TransAlp verslagen 2011 Frank Scheffer tot etappe 5

Frank’s TransAlp avontuur 2011:  Van dag – tot dag.

Vrijdag 24 juni:

De aanloop naar Transalp

De Schwalbe Tour Transalp is een 7-daagse wegwedstrijd van Zuid-Duitsland (Sonthoven) naar Italie (Arco). Niet zozeer de afstand van 935 km, maar de hoogtemeters, meer dan 20.000 zijn indrukwekkend. De Transalp is een bekende etappekoers van hoog niveau, maar niet bedoeld voor profs. Zondag as is de start. Je fietst als duo.

Vandaag (vrijdag) ben ik heen gereden met mijn partner Jeroen van de Calseijde.
Met kerst al hotels geboekt. In de startplaats een 5 sterren kuurhotel, incl alle faciliteiten en buffets. Niet verkeerd. Volgegeten zit ik nu op de bank van onze luxe kamer. Gisteren en vanmorgen nog zitten stressen met werk. Het was een erg drukke week, maar gelukkig kan de knop nu om. Morgen de briefing en extra info over de wedstrijd. En verder tot rust komen, slaapachterstand inhalen, en wat voorbereiden.
Groet, Frank

Nb. Gisteravond toen ik van werk naar huis fietste viel plots mijn Garmin uit. Met geen mogelijkheid maar aan de praat te krijgen. Ik raakte al een beetje in paniek met de gedachte dat ik dat ding bij de Transalp niet kon gebruiken. Gelukkig vond ik op een forum een tip, mode- en resetknop gelijktijdig lang ingedrukt houden. En zo waar, hij sprong weer aan. Een grote opluchting. De zoveelste keer dat electrische apparatuur in mijn bijzijn gaat storen of uitvallen, en meestal op een moment dat je echt niet kunt gebruiken.


Zaterdag 25 juni:

Vandaag staat alles in het teken van de voorbereiding.


Ondanks dat we op 750 m hoogte zitten, was’t vanacht warm. Er zitten zo veel knoppen in de slaapkamer dat we de airco even niet gevonden hadden. Vandaar dat ik een paar keer zwetend wakker werd. Het is ook even wennen om naast een man in een 2 persoons bed te slapen. Dus een onrustige nacht. Het ontbijt maakte veel goed, en daarna de Akkreditierung bezocht.

Een professionele organisatie. Vooraf hadden we al bakken informatie gehad, maar er kan weinig mis gaan. Je krijgt een grote tas, waar al je bagage in moet voor transport naar het volgende hotel. Met ons startnummer 642 weten we dat we morgen in het achterste startvak mogen beginnen. Totaal ca 700 duo’s. Met onze naam ‘De Hollanders’ mag het duidelijk zijn waar we vandaan komen.Het is zwaar bewolkt, maar droog en niet koud. Een stuk parcourverkenning is nodig om de benen wat op spanning te brengen.

En de kop wat leeg te maken, want die voelt nog te zwaar. Op 15 km ligt de Oberjoch, mooi asfalt met een stijgingspercentage van 3 tot 7%. Hier zal de eerste schifting morgen plaatsvinden. Hoe hard / hoe diep zouden we moeten gaan in deze eerste klim? Na de klim komen wat kleinere afdalinkjes en klimmetjes, waarbij het lekker zou zijn die met een groep te doen.

Vele duo’s doen dezelfde verkenning als wij, en iedere keer de beoordeling: zouden zij sterker of minder sterk zijn dan wij? Waar staan we in het veld? Bij de 1e 10%, de 1e 25%? Morgen zal een hoop duidelijk worden.
Om 19:00 is de eerste pastamaaltijd, gelijk met de briefing. Terwijl we in ons hotel natuurlijk ons lekkere buffet hebben om 18:00. We gaan beiden doen.

De fiets aan een laatste check onderwerpen, en een beetje vroeg naar bed.
De spanning stijgt.
 

Zondag 26 juni:

1e etappe: Sonthofen – Imst; 120 km met 2300 hm.

Vanaf mijn hotelbed, aardig gesloopt, zeker nadat bleek dat ons hotel Linserhof 350 m hoger dan de finishplaats Imst ligt.

