan. Hij geeft aan dat ik links naar beneden moet. Ik probeer me nog op gang te trekken. Kom bij de bocht met het grind, neem de bocht op mijn dooie akkertje en kijk op mijn tellertje. 8 minuten ga ik nooit meer halen, ik vind het wel best. Op reserve rijd ik de klim naar boven, maak voor mijn ploeggenoten nog even een overwinningsgebaar en rijd teleurgesteld, in de manier van afzetting, in het busje op de parcours, maar vooral in mezelf over de manier van voorbereiding, richting de finish. Tijd niet meer belangrijk. Het bleek 8.44 te zijn. Ik hield er welgeteld nog drie achter me in de uitslag. Nou ja, gezien de voorbereiding en het verloop, was dit voor mezelf in ieder geen goede afspiegeling van waar ik nu stond en had ik nog geen flauw idee hoe de vorm momenteel zal zijn. Ik schat dat het een minuut sneller had gekund en zie dat ik dan in de uitslag netjes tussen mijn teamgenoten had gestaan. De eerste binnenkomer van mij bij de ploeg is sportief gezien geen al te beste. Morgen maar trachten recht te zetten.

De sfeer die ik bij het team aantref is zeer goed. Alles is netjes geregeld. Teamleden wachten netjes op elkaar, moedigen elkaar aan tijdens de individuele rit en geven tips aan elkaar. Uiteraard wordt er ook gelachen. Nadat we bij het hotel zijn aangekomen, staat even later de spaghetti al voor ons neus. Met een lekkere Leffe Blond gaat dat er wel in als zoete koek. Er wordt gelachen,er  komen mooie verhalen op tafel en er wordt alvast op basis van de ervaringen van voorgaande jaren vooruitgeblikt naar dag 2.

Ik deel een kamer met ploeggenoot Jasper, een sympathieke kerel voor wie de Ronde van Luik ook de eerste keer is. Beiden kijken we uit naar hetgeen de komende twee dagen te wachten staat. Ik neem er beneden aan de bar nog maar even een herstelbiertje op. Om iets over twaalf vertrek ik richting kamer en val als een blok in slaap. Ontbijt pas om half negen, wat een luxe!

Dag 2: Gouvy – Gouvy (100 km.)

Het ontbijt is netjes geregeld en de tafels staan al om 8 uur geheel gedekt. De sfeer zit er nog beter in nu we officieel hebben vernomen dat Timo de snelste tijd had en dat we vandaag in de leiderstrui zullen starten. Timo heeft echter zondag andere verplichtingen en moet na vandaag naar huis. We besluiten dan ook dat hij zijn leidersprijs niet kan verdedigen, aangezien dat we heel lullig zal zijn voor de organisatie. De leider die niet van start zal gaan. Timo besluit er een mooie training van te maken in de voorbereiding op zijn NK tandem van a.s. zondag.

Naast Timo stonden ook Remy, Martijn en Erik er na de proloog goed voor. Erik is ook een gastrenner en is een echte klimgeit. Het vetpercentage heeft hij zo ongeveer gemeen met Rasmussen en hij rijdt voor een amateur ook met dezelfde kruissnelheden een berg op. Hij is daarvoor ook de aangewezen man om in de heuvelachtige etappes van voren te houden. Naast Erik is ook Remy in goede vorm. Zeker met de glooiende etappes, waarbij het nog niet echt stijl klimmen is, kan hij heel goed uit de voeten. Vandaag beloofd zo’n dag te worden.In de ploegenbespreking worden Remy en Erik voor dag 2 door ploegleider Anton als beschermde renners aangewezen. Timo heeft een vrije rol en de rest probeert gewoon
attent mee te koersen en met ontsnappingen mee te zitten.

Vanaf het hotel geeft de navigatie aan dat het zo’n 30 kilometer is naar de start. Het blijkt een stukje meer, aangezien verschillende wegen zijn afgezet. Het is heerlijk om pas om 14.00 uur te hoeven starten. Na het eten kon je zo nog even relaxen, op bed liggen en op je gemak je spulletjes klaarmaken voor de koers. We besluiten tijdig aanwezig te zijn in Gouvy zodat we nog even kunnen inrijden en zodat we ook daar alles op het gemak kunnen doen. Het idee om vandaag met oortjes in te rijden, wordt net voor de start door een jurylid abrupt ten einde gemaakt. Helaas heb ik dus nog steeds niet aan den lijve het gebruik van oortjes tijdens een koers kunnen ervaren.

