Schwalbe-Tour-TransAlp 2012 verslag etappe 2 t/m 5

 

5e etappe van Falcade naar Crespano del Grappa

 

127,9 km, 2860 hm, 4:34:00, max snelheid 86,2 km/uur, 7e dagklassement, 7e alg klassement.

 

Weer een dag van extremen. In de ochtend sta je op Passo de Pellegrino (1900 hm) nog te koukleumen, wanneer je een half uur staat te wachten op de shuttlebus naar Falcade.

Begin van de middag daal je de Monte Grappa af om in een sauna van 32 graden terecht te komen.

 

Het is de 5e dag en het lijkt of we al een maand bezig zijn, zo intensief. Elke dag een andere omgeving, elke dag zo hard mogelijk fietsen, zo veel mogelijk eten en proberen wat te rusten, zodat de benen en de rest van het lichaam de volgende dag weer zo optimaal mogelijk aan de start staat.

Dat valt niet mee. Door alle inspanningen heeft de virus in neus en keel helaas weer aan kracht gewonnen. Ik hoest als een blaffende hond, en verlies onderweg een halve liter snot. Paracetamol helpt tegen de ontstekingspijn.

Gelukkig lijkt mijn fietsprestatie er nog niet te veel onder te lijden. Leon en ik fietsen hard en behoorlijk gelijkwaardig.

We voelen elkaar steeds beter aan. En ook buiten het fietsen is het gezellig samen.

Hoe verliep de wedstrijd?

Direct na de start moest er 900 m geklommen worden. Niet een rustige start dus. Vol, vol en vol. Leon gaat de 1e 500 m met de kop mee, maar realiseert zich gelukkig snel dat dit een ander niveau is. Ik hap naar zuurstof, maar weet langzaam Leon weer in te halen. Samen gaan we door. Bovenop liggen we goed in’t veld. Afdalen gaat rap en direct volgt de 2 klim, die gelukkig een stukje minder steil is. Dat ligt Leon goed en ik zit strak in zijn wiel. Boven is’t zaak in een goede groep te zitten, want er volgt een lange afdaling en een stuk vlak. Leon haakt mooi aan en ik tap 2 bidonnen water en zet de achtervolging in. Binnen 10 km zat ik er weer bij. Met 10 man en 1 vrouw (de finse klimprof Pia Sundstedt) komen we beneden. En daar valt het helaas stil. Naar de voet van de Monte Grappa is nog 25 km. We voelen’m aankomen, een groep achtervolgers strijkt op ons neer, met uiteraard onze Nederlandse vriendjes Jacques en Marcel. Die rijden op’t vlakke gewoon 50 km/uur. En ze weten weg te rijden uit de grote groep. Niemand reageert.

 

Eindelijk komen we aan bij de gevreesde klim Monte Grappa, van 300 hm naar bijna 1700 hm, met vooral in’t begin, maar ook aan’t eind steile stukken.

Leon heeft als strategie om in het begin een stukje bij me weg te fietsen en dat dan de 2e helft weer in te leveren. Ik kreeg in het begin geen goed ritme en zag een behoorlijk gat met Leon ontstaan. De twijfel slaat toe: ga ik instorten? Het is warm, nog maar wat drinken dan. Na een paar km lijk ik er toch weer wat bovenop te komen, en kan mijn positie vasthouden. Leon is uit zicht, maar dit moet ik gaan redden.

De 1e dame zit in mijn wiel. Blijkbaar heeft ze adem over, want ze babbelt er lustig op los tegen een canadees naast haar. Wellicht zien we haar in Londen nog terug, want ze gebruikt de Transalp als voorbereiding. Klimmen kan ze in ieder geval goed. Met nog een 5 km te gaan naar de top, vlakt’t wat af en ik weet uit de groep weg te rijden, naar wat mannen er voor (incl Jacques en Marcel) en er voorbij te gaan. Leon komt in zicht. Met nog een 150 hm te gaan kom ik langszij. Hoe is’t mogelijk dat we zo gelijk boven komen. Met een groep op 100 m achter ons storten we ons in een adembenemende en gevaarlijke afdaling. Wat een bochten, er kwam geen einde aan. Een jonge belg halen we in, die in een bocht bijna onderuit gaat en zijn achterwiel tegen de vangrail aan parkeert. Wij gaan veilig en strak door, Leon zo veel mogelijk in mijn slipstream. Waar blijft de groep?