Maar laat ik even bij het begin beginnen, de ochtend. De start in Sonthofen was om 10:00. Uitslapen zou je denken. Mooi niet.

Na een lange nacht was ik om 6 uur echt uitgedraaid in bed. En er moest nog eea gebeuren voor de start. Ontbijtje moesten we helaas bescheiden houden. Tassen waren al gepakt en werden nog iets opgevuld met reserve eten en onze gewone kleren. Uitchecken en met de auto naar de carpark, waar we over een week weer terugkomen. Een hele logistieke organisatie   om alle tassen te sorteren en na transport bij de diverse hotels af te zetten.

We hebben nog een dik uur over voor de start. Dat betekent startvakken verkennen en nog wat infietsen. De zon begint al aardig te branden en Jeroen en ik besluiten de zweetshirts uit te trekken. Met nog een half uur te gaan is het een drukte van belang en zijn de startvakken goed gevuld.

De spanning stijgt. We horen in de verte het startschot. Het gaat beginnen. Althans, het 1e startvak vertrekt. Wij staan voorin het 4e startvak, dat pas na 6 minuten op gang komt. Met motoren er voor konden we niet los (geneutraliseerde start). In de klim na 10 km gaven we gas en werd een hele meute ingehaald.Boven kwamen Jeroen en ik in een klein groepje dat aardig draaide. We zagen een grote groep voor ons die we niet te pakken kregen, omdat die een andere grote groep daarvoor op de korrel hadden en dus stevig doorreden. Het gaat op en neer. Op de stukken omhoog komen Jeroen en ik goed vooruit. En zo weten we naar voren door te schuiven. Na 2:30 fietsen zie ik bijna 90 km op de teller. Het gaat hard. Op 95 km start de slotklim naar de 1900 m hoge Hahntennjoch. Een stevige klim, waar de sterksten boven komen drijven. En ik voel me sterk. Jeroen is door zijn water heen, maar omdat ik over heb kunnen we door.

We halen nog wat duo’s in. Mooi gezicht hoe veel duo’s elkaar duwen. De tijd van de langzaamste telt, dus je moet bij elkaar blijven. Inhouden doen we niet. We gaan voluit op de slotklim. Jeroen en ik schelen ietsje in niveau en wat ik over heb geef ik door en zodoende weten we in redelijk tempo boven te komen. Dan rest een afdaling, lekker die wind in je gezicht.

De finish geeft een voldaan gevoel. We zitten echt niet ver achter de voorsten.
Oege Hiddema en Geert Plancke, die voor een podiumplek gaan, zijn net binnen. Maar eerst drinken en eten. Wat is’t warm hier. Dan de uitslag: 4e plek bij de Masters ?! Dat kan niet! Maar ’t is toch zo. De Masters beginnen bij 80 jaar, wij zitten 89. Overal zitten we op een 14e plek. Dat is bij de gehoopte eerste 50. Een zeer onverwacht resultaat gezien het hoge niveau van de Transalp, die gezien wordt als de Tour voor amateurs. Zouden we dat morgen kunnen consolideren?
Nu eerst naar de pastamaaltijd. Gelukkig rijdt er een bus naar beneden.

Maandag 27 juni 2011:

De titel is lastig. Kies maar: ‘de dag van de waarheid’ of ‘the day after’.

2e etappe van Imst naar Ischgl in Oostenrijk.
159.5 km
2625 hm
Dagklassering: 11e plek bij master in 4:51.
Klassement stand: 6e bij masters.

De 2e dag is een lastige. Hoe zijn we herstelt van de 1e dag? Kunnen we onze toppositie consolideren? Of zakken we door het ijs?

De nacht was goed. Wat wil je in zo’n mooi gelegen hotel. Alleen wat krekels te horen in de weiden voor ons en uitzicht op de alpenreuzen met sneeuw. Na afleveren van onze tassen en een prima ontbijt dalen we af naar de start. Infietsen is niet nodig. De eerste 25 km wordt gereden met wagen voor ons (geneutraliseerd). Dat is best moeilijk, want die wagen rijdt (te) langzaam. Dringen dus om voorin te blijven, zodat je minste kans op valpartijen hebt. Een enorm lint doorklieft het landschap. Eindelijk gaat het los, een niet te lange klim waarop we direct merken hoe de benen zijn (Arlbergpass van 1800 m op 55 km).