De etappe is vandaag 5 omlopen van op papier 20 kilometer. In de praktijk bleken het omlopen van nog geen 18 km. te zijn.
Ik sta op de eerste start rij en de eerste paar honderd meter na de start zijn lichthellend. Het tempo wordt gelijk goed opgevoerd en richting de eerste klim proberen renners al weg te rijden. Steeds is er iemand van onze ploeg attent en springt mee. Na een kilometer of 7 komt het eerst klimmetje eraan. Niet lang, niet stijl, maar net moeilijk genoeg om de benen pijn te doen. In de eerste ronde niet moeilijk genoeg om de forcing te doen. Na vervolgens een stuk glooiend in de wind te hebben gereden, wacht aan het einde van de ronde nog een klein klimmetje waarbij de moeilijkheid vooral ook wordt veroorzaakt door het slechte wegdek. Je stuitert elke kant op en nergens heb je het gevoel dat je eventjes lekker omhoog kunt rijden!

Indien je deze klim hebt doorstaan, is het zaak om je goed te gaan positioneren. De finish ligt namelijk nog geen tweehonderd meter na een haakse bocht die volgt op een afdaling.

In de eerste ronde wordt zeer attent gereden door onze ploeg. Timo demarreert al een paar keer en rijdt inmiddels met twee man vooruit. Verschillende renners proberen er naar toe te rijden, maar hebben steevast een groen, zwart, geel Cycloteam tenue achter zich op de bagagedrager. Op die manier bleven we steeds attent voorin koersen. Op een gegeven moment tel ik zes van onze mensen bij de eerste twintig!

In de 2e Ronde zie ik Remy aan de linkerkant afzakken. Hij heeft een afloper. Ik vraag of ik moet wachten, maar dat hoeft niet van hem. Nog dezelfde ronde zit Remy in de kopgroep! Eventjes teruggereden tussen de wagens en gelijk maar volle bak koers. Hij zit in de goede slag en de groep van een man of tien loopt per ronde verder van ons weg. Wij neutraliseren die ronde en ook in de volgende ronde menig aanval en als er al een groepje gaat rijden, zit Timo daar sowieso bij.

Uiteindelijk hebben we één collectief moment van onoplettendheid en rijdt er in de vierde ronde toch nog een groepje weg van het peloton. Dat was jammer omdat deze groep uiteindelijk in de laatste ronde nog terugkomt op het merendeel van de kopgroep en omdat bij Remy dan het beste er vanaf is, na vier rondes met een klein groepje te hebben gedraaid, moet hij in de laatste kilometers de groep laten lopen. Uiteindelijk komt Remy als 16e binnen op een kleine minuut van de winnaar. Op Mark en Evert, die er na afloop nog een mooie training aan vastplakt door met de fiets naar het hotel te gaan, na rijdt de rest netjes in het peloton zijn koers uit. Voor mezelf een mooie ervaring en op de kamer met Jasper evalueren we de koers nog even en waren het er allebei mee eens dat we collectief goed gereden hadden en dat het een lekkere koers was.

Na afloop van de koers verzamelen we nog even op de parkeerplaats bij de ploegleiderauto. Zelf stond ik met de auto een stukje verder op een ander parkeerterrein. Ik had mijn fiets daar op slot gezet op de bagagedrager en liep met een cola in mijn handen, telefoon, flesjes chocomel en portemonnee en sleuteltje terug richting mijn ploeggenoten.

