ronde van Heeswijk Dinther

Na ruim een week in de lappenmand vertoeft te hebben waarin onder andere een “gewone” griep met 3 dagen koorts en een buikgriep de revue passeerden eindelijk weer het asfalt op. We waren zaterdagavond op visite geweest bij vrienden en hadden vooraf met elkaar afgesproken dat we het niet te laat zouden maken. De klok ging ook nog eens een uur vooruit en ik wilde niet weer hetzelfde droevige resultaat als in Oud Vossemeer waar ik na 16 ronden er de brui aan moest geven. Het zou dus niet laat worden en we zouden ook voorzichtig zijn met alcohol, dat was het voornemen.

Ik heb van mijn hele leven nog nooit een slechtere voorbereiding op een wedstrijd gehad als afgelopen zondag. Om half vijf stortte ik met minstens 15 flessen bier achter mijn kiezen als een dood vogeltje in mijn bed. Lekkere sportman zeg echt serieus met je sport bezig zijn was hier niet echt sprake van.

Gelukkig had ik in de dagen voor veel geslapen en was ik daardoor verder wel fit, ik had ook goed gegeten en zondagmorgen was ik tot het uiterste moment in mijn bed gebleven. Een goed ontbijt wat snelle suikers en 3 bidons met sportdrank zorgden voor de energie die de motor brandend moest houden. Ik was verbaasd dat ik me zo fit voelde en ook hoofdpijn of enig ander ongemak ontbrak. Slechts enorme spierpijn in armen en benen van het straten in de tuin kon nog een beetje roet in het eten gooien.

Bij aankomst in Heeswijk Dinther was het mooi droog en kon ik rustig mezelf soigneren en had ik zelfs nog tijd om uitgebreid te rekken zodat mijn benen een stuk beter voelden.

Altijd heb ik voldoende gereedschap bij me waaronder ook een tangetje, behalve deze keer natuurlijk. Laat nou uitgerekend deze keer mijn ventiel vast zitten en ik kreeg het met geen mogelijkheid los. Gelukkig was Ton Pulles ook net aan het omkleden en met enig gepriegel met een schroevendraaier kreeg hij mijn ventiel los.

Materiaal in orde en benen ook vertrok ik naar het parcours om warm te rijden. Ik zag dat Twan, de zoon van mijn neef Frans van Varik in de Nieuwelingen wedstrijd meereed en na de koers heb ik de beide mannen nog even gedag gezegd. Zij kwamen uit Dronten om helemaal in Heeswijk een koers te rijden en zullen op de terugweg ongetwijfeld nog even bij familie in Brakel aangestoken zijn. De wind viel me mee en het parcours was me al bekend van de voorgaande edities die ik gereden heb. De loting was zoals gebruikelijk ongunstig en ik stond weer ver naar achteren bij de start. De start was erg voortvarend en er werd meteen erg hard gereden. Ik kon me met gemak handhaven in de groep en ook naar voren rijden was geen enkel probleem. Bijna heel de verders uiterst saaie koers heb ik zo bij de eerste 20 vertoeft en bij het luiden van de laatste premie bel zat ik zelfs op kop van het peloton. Met nog 4 ronden op het bord besloot ik me vooral niet te ver naar achteren te laten dwingen door het steeds nerveuzer wordende pak renners. Iedere keer weer verbaas ik me er weer over. Hoewel ik donders goed weet hoe het hoort en het aan de bar helemaal haarfijn uit kan leggen hoe je een finale moet rijden toch laat ik me bijna elke week in de luren leggen door de wringers. Angst is het sleutelwoord, Angst om te vallen, Angst om je materiaal te beschadigen en Angst om jezelf pijn te doen. Als je in een finale niet je angst opzij kunt zetten heb je in een massasprint niets te zoeken en kun je beter in het pak blijven zitten.

Je bent dan een gevaar voor jezelf en voor de andere renners. Zo kwam het dat in de laatste ronde ik het besluit nam de mannen het lekker uit te laten vechten en me niet te mengen in het gedrang om de prijzen. In de aanloop naar de laatste ijselijk smalle haakse bocht de finishstraat in, zitten nog een aantal gevaarlijke obstakels die het risico op ongelukken in volle finale nog eens met een factor uch vergroten. Zo gebeurde het dan ook dat in het gedrang een renner van team HAKO weijers in aanraking kwam met de enorme Maarten Boonen die stoïcijns doorreed waar de HAKO renner met een rotklap kennis maakte met de Heeswijkse klinkers. De over het parcours zeilende fiets produceerde als ware het een doodskreet het typische geluid van krakend carbon. Een geluid wat op de meeste renners een hypnotiserende uitwerking heeft. Bijna iedere renner achter een dergelijke valpartij zal instinctief in de remmen knijpen en blij dat hij zelf gespaard is gebleven de koers op een sukkelgangetje volbrengen.

Zo ook hier, ik hoorde bij het groepje dat zich voor en naast de valpartij bevond en ik kwam als een van de laatste van die groep door de bocht de finishstraat in. Ik was blij dat ik overeind gebleven was en de uitslag vond ik dit keer minder belangrijk.

Uiteindelijk ben ik toch nog best tevreden naar huis gereden want ik had het fysiek prima gedaan al valt er tactisch nog wel het een en ander te leren.

 

 

 

 

advertenties