Cycloteam op verkenning in de Otztaler Radmarathon

Door: Gerard Murre
Datum: 18-09-2011

 

Cycloteam op verkenning in de Ötztaler Radmarathon

 

Op 28 augustus 2011 ging in het Oostenrijkse Sölden de 30e editie van de Ötztaler Radmarathon van start. De tocht staat bekend als één van de zwaarste cyclo’s en Cycloteam was natuurlijk aan haar snel verworven reputatie verplicht om een eerste afgezant uit te sturen naar deze nog steeds door weinig landgenoten bezochte ronde. Als onopvallende grijze muis was Gerard uitermate geschikt om in het geheim achter de vijandelijke linies te opereren en zijn bevindingen aan het hoofdkwartier van de Cycloteam inlichtingendienst door te sturen.

 

Zo gebeurde het dat ik enkele dagen voor de tocht over de Duitse Autobahn zoef. Elf uur na vertrek arriveer ik in Sölden, een typisch Oostenrijks wintersportdorp tegen de Italiaanse grens. In het kleine hotel is sinds de opnamen van The Sound of Music niet veel veranderd. Ik kan meteen aanschuiven aan het diner waar dames in wulpse Dirndel-jurkjes met rijkelijk gevulde decolletés de clientèle bedienen. Ik beland aan tafel met voornamelijk Duitsers die al binnen vijf minuten de sfeer verpesten met grapjes over het Nederlandse leger dat binnen een paar uur door de Duitsers in de pan werd gehakt in 1940. Zo is het meteen duidelijk aan welke tafel ik de volgende dagen niet meer plaats hoef te nemen.

 

Ik heb de reis geboekt bij fietsreisbureau En Route. In voorgaande jaren had ik geprobeerd zelf in te schrijven maar omdat er veel meer aanmeldingen zijn dan de vierduizend startplaatsen viel ik steeds buiten de loting. En Route koopt elk jaar een aantal startbewijzen in zodat de kans groter is om via hun er één te bemachtigen. Maar ook dan moet je er vlug bij zijn! Er zijn dit jaar slechts 96 Nederlanders van de partij. Aanzienlijk minder dan het aantal landgenoten bij bijvoorbeeld de Marmotte of de Dolomieten Marathon. Worden Duitstaligen en Italianen bij de loting bevoordeeld? Of zijn wij laaglandbewoners te veel onder de indruk van het imposante aantal van 5.500 hoogtemeters dat op het 240 km lange parcours moet worden overwonnen? Het is daarmee naar mijn weten na het Zwitserse Alpenbrevet de zwaarste eendaagse Europese cyclo.

 

Sölden bestaant uit veertig sportwinkels en een tankstation aan de doorgaande weg en daar omheen wat verspreid staande hotels. Om ook in de zomer toeristen te lokken, wordt veel gedaan om het mountainbiken te promoten. Er is een uitgebreid netwerk van uitgezette routes en single tracks waarvan sommige pure downhill-paden zijn waar je je met de skilift heen laat brengen om je vervolgens met doods- dan wel ziekenhuisverachting naar beneden te storten. Trainen is niet meer nodig. Je neemt de lift of als laatste hype; je huurt een E-mountainbike. Ik spotte er verschillende. Er valt trouwens niet mee te spotten want een berijder waar ik een praatje mee maakte vertelde me dat op een klim afgetrainde atleten geen schijn van kans maken tegen een ongetrainde elektrisch ondersteunde mountainbiker. Maar het regende de godganse dag vóór de tocht pijpenstelen anders had ik graag zo’n luie mensen fiets eens uitgeprobeerd. In plaats daarvan slenterde ik in regenpak van sportwinkel naar sportwinkel tot ik zeker wist dat ze allemaal hetzelfde verkopen en nam ruim de tijd om mijn startnummer op te halen in het centraal gelegen sportcentrum. Er was een klein fietsmuseum ingericht in een hoek van de hal waar ik als fietsfetisjist ruimschoots aan mijn trekken kwam.