Ze voelen eigenlijk wel goed. Jeroen heeft ietsje meer moeite. We moeten een behoorlijk groep laten gaan. Versnipperd komen we boven en we proberen in de afdaling wat goed te maken. Een groep ontstaat, die uiteindelijk helaas niet samenwerkt en van achter wordt opgeslokt door een enorm peloton. Het is een lang stuk vlak tot we geleidelijk omhoog gaan naar de de Bielerhohe met 2020 hoogte op 130 km. Het breekt en we moeten afscheid nemen van een grote groep. Ik heb’t daar wel moeilijk mee. Wil graag mee. Maar wetende dat er nog een 1000 m klimmen voor ons ligt kan je beter geen risico’s nemen. We willen geen ‘man met hamer’ riskeren en met z’n 2-en finishen. 

Bij de waterpost stoppen we. Ook ik vul de bidons bij. Het is erg warm. De echte klim begint op 115 km. Stukken van boven de 10%. In de klim groeit Jeroen en we kunnen toch nog meerdere duo’s inhalen. In het laatste stuk slaat bij hem de kramp toe. Gelukkig komen we hier met wat duwwerk over heen en bereiken de top. Daarna gaat het 20 km naar beneden naar de finish. Ik geef vol gas en we zijn niet onder de 60 km per uur geweest.

Aldaar wacht weer voldoende drank en eten. Een 11e plek is wel even schrikken als je verwend bent met een 4e plek. Het is niet anders, en toch nog steeds erg goed, en weer het beste Nederlandse team, al scheelt dat niet veel. We hebben een uur nodig om bij te komen en naar ons hotel te gaan, die toch weer verder ligt dan gedacht. Gauw al het zout eraf spoelen en proberen wat werkmails te beantwoorden. Dan een taxi om weer naar Ischgl te komen voor de pastaparty en de briefing.

Groet vanaf de briefing, waar we horen hoe ons parcours er morgen uitziet. Niet zo zwaar, maar toch weer 2500 hm.

Dinsdag 28 juni 2011:

Ischgl – Naturns, 157 km met 2300 hm.
Tijd; 4:48, 14e plaats.
Temperatuur in Naturns op 530 hm is 35 graden.

Dat het een beetje heet zou worden was voorspeld. En dat kwam uit. Vooral de laatste 2 uur was bakken en braden.

Het routeboek gaf een vrij gemakkelijke etappe, een soort overgangsetappe naar morgen, waarin naast de Stelvio (1850 m klimmen) ook de passo Foscagno (1000 m klimmen) bedwongen moet worden.
Waar komt dan toch die 2300 hm vandaan? Een paar klimmetjes waarbij op 115 km een lastige steile. Met 160 km zou het wel de langste etappe zijn.

Al met al niet een dag waar je je veel zorgen over moet maken. Er zou vast niet echt gekoerst gaan worden. De eerste 20 km ging weer geneutraliseerd in een aangename temperatuur. Toen kwam de 1e klim, die kort zou zijn, maar dat viel nog tegen. Alles brak uiteen. Ons voornemen was om’t rustig aan te doen. Consequentie daarvan was niet voorin boven komen en tot de klim op 115 km in een groep te zitten met de beste mix (man-vrouw) en vrouwen duo’s. Mooi gezicht hoe de mannen bij de mix-team hun vrouw omhoog helpen. Bij enkele duo’s zat de arm van de man vrijwel continu vastgeplakt op de rug van de vrouw.

Dat moet een stevige handicap zijn voor de man. Het landschap is mooi en we krijgen het besneeuwde Stelvio massief in het visier. De snelheid is niet zo hoog, en ik kan rustig een afgelopen ketting er weer opleggen en even later een los voorwiel vastzetten. Voor Jeroen is’t ook goed om even niet op max te zitten.

Op 115 km hebben we er wel genoeg van en laten in de klim de groep achter ons. 