Pas bij terugkomst bij het hotel en toen ik de fiets van de bagagedrager eraf wilde halen, kwam ik erachter dat ik het sleuteltje van het slot kwijt was. Eerst alle zakken leeggemaakt, vervolgens heel de auto overhoop gehaald.  Niets te vinden. Enige mogelijkheid was dat ik in de gauwigheid het sleuteltje in de rechterzak van mijn trainingsbroek heb gestopt en laat daar nu net een gat in zitten. Dus ik als de nieuwe Jos Verstappen terug naar de startplaats. Weer een half uurtje verder en inderdaad daar lag het sleuteltje nog op de parkeerplaats bij de ploegleiderauto! Ik in euforie weer terug, wetende dat ik eigenlijk op de heenweg al moest tanken aangezien de auto al op de heenweg aangaf dat ik moest tanken. Heen werd ik door allerlei omleidingen door Luxemburg gestuurd en op de grens had ik tankstations zat gezien. Dat moest dus wel goed komen. Terug pakte de navigatie alleen een andere route en op die binnendoor route kwam ik geen enkel benzinestation tegen. Uiteindelijk vond ik vier kilometer voor het hotel toch nog een Argos ombemande pomp, ruim op tijd, ik had nog 18 kilometer kunnen rijden. Alleen midden in de Ardennen wil dat niet zeggen dat je dan een pomp binnen handbereik hebt. Wederom een stressmomentje overleefd…

Bij terugkomst bij het hotel was de sfeer wederom goed. Even balen van de gemiste slag, maar verder had vrijwel iedereen er een goed gevoel aan overgehouden. Na eventjes snel onder de douche te zijn geweest, stond er inmiddels al een lekkere koude Leffe Blond te wachten. Vervolgens konden we gelijk weer aanvallen voor de pasta en met een lekker ijstoetje erna.

Omdat we op zondag wederom pas om 14.00 uur van start gingen, was het ontbijt verplaatst naar 9.30 uur. Na het eten even lekker door onze masseur Michel onder handen genomen (dank nog hiervoor!) en vervolgens nog eventjes een afzakkertje genomen en wat gefilosofeerd met Evert, Michel en Erik. Uiteindelijk werd het iets over één voordat ik wederom een heerlijk nachtje tegemoet ging. Al met al niet alleen een geslaagde koers, maar bovenal ook gewoon een hele geslaagde dag.

Dag 3 Stavelot – Stavelot (87 km.)

Etappe drie was op voorhand de zwaarste. De afstand stelt natuurlijk geen fluit voor, tenminste voor mij niet. In vergelijking met die negen uur die ik op de MTB zat twee weken geleden, hoef ik daar niet bang voor te zijn. Maar er stond diep in de finale tweemaal de Cotê de Wanne op het menu. Wat een pokke ding is dat zeg…Overigens maakte ik me nog niet al te druk om de beklimming. Na alle verhalen over de afdaling en de valpartijen die daarbij kwamen bij de vorige editie, waren we ook gewaarschuwd voor de afdaling. Hier had ik zelf geen angst voor. Wel was ik enigszins ongerust over de koers richting de Wanne. De laatste keer dat ik meedeed aan het hectische geduw & getrek om weer voorin te komen, was tijdens mijn laatste klassieker de Parel van de Veluwe in 2011.

Uiteindelijk was het zaak om zowel Remy als Erik goed af te zetten. Zeker Erik maakte wel een kans  voor een topnotering zodra het asfalt flink omhoog gaat lopen. En daarvoor was de Wanne op voorhand meer dan geschikt.

Na de geneutraliseerde start werd het tempo gelijk omhoog geschroefd. Enkele dapperen probeerden weg te komen, maar daar was geen beginnen aan. Bij gebrek aan selectievere wegen, was het enkel zaak om niet in het zoveelste gat in de weg te rijden en nu en dan eventjes weer een stukje naar voren in het peloton op te schuiven. Na een kilometer of 30 was er een kleine valpartij waarbij de gevallen renner tegen Erik zijn schoen aankwam en daardoor raakte de gesp van zijn schoen kapot. Gelijk na de valpartij besloot ik om me naar de staart van het peloton te laten terugzakken en te wachten tot hij tussen de auto’s zichtbaar werd. Dit duurde even en toen ik hem zag komen, heb ik hem eventjes opgepikt. Om het probleem echter te verhelpen, moesten we eventjes stoppen, zodat hij de kapotte gesp eraf kon halen en de twee klittenbandsluitingen een stuk strakker doen. Hierna waren we genoodzaakt om eventjes vol gas terug te rijden en konden we via de auto’s terugrijden. Ik deed daar wel eventjes een jasje uit. Eenmaal in het peloton zorgden we ervoor dat we weer snel van voren zaten, aangezien de positionering richting de Wanne ging beginnen.