 

Om vijf uur gaat de wekker en ik haal benieuwd de thermometer naar binnen die ik in het raamkozijn had gelegd; nul graden. In het duister zie ik dat de bergen die gisteren grijs waren nu een witte jas hebben gekregen en ik besef dat ik alles wat los en vast zit aan moet trekken om het niet af te sterven. De eerst dertig kilometer gaat bergaf dus warmrijden zit er het eerste half uur niet in. Drie laagjes, arm- en beenstukken, schoenhoesjes, handschoenen, je kon ik het zo gek niet bedenken of ik had het aangetrokken. Dat zijn we als laaglandmensen niet gewend in augustus. Ik meng me in de stroom fietsers die op weg zijn naar de start en ga bijna onderuit op een beijzelde brug. Vierduizend man staan letterlijk te trappelen om te vertrekken maar vooral om warm te blijven, wachtend op het startsignaal dat om kwart voor zeven gegeven wordt. Als een enorme tube tandpasta die wordt uitgeknepen, komt de meute in beweging. Het is eerst nog wat ellebogenwerk maar als ik de startstreep passeer, komt er ruimte en kan er gefietst worden. Ik maak direct tempo want ik weet dat het vlakke stuk waar ik de bloedsomloop op gang kan krijgen, maar kort is. Het vals plat buigt af naar een echte helling en ik begin kleumend aan mijn kruip en sluiptocht door het woud van fietsers naar voren. Afdalen is een kolfje naar mijn hand en in het dorpje Ötz waar de weg gaat klimmen, heb ik al honderden fietsers ingehaald. De eerste klim is de Kuhtai, 18,5 km lang met een hoogteverschil van 1200 meter. Het gemiddelde stijgingspercentage is 7,5% maar er zijn grote verschillen. Vals plat wordt afgewisseld met steile passages tot zelfs 18%. Ik heb me voorgenomen om de berg nu eens niet aan te vallen maar gewoon rustig met een hartslag onder de 150 naar boven te sukkelen. Ik heb de neiging om in het begin te hard van stapel te lopen en daardoor in het laatste deel niet meer vooruit te branden te zijn. Ik heb geen zin om op de slotklim van 30 km net zo afzien als op de slotklim van de Trois Ballons in juni die gelukkig maar 5 km lang was. Met deze lage hartslag heb ik niet veel snelheid en ik wordt naar de rechter baan verbannen terwijl ik doorgaans aan het inhalen ben op de eerste klim. Het zij zo. Op de top van de pas is een ravitaillering ingericht. Goed verzorgd maar het is wel dringen om iets te bemachtigen.

 

De afdaling van de Kuhtai heeft lange rechte stukken waar de snelheid flink kan oplopen. Ik laat mijn remmen met rust en boven de 80 km/uur vlieg ik tientallen fietsers voorbij die verstandiger zijn en hun hand aan het hendel houden. Zo bereik ik in korte tijd Insbruck en begint het enige enigszins vlakke gedeelte van de tocht. Zo’n tien kilometer tot het begin van de Brennerpas zie je op de lange rechte weg voor je de groepjes samensmelten tot een groter peloton. Het is de enig weg waar autoverkeer is. De ander wegen zijn voor gemotoriseerd verkeer afgesloten. De oude weg over de Brenner stelt als klim niet veel voor maar in het begin laat hij toch even zijn tanden zien. Het middenstuk is meer vals plat dan een echte klim en tegen het eind loopt het percentage wat op. Het is een lange klim van 38 km maar het hoogteverschil is maar 780 m en de gemiddelde stijging 1,8%. Na de afdaling doe ik mijn laatste warme laagjes uit want het begint flink warm te worden. Het is een stralende dag en in de dalen stijgt de temperatuur richting 30 graden. De klim van de Jaufenpas begint. Een stevige, constante 15,5 km lange klim van gemiddeld 8% waarbij het hoogteverschil 1130 meter bedraagt. Gelukkig klimmen we grotendeels door een bos waar nog wat schaduw is. Ik hou me nog steeds aan mijn voornemen om de hartslag onder de 150 te houden en het valt me op dat ik hiermee op deze klim meer inhaal dan dat ik zelf wordt voorbijgereden. Halverwege wordt ik met een opvallend tempoverschil voorbij gereden door iemand uit hetzelfde hotel die bij de start een tijdlang naast me stond te wachten. Het viel me op dat hij op een Apex reed en nu zie ik hem op een Merida langskomen. Ik haal hem nog even in om te kijken of het echt zo is. En inderdaad het is zo, ik ben kennelijk seniel geworden. Gelukkig zie ik hem boven bij de ravitaillering en het blijkt dat zijn derailleur was afgebroken en dat hij de Merida ergens langs de weg kon lenen. Sterk verhaal om mee thuis te komen. De verzorging van de innerlijke mens is trouwens uitstekend geregeld. Een ruime keuze aan zoete en hartige hapje ligt uitgestald en ook voor de bidon zijn er meerdere smaken.

 

Het wegdek in de afdaling van de Jaufenpas is aan vernieuwing toe. We zijn inmiddels in Italië en de meeste fietsers zoeken al remmend hun weg tussen de vele scheuren en gaten. Om een of ander reden zie ik het probleem daar nooit zo van en als een olifant in de porseleinkast banjer ik door het veld naar voren.

