St Tropez: wielerutopia aan de mediterrane

Titel: St Tropez: wielerutopia aan de mediterrane

Door: Gerard Murre (Cycloteam.nl huisdichter)

 

Nota bene in een mondaine badplaats waar ik uit mezelf nooit heen zou gaan en op een luxe camping waar ik normaal nooit een voet zou zetten, vind ik de mooiste wielerplek op aarde; het Cycloteam Utopia St Tropez! Ja, Utopia bestaat. Al is het maar voor één weekend en moet je er 1400 km voor reizen. En ook nog eens van fietsen houden natuurlijk.

 

Als amateur wielersocioloog heb ik al heel wat fietsgroepen van binnenuit participerend mogen observeren. Nooit eerder heeft deze zelfbenoemde sociaal wetenschapper het rode potlood onberoerd kunnen laten. Maar dit weekend is zoals het is in de fietsershemel. In elke fietsersgroep kom je ze tegen; de fietsnarcist met opschepperig gebral over zijn prestaties, de fietscynicus die carbon niet vertrouwt, de ouwe fietszeiker die vindt dat de jeugd niet meer wil afzien. Wonderwel ben ik ze op deze reis niet tegengekomen. Alleen maar aardige mensen, die niet geheel toevallig alleen maar over mijn favoriete onderwerp praten. Twee keer raden wat dat is.

 

Zestig mannen en vrouwen, moe van een nachtelijke busreis en samengeperst in tien piepkleine huisjes. Samen eten onder een luifel met een veldkeuken terwijl het koud en regenachtig is. Dat alles zonder dat ik een onvertogen woord heb opgevangen. Zo moet het zijn in Utopia. Toen Thomas More deze ideale samenleving in 1516 bedacht moet hem een Cycloteam fietsweekend voor ogen hebben gestaan. Met Christian als de Mithra, een goddelijk wezen, verborgen, eeuwig, onmetelijk, ondoorgrondelijk, dat op een wijze die boven het menselijk begrip gaat, de ganse wereld doorwoont (citaat). Niet alleen Christian maar alle mensen die aan de organisatie van dit fietsparadijselijke weekend hebben meegewerkt, verdienen een goddelijke status zodat ze op de klimberg Olympus, gezeten naast Zeus en Electra kunnen neerkijken hoe wij als sterfelijk fietsvolk op het kleine blad de top proberen te bereiken.

 

Maar in Frankrijk aanbidden ze de maagd Maria en het is de aan haar gewijde Col de Notre Dame des Anges waar het meest tegenop wordt gezien. De boetetocht naar dit Golgotha is nog ver weg als we ’s ochtends om acht uur gesoigneerd aan de start staan te midden van de jachten van de grootste graaiers ter aarde aan de haven van St Tropez. De bijbehorende dames liggen helaas nog te ruste dus ik moet het doen met de geschoren benen van de Fransozen die bij mij in het startvak staan. De Granfondo Cannondale St Tropez 2012 gaat van start. Bij het startschot neem ik me voor om rustig te beginnen maar als na een paar kilometer zowat iedereen me gepasseerd is, lijkt het me beter om ook maar als een blind paard achter de kudde aan te galopperen. Mijn hartslag loopt te hoog op maar dat moet dan maar. Na 10 km krijg ik Sabine en Gijb in het vizier. Wat kan die meid goed klimmen (ja Gijb, jij dus ook). Ik kom maar langzaam dichterbij. In de beginfase gaat het op en neer met een paar kleine klimmen naar iets van 150 meter. We komen terug bij de zee en krijgen hier en daar een mooi doorkijkje over het blauwe water. Het loopt een tijd vrij vlak tot na 35 km de Col de Canadel verschijnt. Hier is het pittig klimmen naar een hoogte van 269 meter. Ik rij een bij mijn leeftijd passend tempo en wordt ruimschoots door deze en gene voorbij gereden. Boven aangekomen verwacht ik een lekkere afdaling maar de weg blijft 15 km min of meer vlak over de kam van de berg lopen met een schitterend uitzicht over de Middellandse Zee. Plotseling hoor ik een gesmoorde kreet achter me. Ik herken de slaker hiervan niet maar even later komt Erik Woltheus me achterop. Hij draagt geen teamkleding, vandaar. Heel de tocht zijn we verder in elkaars buurt hoewel ik hem weinig zie maar uiteindelijk finishen we samen. In de klim van de Col de Babaou (414 m) raap ik Jan Pelle op. Het grote lijf zie ik al van verre dansen op de pedalen. Hij heeft een dubbel gestoken en dat zal hem straks nog flink opbreken. Ergens op deze mooie, geleidelijke klim staan Ineke, Ria en nog enkele minstens even knappe vrouwen langs de vangrail met bidons en reepjes maar ik zit in een groep en kan ze niet bereiken. Een mooie afdaling volgt met Jan in mijn kielzog. Bij de ravitaillering in het dal raak ik Jan, die als jonge kerel over een sterkere blaas beschikt, kwijt maar haal ik Theo Rutten bij waarvan ik dacht dat hij achter me zat. We beginnen aan de koninginnenrit; de Notre Dame des Anges van 680 meter.

