Hoek van Holland 2011 Den Helder als meerijdend toeschouwer

Door: Gerard Murre

Hoek van Holland 2011 – Den Helder als meerijdend toeschouwer

Bladeren vallen, de eerste nachtvorst komt er aan. De racefiets heeft een veilig heenkomen gezocht hangend aan de hanenbalken in de schuur. Maar wat moet je dan om fietsonthoudingsverschijnselen te voorkomen? Mountainbiken is een soort van methadon bij fietsverslaving maar het is niet the real thing. Ik ben niet zo van het explosieve dat je daar voor nodig hebt. En hoe droog het ook is, je komt altijd weer een modderplas tegen waardoor je na afloop weer een uur bezig bent om alles weer schoon en gangbaar te maken. Een strandrace leek me altijd al het proberen waard. Geen krachtsexplosies maar gewoon het verstand op nul en stug doorfietsen tegen een krachtige noordwester; echt iets voor mij. Ook geen gepeuter om gras en modder van tussen je tandwielen te halen, maar gewoon even de waterstraal er op en klaar is Kees.

Nu heb ik heel toevallig mijn jeugd merendeels op het strand doorgebracht, vaak in gezelschap van mijn fiets van het merk Magneet. En het is nog steeds een onverwerkt jeugdtrauma hoe ik deze goede vriend van een glanzend raspaardje in een roestig stuk schroot heb zien veranderen. Mijn high-tech mountainbike bloot stellen aan zand en zout kon ik daarom niet over mijn hart verkrijgen. Nee, ik had het helemaal voor ogen; een eenvoudig aluminium MTB-tje zonder voorvering, hooguit zeven speed met een goedkope groep moest het worden. Op Marktplaats is zoiets makkelijk te vinden maar het kwam er niet van om hier werk van te maken. Tot ik bij een vriend achterin het schuurtje een stoffig, maar onmiskenbaar aluminium Peugeot MTB-tje ontdekte. Mijn begerige blik ontging hem niet en hoewel de halve schuur ervoor leeg gehaald moest worden, stond de fiets spoedig met dichtgeknepen ogen voor het eerst sinds jaren in de volle zon te stralen. Daarvoor moest eerst wat stof en spinrag worden verwijderd maar hoewel het duidelijk een budgetfietsje betrof, ging ik de koning te rijk met het gekregen paard achterin huiswaarts.

De banden waren vergaan. Het zadel was gescheurd, het achterwiel krom en er zat een goedkoop Shimano Alivio groepje op. De aandrijving en derailleurs waren echter in uitstekende staat. De shifters uit het jaar nul konden me minder bekoren en ook voor de cantilever remmen kon ik mijn handen niet op elkaar krijgen. Het enige aan de fiets waar ik van meet af verliefd op was is het blinkende naturel aluminium frame. Met hier en daar een klein bloemkooltje maar van een afstand een oogverblindend stukje Frans vakmanschap. Vorige week zaterdag ging het fietsje tot het laatste boutje uit elkaar. Dat ging vlot. Alleen de linker cranck zat zo vast dat de ijzerzaag er aan te pas moest komen. Alles schoon gemaakt en nagekeken. Tectiel in het frame gespoten. De cranckunit goed in het vet gemonteerd. Ruim vet in de balhooflagers. Idem dito in de wiellagers Een setje V-brakes die ik nog had liggen gemonteerd, evenals betere shifters, ook al uit de rommelbak. Daarin vond ik ook een oud maar goedzittend Specialized zadel. Wat kabelwerk vernieuwd en een Schwalbe Big Apple achterop gemonteerd. Die band had ik eens gekregen van een vriend die wist dat ik, in mijn hoofd, met een strandfiets bezig was. De stalen voorvork aluminiumkleurig gespoten. Het enige wat ontbrak was een strandband voor het voorwiel. Meteen maar de band die de toprijders monteren; de Schwalbe Super Moto. Moest ik wel 50 euro voor neertellen, oeps. Maar de fiets had me verder niets gekost dus dat was te overzien.

De zaterdag vóór Hoek van Holland – Den Helder was ik als een bezetene in de weer om het fietsje klaar te krijgen. Meedoen was geen optie maar ik wilde als try-out graag een eindje oprijden met de strandgangers. Om vier uur zou zo ongeveer de hele familie op bezoek komen om van hieruit de intocht van Sinterklaas in onze wijk mee te maken. Om half vier stond ik mijn handen te wassen en keek vergenoegd over mijn schouder naar het prachtige resultaat. De fiets was klaar en het was een beauty. Simpel, stoer en stralend stond hij er bij. De volgende ochtend vroeg op. De hemel is onbewolkt dus het was een koude nacht geweest. Drie laagjes, een lange fietsbroek, handschoenen en een mutsje onder mijn helm zou de kou buiten moeten houden. Maar toen ik buiten kwam, smeet ik de muts en de handschoenen snel naar binnen want het was koud maar zacht weer. Geen wind en de eerste zonnestralen vallen al over de daken. Eenmaal op weg naar Zandvoort hoor ik een piepje. Jawel, toch nog iets vergeten; de ketting smeren. Als ik omkeer mis ik de doorkomst. Dus dan maar een piepende proefrit. Ik had geschat dat de eersten om negen uur bij Zandvoort zouden zijn. Maar dat viel tegen. Ik reed de groep naar het zuiden tegemoet en pas na tien kilometer kwam ik ze tegen. Dat gaf mooi tijd om de te experimenteren met de bandenspanning. Ik begon met 2 bar maar ik denk dat ik uiteindelijk met de helft hiervan reed.