 

Het schilderachtige dorpje Sankt Leonard is het dieptepunt van het Italiaanse deel van de tocht. Hier begint de klim naar het hoogtepunt van de tocht op 2500 m; het Timmelsjoch, tevens grens met Oostenrijk. Het is 29 km klimmen met een hoogteverschil van 1760 meter. Hoger dan de Mont Ventoux maar gemiddeld minder steil. Ook minder gelijkmatig. Stukken van ruim boven de 10% worden afgewisseld door vals plat. We klimmen hier langs bloemrijke weidevelden die overgaan in uitgestrekte naaldbossen gevolgd door schaars begroeide hellingen waar de Edelweiss haar stervormige schoonheid ten toon spreidt. Gletsjers tekenen zich scherp af tegen het grijze graniet van de omringende bergen. In één van deze gletsjers is Ötzi gevonden, de duizenden jaren oude ijsman waarbij nog niet zo lang geleden is vastgesteld dat hij overleden is door een pijlschot in het hoofd. Ik ga er maar vanuit dat de huidige bewoners van deze streken wel iets beters te doen hebben dan met pijl en boog op fietserjacht te gaan. Mijn voorzichtige, bijna laffe klimstrategie begint vruchten af te werpen. Ik rij hier meer mensen voorbij dan andersom. Moest ik in het begin opletten dat mijn hart niet op hol sloeg, nu is het andersom. De hartspier is moe en is met geen mogelijkheid nog boven de 150 en later zelfs 140 tellen per minuut te krijgen. Meestal heb ik het moeilijk op een slotklim maar nu gaat het allemaal vrij gemakkelijk. Ik voel me een beetje schuldig want ik vind dat je eigenlijk behoort af te zien op het eind van zo’n tocht. Maar met deze lage hartslag krijg ik mijn benen niet in de verzuring dus de gebruikelijke spierpijn blijft achterwege.

 

Ik kom boven de boomgrens en het wordt hier hoe hoger hoe mooier. Kort voor de top moeten we door een lange schaars verlichtte tunnel. Via haarspeldbochten slingeren we langs een steile helling naar boven. Als ik naar boven kijk meen ik gebedsvlaggetjes te zien hangen zoals ik ze in de Himalaya ben tegengekomen. Maar als ik dichterbij kom zie ik dat het fietsshirts zijn waarmee men de pas heeft opgefleurd. Na ruim twee uur klimmen kom ik boven op het hoogste punt van de tocht; het Timmelsjoch. Ik rits mijn shirt dicht en vouw me op achter het stuur om zoveel mogelijk snelheid te maken. Het begin van de afdaling is een recht stuk van zeker twee kilometer. De snelheid vliegt omhoog; zestig, zeventig, tachtig, vijf en tachtig. Zo hard heb nog nooit gereden op een fiets. Gelukkig is het hier niet druk maar de enkele fietsers die er zijn vlieg ik voorbij alsof ze stil staan. Ze zijn vast veel verstandiger dan ik maar ik kan het niet laten om het adrenaline-vuurtje flink op te stoken. De cijfers in het display gaan richting 90 en ik ga achter mijn zadel hangen om me nog kleiner te maken. Met razende snelheid rij ik op een bocht af. Ik stel het remmen zo lang mogelijk uit en slaag er op het laatst mogelijke moment in om de snelheid net boven de negentig te laten komen. Een nieuw persoonlijk snelheidsrecord op fietswielen.

 