 

Deze heilige dame wordt geen eer aangedaan met dit veredelde geitenpaadje. Smal, steil en veel los grind. Het is zo’n 10 km naar de top en op de steilste stukken kom ik niet boven de 10 km per uur dus dit gaat wel een uurtje duren. Ik ga naar het kleinste blad van mijn triple en dank de maagd Maria dat ik hiervoor gekozen heb want zo passeer ik met hoge cadans tientallen compactrijders die zwaar aan het peuren zijn op de pedalen. Theo blijft achter en na Stefan van Dijk te hebben ingerekend kom ik ook de bijna geparkeerd staande Jan Pelle achterop die ik schat met een 40-23 omhoog probeert te komen en naar schatting 100 kilo weegt (sorry Jan). Dat gaat natuurlijk niet en ik heb denk ik wel een kilometer voorsprong op hem opgebouwd in die klim. Op de hele klim ben ik maar één keer ingehaald. Dat voelt wel lekker. Ik ben zo tevreden over mezelf dat ik me na een hachelijke afdaling over een stuiterpad rust gun in een groepje van zes dat eigenlijk net iets te langzaam in de geleidelijke klim naar La Garde Freinet rijdt. Jan kan juist goed uit de voeten op deze klim en haalt me bij de ravitaillering in het dorp weer in. Theo en Erik komen ook samen bij het kraampje met versnaperingen. Erik is plotseling vertrokken, Theo heeft geen haast dus Jan en ik gaan samen op weg. Eerst een afdaling zo goed lopend dat je er je vingers bij af kunt likken. Dan wat kort klimgeweld waar Jan afwisselend als een raket, dan weer op zijn dooie gemak op aanvalt. Ik hou het liever wat gelijkmatig maar gemiddeld rijden we hetzelfde tempo. We halen Erik in maar even verder krijg ik een lekke achterband. Hoe ik Jan ook wegwuif, hij staat er op me te helpen en helaas duurt dat wel even door mijn damesformaat handpompje. Ik pomp niet lang genoeg want als ik vertrek voel ik dat er te weinig druk in zit. Mijn achterwiel zwabbert in snelle bochten maar ik laat het maar zo want anders moet Jan weer op me wachten.

 

Theo is ons tijdens het fietsenmaken voorbij gereden maar we pakken hem terug en hij kan niet aanpikken bij de ontkende Jan. We halen ook Erik weer terug maar even later mis ik Jan. Hij is snel teruggevallen en als ik op hem wacht, geeft hij me opdracht om door te rijden. Hij zit er even doorheen. Ik probeer terug te rijden naar Erik maar dat gaat zo makkelijk nog niet. Het verschil is honderd meter en dat blijft een tijdlang zo. Tot ik in de gaten krijg dat er op soortgelijke afstand een bataljon Fransen met boze bedoelingen in aantocht is. Ik zet een extra zeil bij en begin op Erik in te lopen. Het eind van de tocht begint te naderen en hij maakt evenals ik zelf geen frisse indruk meer. Als ik hem inhaal is achter me het legion de France tot op dertig meter genaderd maar kop over kop weten we aan hun guillotine te ontkomen. De finishboog komt vroeger dan verwacht. Ik had gehoord in het dorpje Gassin op de heuvel maar de tocht eindigt in een minder schilderachtig decor; een parkeerterrein op een bedrijfsterrein in het dal. Geen bier verkrijgbaar helaas. Wel een paellamaaltijd met cola die ik me goed doe smaken. Er komen meer Cycloteamers aandruppelen. Jan en Theo en enkele jongere teamgenoten. Ook Sabine en Gijb komen binnen. Veel sneller dan ik had gedacht, klasse Sabine (ja Gijb, jij ook klasse natuurlijk). Als laatste van de 179 km rijders komt ook onze pensionaris Jos binnen. Erik en ik hebben er 7.09 uur over gedaan. Precies 25 km/uur gemiddeld. Ik ben niet ontevreden over mezelf maar zie later in de uitslag dat ik nog nooit zo in de achterhoede ben geëindigd als bij deze tocht. Een sterk veld? Of gaan de jaren tellen? Opvallend is wel dat veel deelnemers ook uit onze groep, voor de korte afstand van 135 km hebben gekozen. Zeus was het daar niet mee eens want hij heeft ze gestraft met een wolkbreuk kort na de splitsing. De lange afstanders hebben geen druppel regen gehad maar meerdere korte tocht rijders kwamen geheel doorweekt en koud aan de meet. Zo ook Krista en Riejannne die wel zo stoer waren om door te rijden terwijl een aantal niet met name te noemen vertegenwoordigers van het “sterke” geslacht voor de bezemwagen kozen.

 

Bij aankomst op de camping was het snel inladen en aan de slotmaaltijd die er uiteraard vlot in ging na het calorieverlies van vandaag. Vervolgens organiseerden een aantal teamleden een klopjacht op een franse onverlaat die over een tas met laptop van één van de onzen was heengereden. Maar tevergeefs. Ik heb niet alle 60 meningen kunnen peilen maar ik heb de indruk dat vrijwel iedereen met warme gevoelens aan dit weekend terugdenkt. Zoals Rob de Jong zegt; “Als ik een rotdag heb gehad op kantoor hoef ik alleen maar terug te denken aan de keren dat ik vreselijk heb genoten van een klim of een afdaling. Dan is de dag weer goed. En zo gebeurde het ook deze dag. Het was de zesde, nee sorry, de vijfde dag. Christian (What’s in a name?), Leon, Daan en de overige vrijwilligers keken naar alles wat Zij gemaakt hadden en zagen dat het goed was; zeer goed.

 

 

advertenties