De hartslag gaat naar boven het omslagpunt. We hebben natuurlijk toch het klassement in ons hoofd. Het zou toch wel fijn zijn om aan’t eind van de week bij de 1e 10 te staan. We halen ook nog diverse duo’s van een voorgaande groep. Na een aantal steile km’s met 10 tot 13% vlakte het wat af, maar ’t duurde nog best lang voor we weer naar beneden gingen. De afdaling was lastig, veel bochten, safety first. Hoewel we in het laatste stuk van de klim niemand meer zagen voelde ik’t aankomen dat er eea van achter kwam. Het bleef beperkt tot 4 man. Een laatste klimmetje van 200 hm en dan nog 10 km vlak naar de finish. Helaas verliest Jeroen de aansluiting en moet ik aan de bak tegen de wind. Balen; alles uit kast en met 39 km/hr kijken hoe ver we komen. Het is erg zuur als er op nog geen 100 m voor de finish een groep van 15 man en 1 vrouw over je heen komt. Ik slaak een vloek en accepteer het verlies.

Vermoeid zak ik in de schaduw neer, met veel drank en eten.
Jeroen zit een uur in de fontein om daarna een boom met schaduw te zoeken en niet meer overeind te komen. Ik kan goed tegen warmte, maar 35 graden in de schaduw moet niet te lang duren. Jeroen opporren en naar het hotel. Dat ligt zoals gebruikelijk met een prachtig uitzicht op de bergen en het zwembad. Na een douche zijn we hier echter niet toe in staat. Benen horizontaal op bed en hopen dat de boel weer herstelt. De uitslagen heb ik nog niet gefotografeerd. Dadelijk nog even met de fiets terug naar de start, om de verschillen met de concurrentie te analyseren. We staan nu 8e na 3 dagen. Morgen is een koninginnenrit. Het klassement zal dan nog wel eens behoorlijk kunnen wijzigen, ik hoop ten gunste van ons.

Woensdag 29 juni 2011:

4e etappe Transalp
Naturns-Livigno,  woensdag 29 juni 2011
3335 hm, 119.5 km,
Tijd: 5:01, klassering 9e Masters
Livigno ligt op 1925 hm.

Het duurde gisteravond lang voor de warmte in Naturns verdween.
Omdat we in ons hotel konden dineren (4 gangen) voor slechts 5 euro, lieten we de pastaparty en briefing aan ons voorbij gaan. Opvallend hoe weinig tijd je over hebt buiten fietsen, slapen en eten. 

Een dikke stapel (werk)literatuur blijft onaangeroerd. We hebben nauwelijks tijd om ons te verdiepen in het profiel en route van de volgende etappe.

De tassen moesten al om 6:30 klaarstaan bij de receptie, dus dat was vroeg op. Na een kort ontbijtje nog even op bed liggen voor de laatste geestelijke voorbereidingen. Wat zijn de ambities? Een 2-tal lange klimmen, om te beginnen met de Stelvio (1850 m omhoog). Jeroen wil rustig aan beginnen. Ik wil me wel even testen op het 1e stuk van de Stelvio. Daarna proberen samen voor het klassement te rijden. Doel is om zaterdag bij de 1e 10 te eindigen.

Lekker laat vertrekken we uit het hotel. 5 minuten voor de start vervoegen wij ons in vak A. De zon brand al flink op onze hoofden als om 9:00 het startschot klinkt en wij ‘geneutraliseerd’ beginnen aan de 1e 30 km.
Dat blijft een zenuwachtig en gevaarlijk gedoe, in zo’n groot peloton. Blij dat de klim begint en ik me vervoeg achterin de kopgroep. Oege en Geert fietsen daarin ook, schijnbaar met gemak. Ik moet aardig mijn best doen, en ondanks dat het hart weinig zin heeft na de afgelopen dagen, loopt ie op tot net onder het omslagpunt. De conclusie lijkt duidelijk; dit tempo is voor mij te hoog om de 2740 hm van de Stelvio te bereiken. Na 6 km klim vlakt het af en is’t mooi geweest. Ik draai om en ga op zoek naar Jeroen.