Er volgt een bochtig parcours door een bos. Voor het eerst tijdens deze tocht wordt ik in een afdaling voorbij gereden. Ik schakel een tandje bij en ga in de achtervolging. Klere, wat rijd deze kerel snoeihard. Hij kent waarschijnlijk de weg want hij steekt de onoverzichtelijke bochten op volle snelheid in. Ik zet alles wat in aan zijlen heb bij en pak wat meters terug. In de verte zie ik de weg omhoog lopen. In de afdaling zit halverwege een klim van een kilometer. Ik pas de truc toe waarmee ik al heel veel fietsers heb ingehaald. Op de overgang van dalen naar klimmen op de pedalen gaan staan en in de hoogste versnelling zo lang mogelijk naar boven sleuren. Klimmen met een verzet van 50/11 hou je niet lang vol maar je houdt op die manier langer de daalsnelheid vast dan fietsers die zich laten uitbollen, terugschakelen en met 10 km/uur aan de klim beginnen. Ik vlieg mijn geachte opponent voorbij alsof hij achteruit fietst en weet zonder in mijn achteruitkijkspiegel te hoeven kijken dat ik een meter of vijftig voorsprong heb. Het is geen pretje om in het zicht van de finish nog een kilometer te moeten klimmen maar de de wens om deze brutale vlegel die de euvele moed had om me tijdens mijn specialisme; afdalen, te passeren, geeft me vleugels. Of misschien is het de Red Bull die ik bij de laatste verzorging heb gedronken. Aan het eind van de klim zie ik dat hij maar weinig dichterbij is gekomen. Het is nu nog een kleine tien kilometer afdalen terwijl de weg steeds vlakker loopt. Dat valt tegen. Het laatste stuk moet ik toch nog aan de bak om mijn achtervolgers af te schudden. Ik loer over mijn schouder en zie twee man op tien meter als hongerige wolven op me af komen. Mijn prooidierinstinct komt in actie en ik gooi alle kracht die nog in me is op de peperdure Speedplay pedalen. Dit is een sprint op hoog verzet en met grote halen schiet ik langs het vals plat op Sölden af. Het verbaast me dat ik hier nog boven de 60 kom maar de weg loopt af dus het is niet helemaal mijn eigen verdienste. Nog ben ik niet ingehaald. Ik kan niet meer omkijken want ik vlieg nu laag door de winkelstraat van het bergdorp en elk moment kan er een argeloze toerist voor mijn wiel oversteken. Ik herken in een groene waas het tankstation, schiet onder de opblaasboog door, langs mijn hotel en dan haaks rechtsaf honderd meter naar de finish. De menigte achter de dranghekken juicht een paar seconden speciaal voor mij en met een van Cavendish afgekeken overwinningsgebaar rol ik over de witte lijn. Op de finishfoto zag ik later mijn achtervolgers vlak achter me dus het gebaar was een heel klein beetje terecht. Je kunt je afvragen of het nut heeft om je tot de laatste meters uit de naad te fietsen om niet 2120ste maar 2118e te worden. Ik denk van niet maar het is wel een heel leuk spelletje voor jongetjes van 58.

 

Nog even nagenieten ergens in de menigte van de binnendruppelende fietsers. De een ingetogen alsof het dagelijkse kost is. Anderen komen euforisch binnen en storten zich met gevoel voor drama in de armen van geliefden. Jan Ulrich wordt geïnterviewd en ik hoor van de opgetogen speaker dat voor het eerst in de historie van de tocht een Tiroler heeft gewonen; Stefan Kirchmair. De eerste vrouw is onze zuiderbuurvrouw Edith van de Brande die maar liefst dertig minuten voor de volgende vrouw binnenkomt. Eerste Nederlander is Bert Dekker op de vierde plaats. Tien uur dertig heb ik er over gedaan. Een uur sneller dan verwacht. Mijn tellergemiddelde is 22,8 km/uur terwijl dit bij de Marmotte en de Dolomieten Marathon die beide minder zwaar zijn, zo rond de 20 km/uur lag. Ik kan dus met een tevreden gevoel het strijdtoneel verlaten. Na snel douchen en omkleden terug naar de sporthal bij de finish om mijn “Urkunde”en het best wel mooie wielershirt van de Ötztaler Radmarathon editie 30 op te halen. Die avond was het goed tafelen om de volgens mijn Polar verstookte 6832 calorieën bij te spijkeren. Het onderwerp van gesprek tijdens het diner is natuurlijk niet moeilijk te raden. Een topervaring is toch nog leuker als je hem met anderen kunt delen. Snel door naar de prijsuitreiking in een gigantische hal waar zo te zien alle vierduizend deelnemers met aanhang vertegenwoordigd zijn. Bomvol is het er. Ik zit achteraan met mijn fietsmaten voor één avond Danny en Roedi (die 26e was!) en zie dat op het podium fietsframes als prijs worden overhandigd aan de winnaars. Wat ze daar nou mee moeten?

 

Mijn fiets heeft al een frame dus ik hoef niet teleurgesteld te vertrekken richting warme dekens om morgen zo vroeg mogelijk richting laaglanden te vertrekken alwaar ik verslag zal uitbrengen aan het Cycloteam-hoofdkwartier. Verslag van een uitstekend georganiseerde tocht door een schitterend gebied. Goede verzorging onderweg. Veilige afgesloten wegen, een gezellig slotavond en, na een koud begin, de hele dag zon. Een aanrader dus. Een maatje groter dan de Marmotte en andere Europese cyclo’s. Niet geschikt voor beginnelingen maar goed te doen voor de doorgaans goed getrainde Cycloteamers. Ik verheug me al op 12 uur nagenieten van de tocht in de veilige afzondering van mijn automobiel morgen. Welterusten!

 

 

 

advertenties