Net als je bij de profs op TV ziet, gaat het er bij de amateurs niet anders aan toe. Kilometers voor de Wanne begon het geduw en getrek en wilden alle renners het liefst op de tweede rij zitten. Het lukte ons als ploeg goed om Remy en Erik goed van voren te houden. Enkele kilometers voor het begin van de Wanne sloeg echter het noodlot toe. Nou ja, noodlot, gewoon een hele domme actie van een motorbegeleider. Die dacht nog even dat er plek was om naar voren te rijden langs het peloton. Daar was echter geen ruimte. Op de één of andere manier raakte hij een renner en hoorde ik een harde knal naast me. Links over mijn schouderkijkend dacht ik een renner van ons te hebben gezien. Ik dacht aan Gerben. Ik keek achterom en zag dat er een hele groep tegen de grond was gekwakt. Even overwoog ik om in de remmen te knijpen, maar uiteindelijk toch maar doorgereden in de wetenschap dat er een ploegleiderauto van ons met goede mensen achter zat. Een stuk verder zie ik dat Gerben toch van voren rijdt. Ik betwijfel nu of en wie er bij ligt van ons. Martijn misschien? Na afloop hoor ik dat Jos zwaar ten val is gekomen. Een enorme domper op het verder zeer geslaagde weekend. Een emotionele Loes die zich wederom als één van de begeleiders verdienstelijk maakte, ving de renners na de koers op. Het doet je dan wel wat als je krijgt te horen dat een fietsmaat van je met de helikopter is afgevoerd. Gelukkig was Jos buiten levensgevaar en was het eerste nieuws dat hij naar het ziekenhuis in Luik ging en dat hij vermoedelijk zijn bovenbeen had gebroken. Dat is natuurlijk zwaar k.t, maar op zo’n moment ben ik de nuchtigheid zelve en oordeel ik net als de chirurg die vorig jaar bij de TransAlp mijn nekbracelet afdeed. Buiten levensgevaar, geen kans op een dwarsleasie, dan valt de rest wel mee.

Jos zal een lange weg te gaan hebben met de revalidatie van zijn driedubbele breuk in zijn heup, maar komt er vast en zeker weer bovenop. Bij deze Jos veel sterkte gewenst.

Erik bleek net iets te kort te komen voor een top 10 notering. De kasseitjes in Stavelot waren hem niet op het lijf geschreven. Erik kwam wel netjes als 13e op slechts 44 seconden van etappewinnaar Kristof Wielfaert  binnen.  2e werd Bart Vrolijkx (4e bij de Marmotte van dit jaar) en 4e en tevens eindwinnaar werd cycloklepper Kristof Houben, die vorig jaar 2e werd met Bart van Damme bij de TransAlp (en tevens 2e achter Bart Bury dit jaar in de Marmotte). Er stonden dus behoorlijke kleppers aan de start!

Remy kwam op 2.57 als 34e over de streep en werd uiteindelijk 36e overall. Erik werd netjes 20e overall. Zelf kwam ik, na mezelf op de eerste keer op de Wanne volledig te hebben opgeblazen, toch nog als 50e over de streep. Zo schoof ik toch nog op van de 121e plaats na de proloog naar de 68e plek in de einduitslag. Een hele mooie ervaring en een zeer geslaagd weekend rijker. Helaas met een wrange nasmaak vanwege het incident van Jos, waar hij zelf geen fluit aan kon doen. Christian bedankt voor de succesvolle organisatie! Michel, Loes, Anton en Hub bedankt voor de goede begeleiding en teammaats bedankt voor de goede onderlinge spirit! Hetgeen ik ervaren heb afgelopen weekend, is exact hetgeen we met Cycloteam voor ogen hebben. Sportiviteit gekoppeld aan gezelligheid!

Tot de volgende koers. Oh ja, ik had stilletjes de ambitie voor een top 50 bij de Criq. Nou ja, op facebook had ik aangegeven dat ik mezelf nog een paar keer pijn moest doen om die vorm te bereiken….Dit weekend heb ik in ieder  geval weer een paar stapjes in die richting gezet.

Leon

 

advertenties