Dat levert vanuit groep 2, die niet zo ver achter groep 1 zit verontwaardigde reacties op. Duur verdiende tijd weggooien, is ook wel vreemd. Het gat naar Jeroen is enorm, even maak ik me zorgen dat er iets is misgegaan, maar dan gelukkig herken ik’m.

Er moet heel wat volk ingehaald worden, wanneer we tenminste onze ambities willen waarmaken. In het begin lukt dat nog aardig, maar naarmate we hoger komen worden we moe en is consolideren al een hele kunst. Onderweg proberen we te genieten van het uitzicht en neem ik serie foto’s. Het is mooi weer en door de hoogte niet heet. We komen boven en duiken de andere kant weer naar beneden. Een hele lange afdaling, een klein stukje vlak en dan begint de klim naar Passo Foscagno. Vooraf een eet- en drinkpost, waar Jeroen alle tijd neemt. Ik sta te springen om te vertrekken, maar Jeroen laat zich intimideren en eet nog wat. De klim is niet steil maar wel lang. En als de energie opraakt lijkt’t wel een eeuwigheid voor we de 900 hm hebben overbrugd. Gelukkig tempo kunnen vasthouden en nog enkele duo’s terug kunnen halen. Dan is’t afdalen met nog een kort tussenklimmetje (200 hm) en finishen in de wintersportplaats Livigno.

Een gezellige drukte, waar we op adem komen en het vochttekort kunnen aanvullen. De benen hebben stevig moeten werken vandaag. Ik voel dat goed.

Het hotel ligt niet zo ver weg. Dus dachten we op de fiets naar de pastaparty te gaan. We hadden evenwel geen rekening met een weersomslag gehouden. Na 4 dagen zon en warmte denk je niet aan regen. Met bakken komt het uit de lucht.  Dweilnat komen we op onze kamer, die nu vol hangt met drogende kleren.
Morgen zal’t droog zijn. Dat hopen we dan maar. Met de Mortirolo als 2e klim van de dag maak ik me zorgen of mijn verzet klein genoeg is. Jeroen heeft voor de zekerheid een nieuwe cassette 11-28 laten monteren, waardoor het kleinste verzet 34 voor met 28 achter wordt.
 


Donderdag 30 juni 2011:

2510 hm, 109 km,
Gereden tijd: 3:51, max snelheid; 92 km/hr
Ponto di Legno ligt op 1335 m.

Daguitslag Masters: 9e in 3:52.
Klassement: 7e.

De Passo Mortirolo !

Na een hoop regen in de nacht trok het open en konden we droog starten. Voor de zekerheid hadden Jeroen en ik een spatbordje gemonteerd. Een natte broek is niet bevorderlijk voor het zitvlak.
 

En voor het eerst een zweethemd onder het shirt en mouwstukken aan.
We gaan direct de Passo Focagno (2350 hm) op, niet steil en niet lang. De benen voelen goed. Ik probeer met de besten mee te gaan. Dat lukt nauwelijks zonder me te forceren. Ze gaan gewoon net te snel. Op het elastiek kom ik in een 2e groepje van 10 man terecht. De voorste groep van 25 man rijdt weg en komt bijna 2 min voor de rest boven. Ik ben dan al lang afgezwaaid en heb gezelschap van Jeroen gezocht. De afdaling is lang. Helaas hadden we de pech door velen ingehaald te worden. En zo ontstaat een grote groep die gezamenlijk na 70 km de voet van de Mortirolo bereikt. Spannend! Bij de GF Pantani vorig jaar fietste ik daar hard omhoog in 1 uur rond. Maar dat is volstrekt onhaalbaar onder deze omstandigheden. En ik was bang dat mijn 25 achter niet groot genoeg was. Jeroen had gisteren voor de zekerheid een 28 laten monteren, en daar heeft ie geen spijt van gehad. De Mortirolo is een prachtklim. Ja, soms 16 tot 18%, maar niet constant. Ja, je moet regelmatig uit het zadel, zeker met een 25, maar er zijn genoeg momenten om weer even op soeplesse te draaien. Het gaat goed, we halen samen ook mensen van de groep voor ons in. 