Die komt dus niet. We dalen gewoon te snel. Beneden nog 5 km licht omhoog met een beetje wind tegen. Gaan! De hele dag is mijn hartslag niet boven de 155 geweest en nu ineens 160. Ik voel een kans om op enkele concurrenten nog wat tijd te winnen. Leon moet nog even recupereren van de afdaling en mijn benen beginnen leeg te raken. Dan zie ik plots 2 man aankomen. Niet weer he! Jacques en Marcel hebben het echt op ons gemunt. Ze komen in het wiel en na even te hebben gerust gaat Jacques vol door. Ik probeer zijn wiel te pakken, maar hou dat niet vol. Er valt een gaatje, Marcel springt achter mij vandaan en de heren pakken in de laatste km nog 20 seconden.

Gelukkig, we zijn er. Vocht, veel vocht is nodig om het tekort weer aan te vullen. We hebben goed gereden. Kon eigenlijk niet beter. We hebben een plekje gewonnen in het algemeen klassement, van 8 naar 7. Geen van onze concurrenten heeft vandaag pech gehad, maar enkele andere deelnemers zijn vooral in die laatste afdaling onderuit gegaan. Zo ook de finse dame, met een grote schaafwond op haar been.

Nog 2 etappes te gaan, aftellen dus. Morgen hitte en de langste etappe van bijna 150 km.

 

Maar eerst alle rumoer van de wedstrijd Duitsland-Italie overleven. Wat een herrie. Het kan niet anders of Italie gaat winnen.

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 

4e etappe van St. Vigil naar Falcade

 

108 km, 2439 km, 3:41:06, 6e plek, 8e overall, max snelheid 92,1 km/uur.

 

Er was na gisteren wat goed te maken. We zaten na ons tijdsverlies behoorlijk in een dip. Ons zelfvertrouwen wankelde. Zijn we wel goed genoeg voor een top 10? We waren moe, de benen deden pijn en we hadden moeite om zin te maken in de volgende dag. Waar weer stevige klimmen in het verschiet liggen. Leon begint ook verkoudheidsverschijnselen te vertonen en bij mij zitten de ontsteking nog diep in de keel en de neus.

Gelukkig was’t een prima hotel en goed eten. Dus we herpakken ons en staan keurig weer op tijd in het voorste startvak voor de tocht door de Dolomieten, met de Gardena en passo Sella (2234 hm). Bekend van de Dolomietenmarathon, maar dan in tegengestelde richting. Na een korte afdaling gaat’t licht omhoog naar Corvara. Lekker infietsen is van korte duur, want er wordt aan getrokken. Het breekt en we zitten in de 1e groep met een mannetje of 70. De klim begint niet steil, we zitten een beetje achterin, maar hebben een goed ritme en’t gaat hard genoeg. We fietsen enige tijd met de 2 nederlanders Jacques en Marcel, die ons elke dag nog in de afdaling of vlakke slotkm’s hebben ingehaald. Ook dit maal zal dat het geval zijn. Na de Gardena zitten we met 3 man in de Sella klim. In de klim bevindt zich de bevoorrading en ik vul een bidon voor Leon. Een gaatje van 100 m inhalen kost aardig wat energie. We duiken de afdaling in. Leon daalt keurig voor me; hij heeft zijn zelfvertrouwen terug met twee reservewielen van de organisatie. Met z’n 5e beginnen we aan de klim van de Passo Fedaia (2054 hm). Hij loopt lekker, de vermoeidheid lijkt weg te zijn uit de benen. Hartslag 155 per minuut is mooi. Bovenaan hebben we 2 man vlak voor ons en 2 achter ons. Met een lange afdaling geen slecht startpunt. We vliegen naar beneden en wederom boek ik een snelheidsrecord van boven de 90 km/hr. Desondanks weet een groep van 6 man nog aan te haken, waaronder ook weer Jacques en Marcel. We beginnen aan de laatste km’s, die lopen omhoog. De 4 nederlanders fietsen weg bij de rest. Ik denk: een kleine 300 m omhoog en zie in de verte al een bordje Falcade. Het wordt even vlak en ik trek stevig door met een hartslag van boven de 160 pm. Waar is de finish? Oeps is dat een muur waar we tegenop moeten? Blijkt dat we nog 150 hoogtemeters moeten overbruggen. Ik val even stil van de schrik. Maar weet me met steun van Leon te herpakken en uiteindelijk de finish te bereiken. Yes: dit is een goede dag geweest. Goede zaken gedaan. Tevreden blikken we terug. Alles ging goed vandaag. Statistisch logisch want gister hadden we genoeg pech voor een hele week. Na genoten te hebben van de sfeer en het goede weer wilden we graag naar ons hotel. Dat bleek met een ‘shuttel bus’ nog een hele toer. Koste ons 2 uur om 10 km en 700 hm naar Passo san Pellegrino te overbruggen. Onze fiets blijft achter in de Bike park. Vanavond geen pasta party in Falcade, maar een restaurant met wat gezellige duitse fietsers die ook in ons hotel zitten.

