REIS NAAR HET EINDE VAN DE NACHT

Datum: 05-10-2010
Door: Gerard de Kam

 

Nachtelijk rondje IJsselmeer van 400 km vanuit Gouda

 

Op een tijd dat gewone mensen aanschuiven voor het avondmaal klikken we in voor een tocht die ons vierhonderd kilometer verder http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/a/a7/Amsterdam_Amstel_20041105.jpg/460px-Amsterdam_Amstel_20041105.jpgop hetzelfde punt brengt dan waar we nu staan. Samen met twee collega’s waar ik nog niet eerder mee gefietst heb, begin ik aan een tocht die mijn grootste dagafstand bijna verdubbelt. Hoewel ik vaker voor hete fietsvuren heb gestaan, ben ik nu niet geheel zeker van een fortuinlijke afloop. Op kantoor doen mythische verhalen de ronde over deze twee ‘Henken’ die mij op deze monstertocht vergezellen. Fietsveelvraten schijnen het te zijn, waarvoor Parijs-Brest-Parijs (1200 km) een rondje om de kerk is. Lichtelijk geïntimideerd pak ik dan ook het derde wiel achter deze kilometervreters.

 

We verlaten Gouda en rijden noordwaarts door het Groene Hart waar de uitbundige natuur in het begin van de zomer deze naam helemaal waar maakt. Het is prima fietsweer; een graad of twintig, bewolkt en een lichte wind tegen. De straten zijn nog nat van een donker dreigend regenfront dat voor ons uit naar het noorden trekt.

 

Bij Ouderkerk kom ik als ex-Amsterdammer op bekend terrein. We fietsen langs de slingerende Amstel; een geliefd parcours voor Amsterdamse racefietsers. Als we gepasseerd worden, kunnen we het niet nalaten om aan te klampen en met 36 per uur rijden we Amsterdam binnen. Daar gaat de snelheid weer naar de afgesproken 30 km/uur. Een jongen op een stadsfiets is waarschijnlijk erg trots dat hij ons een stukje bij kan houden. Hoe groot Amsterdam ook is, je bent er voor je het weet doorheen en we draaien de IJsselmeerdijk op richting Durgerdam. Mijn fietsmaten rijden al meer dan tien jaar samen en zijn volledig op elkaar ingespeeld. Ik probeer onwennig in deze geoliede machine mee te draaien. Ze wisselen snel van kop. Na veertig tellen geven ze al over. Dat ben ik niet gewend maar na een paar

http://www.waddenzee.nl/uploads/pics/webversie_luchtfoto_afsluitdijk_RWS_01.jpg

beginnersfouten krijg ik de smaak te pakken en soepel draaiend bereiken we Volendam. Een terrasje bij de haven is onze eerste ravitaillering en we drinken koffie en cola voor de nacht die komen gaat. De vrouw die ons bedient, verklaart ons voor gek als ze opvangt wat we van plan zijn. Ik kan haar geen ongelijk geven.

Verder gaat het langs de IJsselmeerdijk in de richting van de zon die in een rode gloed achter de horizon verdwijnt. In Medemblik benutten we de laatste mogelijkheid om koffie te scoren voordat we de nacht ingaan. De eigenaar van het restaurantje fronst de wenkbrauwen bij het zien van deze in strak fietspak gestoken clientèle die om elf uur ’s avonds zijn etablissement op klikschoenen binnen klotst maar bedient ons vlekkeloos. Spoedig zoeken we de eenzaamheid van de nacht weer op. Over een kaarsrechte weg fietsen we door de Wieringermeer richting Afsluitdijk. Zwijgend wisselen we van kop en concentreren ons op de kleine lichtvlek voor ons. Ik moet nog het meest opletten want de twee ledlampjes op mijn stuur stellen weinig voor in vergelijking met de krachtige bundels van mijn meer ervaren nachtfietsende collega’s.

Na een korte plaspauze bij Den Oever beginnen we aan de eindeloze oversteek naar Friesland.. Het is moeilijk oriënteren in het donker. De teller is onzichtbaar en de lichten van de sluizen in de verte naderen tergend langzaam. Één van mijn metgezellen krijgt moeite met ademhalen en zelf

kamp ik met regelmatig opkomend maagzuur. Vooral als ik wat eet of drink slaat het toe zodat ik bijna niets meer tot me durf te

http://siebeswart.nl/nieuws/img/7uitdammerdijk.jpg

nemen. Ik dwing mezelf en doorsta de pijn wetend dat ik het niet ga halen zonder regelmatig drinken. De benen blijven goed en we raken nog maar weinig achter op ons schema. In Workum willen we in het holst van de nacht bij een toiletgebouwtje voor watersporters water tappen maar de deur is op slot. Toevallig lopen er drie Duitse jongeren langs de kade die ons met hun magneetkaart toegang verschaffen zodat we deze keer niet wild hoeven te plassen.