Bovenop klok ik 1:06:22. Zowaar niet slecht.
Geen tijd om te genieten. We duiken naar beneden. Een zeer lastige afdaling met veel moeilijke bochten. Verbazend hoe snel sommigen hier naar beneden durven. Wij doen’t ietsje rustiger aan. Eindelijk beneden aangekomen is het nog 20 km naar de finish. Niet de makkelijkste, want het gaat regelmatig omhoog. Een groepje van 6 komt achterop en wij haken aan. Poeh.. dat gaat rap. Blij dat we een wieltje voor ons hebben bereiken we Ponte di Legno. Met een aangename temperatuur en zonnetje liggen we weer op het gras met de verschillende andere nederlandse duo’s onze ervaringen te delen, terwijl de meloenen, broodjes, cola ea worden weggewerkt.

Ons hotel is prachtig gelegen aan een rivier tegen een massief waar de gletsjer bijna is aan te raken.

Vanaf mijn hotelbed, aardig gesloopt, zeker nadat bleek dat ons hotel Linserhof 350 m hoger dan de finishplaats Imst ligt.

Maar laat ik even bij het begin beginnen, de ochtend. De start in Sonthofen was om 10:00. Uitslapen zou je denken. Mooi niet.
Na een lange nacht was ik om 6 uur echt uitgedraaid in bed. En er moest nog eea gebeuren voor de start. Ontbijtje moesten we helaas bescheiden houden. Tassen waren al gepakt en werden nog iets opgevuld met reserve eten en onze gewone kleren. Uitchecken en met de auto naar de carpark, waar we over een week weer terugkomen. Een hele logistieke organisatie   om alle tassen te sorteren en na transport bij de diverse hotels af te zetten.

We hebben nog een dik uur over voor de start. Dat betekent startvakken verkennen en nog wat infietsen. De zon begint al aardig te branden en Jeroen en ik besluiten de zweetshirts uit te trekken. Met nog een half uur te gaan is het een drukte van belang en zijn de startvakken goed gevuld.

De spanning stijgt. We horen in de verte het startschot. Het gaat beginnen. Althans, het 1e startvak vertrekt. Wij staan voorin het 4e startvak, dat pas na 6 minuten op gang komt. Met motoren er voor konden we niet los (geneutraliseerde start). In de klim na 10 km gaven we gas en werd een hele meute ingehaald.Boven kwamen Jeroen en ik in een klein groepje dat aardig draaide. We zagen een grote groep voor ons die we niet te pakken kregen, omdat die een andere grote groep daarvoor op de korrel hadden en dus stevig doorreden. Het gaat op en neer. Op de stukken omhoog komen Jeroen en ik goed vooruit. En zo weten we naar voren door te schuiven. Na 2:30 fietsen zie ik bijna 90 km op de teller. Het gaat hard. Op 95 km start de slotklim naar de 1900 m hoge Hahntennjoch. Een stevige klim, waar de sterksten boven komen drijven. En ik voel me sterk. Jeroen is door zijn water heen, maar omdat ik over heb kunnen we door.

We halen nog wat duo’s in. Mooi gezicht hoe veel duo’s elkaar duwen. De tijd van de langzaamste telt, dus je moet bij elkaar blijven. Inhouden doen we niet. We gaan voluit op de slotklim. Jeroen en ik schelen ietsje in niveau en wat ik over heb geef ik door en zodoende weten we in redelijk tempo boven te komen. Dan rest een afdaling, lekker die wind in je gezicht.
De finish geeft een voldaan gevoel. We zitten echt niet ver achter de voorsten.

Oege Hiddema en Geert Plancke, die voor een podiumplek gaan, zijn net binnen. Maar eerst drinken en eten. Wat is’t warm hier. Dan de uitslag: 4e plek bij de Masters ?! Dat kan niet! Maar ’t is toch zo. De Masters beginnen bij 80 jaar, wij zitten 89. Overal zitten we op een 14e plek. Dat is bij de gehoopte eerste 50. Een zeer onverwacht resultaat gezien het hoge niveau van de Transalp, die gezien wordt als de Tour voor amateurs. Zouden we dat morgen kunnen consolideren?
Nu eerst naar de pastamaaltijd. Gelukkig rijdt er een bus naar beneden.

advertenties