De benen voelen goed en het vertrouwen is terug. We heffen het glas Weissbier op de goede afloop van de dag. Hopelijk lukt het ons morgen tijdig terug te komen in Falcade voor de start van wederom een zware rit.

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 

De dag van de pech en terugval

3e etappe van Brixen naar St.Vigel

82 km, 2857 hm, 3:41:30, 17e dagplek, 8e alg klassement.

 

 

Het is 19:00 en Leon staat al dik 2 uur in de rij voor de reparatiewagen. Ook zijn voorwiel heeft’t vandaag begeven. Fietsen kon wel, maar remmen niet. Het gebeurde in de afdaling van de 1e klim op 25 km. En dan is’t nog bijna 60 km naar de finish. Bovendien reed Leon in die afdaling ook nog lek.

Terwijl we in de klim zo ons best hadden gedaan en in een mooie groep de afdaling begonnen. En Leon ook goed afdaalde.

Het leek dus mogelijk om in goed gezelschap ook wat vlakke km’s te kunnen maken. Het was ons niet gegund.

Vanaf de start was het direct omhoog. We stonden op de 2e rij voorin, en voelden ons haast gelijk aan de toppers naast ons. Mijn benen echter waren dat zeker niet. En ik kon al snel de 1e en daarna ook de 2e groep niet bijhouden. Ondanks vermoeidheid wel hoge hartslag en ademfrequentie. Temporiseren dus. De 1e klim kenmerkt zich door smal en zeer steil. In mijn lichtste verzet is ’t lastig om de stukken met 15% door te komen. De laatste km’s zijn gelukkig weer goed te doen en we komen keurig voor een groepje boven. Tijd om de bidons vol te gooien. En dan de afdaling.

Daar stonden we dan, terwijl de ene groep na de ander ons passeerde. Leon had een CO2-patroon, maar was de gebruiksaanwijzing vergeten. Pompen met dat minipompje dus. En de tijd tikt door.

We dalen verder af, voorzichtig. En proberen de draad weer een beetje op te pakken. We pikken wat verdwaalde achtergebleven renners op, en komen gelijk met de nrs 2 en 3 van de mix bij de laatste klim. Die gaat echt niet makkelijk zeg. De fut is uit de benen en het hoofd. We persen ons omhoog en weten nauwelijks meer koppels in te halen. Het is niet anders. Dit is niet onze dag. Nog 5 km afdalen naar de finish, met een slakkegang. En bij de finish een drukte, die wij niet gewend zijn. We zijn laat.

