Rabo beachchallenge als zwartrijder

Rabo beachchallenge als zwartrijder

Een week geleden had ik mijn eerste kennismaking met het strandracen met een goed gevoel doorstaan. Ik was een eindje opgereden met de cycloteamers in de Hoek van Holland – Den Helder tocht. De smaak naar meer maar meteen omgezet in deelname aan de Raborace van Scheveningen naar Noordwijk en terug. Mijn zelf opgebouwde Peugeot strandfiets zoals in het vorige verslag beschreven had aan alle verwachtingen voldaan. Alleen de remblokjes vervangen want de oude blokjes bleken zand en schelpjes vast te houden zodat ik remde met schuurpapier. Met in het geheugen een op een ongelegen moment afgescheurde velgrand moest hier nodig iets aan gebeuren.

De start was om 11.00 uur. Dat is luxe in vergelijking met de cyclo’s die meestal rond zeven uur al beginnen. Toch was ik om huishoudelijke redenen aan de late kant van huis vertrokken. Ik ken het strenge parkeerbeleid van Scheveningen en het leek me handiger om bij Wassenaar te parkeren en het laatste stuk naar de Pier te fietsen. Op het duinpad lag een duindoorntak speciaal op mij te wachten zodat ik na honderd meter al terug kon naar de auto om de band te verwisselen. Op pad gaan zonder reserveband geeft mij altijd gevoel alsof ik door een mijnenveld rij en panisch voor elk dingetje op mijn weg vertrek ik richting startpunt. Dat bleek verder weg te zijn dan ik had gedacht en ik zag dat ik de start net op tijd zou halen maar dat inschrijven geen optie was. Dan maar een keertje zwart. Mijn principe is dat je altijd meebetaald aan een tocht want de hele organisatie kost een hoop geld. Maar met het predicaat “Rabo” in de naam zal dat bij deze tocht wel goed zitten. Zo draag ik met deze illegale actie mijn steentje bij aan het occupy-verzet tegen het grootkapitaal.

Ik stel me een kilometer na de start op als argeloze toeschouwer en zie de kudde van een kleine duizend kakelbont gekleurde kemphanen op me af stormen. Een paar stappen naar achter en Ramses Bekkenk en consorten stuiven in een wolk van water en zand aan me voorbij. Ik focus op groen/geel en zie ergens bij de eerste honderd Wouter voorbij jagen. Verder geen teamkleuren en ik wacht nog even met invoegen tot de mannen met baarden en buiken voorbij komen zodat ik weet dat ik qua snelheid ongeveer goed zit. Het is maar 38 km. Vergeleken met een cyclo een stukje van niks dus ik durf met een hoge hartslag te vertrekken.

In deze beginfase wordt het kaf van het koren gescheiden en wordt je enerzijds voorbij geracet terwijl je anderzijds om de rustige rijders heen moet slalommen. Het strand is breed maar de strook waar stevig zand is, is maar een paar meter dus iedereen klit bij elkaar. Als je van je lijn af moet en in het zware zand terecht komt, sta je meteen bijna stil. Ik kies dan maar liever voor de waterlijn. Daar is het zand altijd hard maar je rijdt wel heel vaak door de golven en ik kan je verzekeren dat zeewater in november koud is! Ik ben daarbij samen met Frank Scheffer (zoals ik later op een foto zag) bijna de enige van het hele veld die met een korte broek rijdt. Maar zolang je lekker bezig bent, is die kou van geen betekenis. En ik had er echt plezier in. Goed vooruit kijken waar de sporen het minst diep zijn. Een goed wiel pakken om achter mee te liften. Het water en het zand dat om je heen vliegt en wat je in een mum verandert in een doorweekt zandmonster. Je proef letter lijk op je tong het zoute water en het zand verkleeft je bril zodat ik die nog een keer al rijdend heb afgespoeld in een golf. Je voelt je best wel stoer als bedwinger van deze omstandigheden. Ik moet zeggen dat het zand en zeewater veel minder smerig aanvoelen dan de modder of de klei waar je bij moutainbiketochten vaak mee te maken hebt. Een groot voordeel.