De eerste strandrenners, een groepje van drie, hadden een flinke voorsprong op het tweede groepje van vijf man. In de derde groep zag ik de eerste Cycloteamrenner Bart, een jonge gozer die vorig jaar ook zo goed had gereden in deze tocht. Ik keerde om om even met hem op te rijden. Hij kende me niet maar misschien is een onverwachte aanmoediging toch wel leuk op deze eentonige tocht. Omdraaien maar weer want dit tempo hou ik niet lang vol. Er volgde een groepje van een man of acht zonder Cycloteamers maar in de groep daarachter, een man of acht sterk, ontdek ik Leon. Ik wissel wat woorden uit maar hij gaat mij te veel in gesprek, echt Leon en ik laat me afzakken. Hij kan zijn adem beter gebruiken nu. Ik rij weer terug naar het zuiden en kom na korte tijd een grote groep tegen met daarin de lange gestalte van Frank. Ik ken hem alleen van de site maar aangezien hij altijd dezelfde rode broek draagt, is hij goed te herkennen. Ik keer om maar val stil in het mulle zand en moet alles op alles zetten om aan te haken. Zoals gezegd, explosiviteit is niet mijn ding en ik probeer met een hartslag dik in het rood naar Frank te rijden die op dat moment de kop over neemt. Als ik al bij hem kan komen, kan ik aan het eind van mijn adem toch al geen woord uitbrengen dus ik laat me terugvallen. Tien jaar geleden had ik dit kunnen volgen, maar nu niet meer. De volgende groen/gele renner is Dirk. We kennen elkaar dus dat praat even makkelijker. Ik geef door wie er voor liggen en hoe ver en stoor dan niet langer want hij moet zijn adem sparen. Wel valt me op dat hij op een nog simpeler fietsje rijdt dan ik. Een ijzeren geval die je volgens mij alleen nog aantreft, achtergelaten in een rek bij het station. Maar het was maar een glimp en ik wil niet beledigend zijn. Misschien is het wel een hoog kwalitatieve Gios die Dirk hoogstpersoonlijk in Italië op maat heeft laten maken. Met deze groep kan ik al wat makkelijker meekomen en ik hang even in de staart om toch maar om te keren op zoek naar de volgende. Dat is Peter die in zijn eentje passeert net als ik sta te plassen. Ik jaag achter hem aan maar ik ben als snel zo buiten adem dat ik het maar opgeef. Sprinten is echt niets voor mij. Niet ver daar achter komt Martin aan in een kleine groep. Ik geef door dat Peter vlak voor hem zit en rij nog even mee. Dit is een tempo wat ik wel even zou kunnen vol houden. Maar niet de volle 130 km. Ik rij terug en herken wat volgens mij Wouter is. Heb hem nooit gesproken maar wel op de site gezien. Hij rijdt in een grote groep en ik ga door naar het zuiden. Ik kom tientallen mensen tegen maar geen bekenden meer en ik keer om en rij met de stroom mee.

Langzamerhand kom ik in mijn ritme en als ik dat te pakken heb, kan ik lang en constant doorgaan. Mijn tempo is wat hoger dan de groepjes die hier rijden en ik vind het leuk om wat rijders die alleen rijden te helpen om naar het volgende groepje te komen. Zo spring ik van groepje naar groepje en kom na 20 km in IJmuiden waar je van het strand af moet tenzij je met een fiets op je rug het Noordzeekanaal over wilt zwemmen. Naar de strandovergang door tientallen meters mul zand valt niet mee. Iedereen loopt, maar of het komt door mijn jeugd op het Zeeuwse strand of omdat mijn bandenspanning wat lager dan gemiddeld is; ik blijf op de been en peddel in de laagste versnelling tussen tientallen lopers door naar het plankier. Ik tuur nog even in de verte naar groen/gele pakjes maar krijg het koud en rij nog een stukje mee richting IJmuiden waar ik afsla en door de duinen naar Haarlem rij. Het was een mooie kennismaking met het verschijnsel strandrace. Prachtig weer, een eindeloos strand, een kalme zee en snel wisselde kontakten met renners uit de Cycloteam stal maakten het helemaal af. Een mooier debuut als strandrijder had ik me niet kunnen voorstellen. Nog even de spuit er op en genieten van deze blinkende beauty die dit allemaal heeft mogelijk gemaakt.

 

 

advertenties