Lang blijven we niet. Snel naar het hotel. Dat is top (waar voor je geld). De omgeving is dat ook. Met de tas en fiets op de kamer even de benen strekken op bed. Oeps..die hebben het weer niet makkelijk gehad. We analyseren ons verlies en constateren dat een plek bij de eerste 5 onhaalbaar is, en dat we ook achteruit moeten kijken. Nummer 9 zit dicht op ons. Maar als we morgen rijden zoals we dat horen te doen, dan komt het vast wel goed.

Om 17:00 staat Leon in de rij voor de reparatiewagen. Na 2 uur wachten is een ander wiel het resultaat. Intussen heb ik een lasagne en kip voor’m gehaald. Daarna snel naar het hotel waar een 3 gangenmenu op ons wacht. Te weinig eten doen we niet.

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 

2e etappe van Solden naar Brixen

121 km, 2851 hm, 4:18:05, Masters 7e plek.

 

Een dag van extremen

 

Hoe gaat dat ook al weer met ‘as is verbrande turf’? In onze evaluatie van de dag overheerst het ‘als…dan…’. Als we de aansluiting bij een groep in de afdaling van Timmelsjoch niet hadden verloren dan hadden we samen met die groep de Jaufenpass kunnen beklimmen. Als we die kleine 50 m naar die 4 man waarop we inliepen vlak voor de top van de Jaufenpass hadden overbrugd, dan hadden we samen naar de finish kunnen rijden.

Als we op dat vlakke stuk gewoon hadden gewacht op achtervolgers, dan hadden we die groep, die ons 5 km voor de finish inhaalde, op dat slotklimmetje niet hoeven laten gaan.

Feit is dat we vandaag ‘een jasje uitgedaan’ hebben.

Feit is dat we goed klimmen, redelijk gelijkwaardig: Leon in begin beter en ik aan eind. We hoeven elkaar weinig te duwen. We doen wat klimmen betreft niet onder aan de nrs 3 t/m 6.

Feit is dat we matig afdalen en daardoor net de aansluiting verliezen en onvoldoende power hebben om het gaatje weer te dichten. In de opvolgende vlakke stukken worden we ingelopen door achtervolgende groepen en bedankt voor alle moeite.

 

De dag begon in de regen. De lange afdaling van de Timmelsjoch (2500 naar 700 hm) was nat. In finishplaats Brixen scheen gelukkig de zon, en kan alles weer drogen. Maar voor we daar aankwamen moest er gefietst worden. Volle bak vanaf de start. De Timmelsjoch is geen vervelende klim, maar als je tegen max aanfietst is ie niet echt fijn. We zitten kort op de voorsten. Weten er zelfs nog een paar op te vegen. Het laatste stuk is even harken, maar we zitten in goed gezelschap. Regenjackie weer dicht en op de natte weg naar beneden. Het gaat net te snel en als we beneden weer links omhoog naar de Jaufenpass draaien zien we de groep 100 m voor ons. We focussen op de mannen voor ons en proberen een ritme te vinden. Leon heeft water nodig. Het is droog geworden en warm. We halen 2 man bij, maar dan komt een fase waarin ik het moeilijk krijg. De nrs 3 van Scott team komen ons voorbij, te snel om aan te haken. Drinken en eten en ons geheime wapen, muziek van v.Buren, lekker hard vanuit mijn mobiel. Ik krijg de geest weer en nu is het de beurt aan Leon om af te zien.

De focus is weer naar voren. Achter ons is het leeg. Ik wil graag 4 man opvegen en samen afdalen. Helaas lukt dat net niet meer. Beneden in het dal constateren we dat er 1 persoon in de verte voor ons fietst. Tja..nog bijna 40 km. Maar achter ons is ook niets. Gaan dus maar. Leon moet nog herstellen, en na een paar km’s raakt het beste er bij me af. Samen gaan we door. Tot ik na 10 km 2 man achter me zie. Gelukkig, zo kan er meer snelheid in komen en mijn benen beginnen echt leeg te raken.

Nog 5 km en een grote groep met de Nederlanders Jacques en Marcel komen over ons heen. Het resultaat is bekend.

Overigens mooie aankomst in de historische binnenstad van Brixen.

advertenties