Vooral bij een snelle fietstocht merk je dat het strand geen zandvlakte is, maar een estuarium van meertjes, stroompjes en stukken drijfzand. Het is handig om hier zicht op te hebben want de keuze die je maakt om links of rechts om een meertje te rijden kan veel tijdwinst of vertraging opleveren. Door goed te kijken naar de diepte van sporen en op grotere afstand naar het tempo van rijders voor je kun je het beste zand herkennen. De keuze om links of rechts om een meertje is lastig. De meertjes liggen enkele tientallen meters van de vloedlijn. Je kunt kiezen voor de duinkant met risico op zwaar zand maar je blijft droog. Een keuze voor de vloedlijn garandeert beter zand maar met de wetenschap dat je verderop een “beekje” moet nemen. Deze beekjes verbinden op verschillende plaatsen de meertjes met de zee. Meestal zijn ze niet meer dan een meter breed. Even je stuur optillen is dan de beste techniek, anders valt je voorwiel dood in het soms best diepe water. Het kunnen ook beken zijn, wat zeg ik, ware snelstromende rivieren van twintig of meer meter breed. En soms ook wel bijna een meter diep. Op één plaats was zo’n kanjer van een stroom. De rijders die de vloedlijn kozen zag ik in de verte omslaan in de branding en als verzopen katten verder duwen door het water. Ik zat echter al op de landtong en besloot door het meer naar de duinkant te rijden. Dat betekent eerst een stuk drijfzand waar je maar net niet van je fiets af moet. Vervolgens duik je via een afgrond van meer dan een meter het meer in wat op die plaats een driekwart meter diep bleek te zijn. Dit is echt Bear Grills (van Discovery Channel) op zijn best. Je voelt je als een grizzly die achter zalmen aan jaagt terwijl het water meters hoog boven je uit spat.

Deze spectaculaire actie had tot gevolg dat de pepernoten die ik als mondvoorraad in mijn achterzak had gestopt, veranderden in een kliederig papje dat ik toch maar met zand en al in mijn mond stopte. Smaakte niet eens verkeerd. En je hoeft niet te kauwen. Gelukkig had ik mijn mobiel, geld en autosleutel in een waterdicht zakje gedaan. Verder maar weer langs Katwijk waar je even het strand af moet vanwege de Oude Rijn. Dat is ploeteren door het mulle zand. Hardlopen is vreselijk zwaar met een fiets aan de hand. Ik had al gauw door dat je de fiets het best met één hand aan het zadel kunt voortduwen. Het stuur slaat niet om en de lichte fiets heeft zo de minste weerstand. Als je het stuur vasthoudt, druk je het voorwiel in het zand zodat je harder moet duwen.

Een stukje nog naar Noordwijk waar we omkeren. Ook weer een heel stuk door het mulle zand en terug het strand op waar het een zootje is omdat twee stromen tegen elkaar in rijden terwijl er ook nog een viswedstrijd aan de gang is. Hier heeft de organisatie een steekje laten vallen. Frontale botsingen liggen op de loer en een gewelddadig treffen met het visvolk kan bijna niet uitblijven. Ik slalom zonder botsing of verward raken in vislijnen door de chaos heen. Vreemd genoeg moeten we aan het eind van het dorp weer van het strand af en via het fietspad naar Katwijk. Dit is mijn bekende training- en werkfietsroute waar ik flink gas kan geven want ik ken elke helling en samen met een jonge gast rij ik kop over kop veel mannen voorbij tot we weer via een gladde beschoeiing het strand op moeten. De flatgebouwen van Den Haag doemen al snel op uit de mist en ik jaag met de doelstelling om geheel gesloopt bij de Pier aan te komen naar het zuiden. Het omslagpunt doet er nu niet meer toe en ik rij hier best goed vergeleken met de jongens om me heen. Ik spring van groepje naar groepje. Achter elk groepje even de hartslag terug laten lopen tot ik me sterk genoeg voel voor een nieuwe demarrage. Dit is leuk spelen zo. Ik krijg een groepje van drie in mijn staart en stel voor kop over kop te rijden. Dit lukt aardig en met zijn vieren rollen we heel wat vermoeide deelnemers op. Het is nu nog een kleine kilometer naar de pier en ik zit er nog niet doorheen. Van achteraan ga ik aan en hoor wat protesterende geluiden als de anderen proberen aan te haken. Ja jongens, bekijk het maar. De samenwerking houdt hier op en ik glimp over mijn schouder. Ze zitten op tien meter en ik geef nog even alles tot ik me dood rij in het droge zand naar de boulevard. Leuk dat ze niet voorbij kwamen. Tweehonderd meter hardlopen lukt niet meer goed met deze zware benen en in een sukkeldrafje bereik ik na 1.45.45 uur de finishboog. Ja ook mijn tweede kennismaking met het strandracen bevalt prima. Het is echt een aanrader voor mensen die in de wintermaanden uitgekeken raken op de hometrainer. Bij de volgende tocht Noordwijk-IJmuiden-Noordwijk op 11 december verwacht ik dan ook een substantiële delegatie Cycloteamers! Tot dan!

 

advertenties