We duiken nu de Friese binnenlanden in waar de oudste van de twee Henken een bewonderenswaardig staaltje oriëntatietalent laat zien. In dit straatlantarenloze land waarvan we niet meer dan een paar vierkante meter weg en wat grassprieten kunnen ontwaren,

leidt hij ons feilloos over bochtige landweggetjes waarbij hij ver van te voren waarschuwt voor paaltjes, scherpe bochten, grind en ander ongerief dat hij kennelijk allemaal op zijn harde schijf heeft staan. Zo zwerven we als fietsspoken door een pikdonkere nacht. Vrijwel geen levend wezen kruist ons pad. Uitgezonderd een kudde schapen die massaal op en langs de weg ligt te slapen. We laveren er met gepaste snelheid tussendoor.

 

In Oudemirdum (zie luchtfoto) stappen we af om de benen te strekken en pijnlijke achterwerken te ontlasten. Henk senior ontwaart http://www.aldemardum.nl/oudemirdumluchtfoto.jpglicht in een herberg op het plein. Het is half vier ’s nachts; is daar nog leven? Hij rammelt aan de deur. Een charmante verschijning doet open. “Zo, ben je er weer? Kom binnen.” Hij was hier een jaar geleden ook op deze ongebruikelijke tijd binnengevallen en dat was deze Oost-Europese schone niet vergeten. We worden ruimschoots voorzien van koffie en cola in het op één klant na lege café. Als echte mannen onder elkaar wordt onze fiets-Casanova natuurlijk onmiddellijk geplaagd met deze niet onknappe reden om regelmatig ’s nachts naar Friesland te fietsen. Een uitgebreide fotoshoot met de bardame heeft er voor gezorgd dat inmiddels ook zijn vrouw op de hoogte is van de reden van diens nachtelijke afwezigheid. Maar ze zijn naar verluid nog steeds samen.

 

Voort gaat het weer als donkere schimmen op reis naar het einde van de nacht. Ja “Reis naar het einde van de nacht”, ik heb dit meesterwerk van Céline nooit gelezen maar ik kan me voorstellen dat er parallellen bestaan tussen zijn tocht door het kapotgeschoten naoorlogse Europa en onze lijdensweg. Mijn zitvlak begint althans aardig genoeg te krijgen van deze kwelling. De hele tijd klinkt het “Reis naar het einde van de nacht” van Frank Boeijen door mijn hoofd. Op zich een lekker nummer maar het begint op een gegeven moment een vervelende mantram te worden. Nu we de eentonigheid van de Noordoostpolder moeten doorstaan raak ik mede door slaapgebrek in een soort half hypnotische toestand. Een staat van bewustzijnsvernauwing waarin het lichaam automatisch verder maalt en de geest wegzakt in een semislaap waarin de wereld als een droombeeld aan je voorbij trekt. De flarden mist die over de velden hangen in het opkomende licht dragen een mystiek steentje bij aan deze hallucinerende ervaring.

 

Emmeloord ontwaakt als we er op de trappen van een kerk een krentenbol oppeuzelen. Niet onder de indruk van het stedenschoon http://members.multimania.nl/plaatsnaambordjes/v2/borden/Gouda.jpgkiezen we snel de buitenweg die ons leidt naar de brug over het Zwarte Water. We dalen af naar Flevoland en als we langs de waterkant fietsen, komt de zon in een gouden gloed achter ons boven de horizon. De ochtendkilte trekt weg en het lijkt een mooie dag te worden. In Lelystad pauzeren we op een terras van een uitgestorven Batavia winkelcentrum. We eten en drinken wat maar op de dijk langs de Oostvaarderplassen begint mijn maag in ongekende hevigheid te protesteren en kokhalzend bungel ik achter mijn tochtgenoten. Gelukkig trekt het maagzuurprobleem langzaam weg en als we op het “vaste land” zijn, kan ik weer meedraaien met het kopwerk. In Nederhorst den Berg is onze laatste stop. Op de vroege morgen scoren we koffie bij een Albert Heijn. Kort nadat we zijn vertrokken hoor ik het gevreesde geluid van een leeglopende band. Het is ons enige mechanisch mankement en dank zij het onvolprezen luchtpatroon van Henk rijden we binnen een mum van tijd verder door de Vechtstreek en langs Vinkeveen richting Noorden waar we de schilderachtig kronkelende Meije volgen. Plotseling doemt het bord “Gouda” voor me op. Het duurt even voor het tot mijn slaperige hoofd doordringt; we zijn er! Na 16 uur en bijna 400 km komen we met een tellergemiddelde van 28 km/uur aan bij het punt van vertrek. Het is me meegevallen. De zadel- en maagpijn is snel vergeten. Ik ben blij dat de benen dit goed blijken aan te kunnen. We zijn wel aardig gaar dus een gezellig herstelbiertje samen zit er vandaag niet in. Snel stap ik in mijn auto en als ik de snelweg op draai, steekt er een wind op en valt de regen met bakken uit de hemel. “Eens ging de zee zo tekeer, maar die tijd komt niet weer. Zuiderzee is nu IJsselmeer” spookt het door mijn hoofd. Gelukkig maar, anders hadden we dit prachtige rondje nooit kunnen maken.

 

advertenties