Huisdichter Gerard op reis: Dwars door de Himalaya deel 2

Door: Gerard de Kam

 

Dwars door de Himalaya deel 2

(voor degenen die deel 1 gemist hebben klik hier om dit alsnog/wederom te lezen…)

Van Sissu naar Keylong met onderweg een verrassend lekker hapje

hymalaya.JPG

Sissu, een lintdorpje in het dal na de eerste Himalaya bergketen achter de Rothang pas. Het is al licht als ik wakker word. Vandaag kan ik het rustig aan doen. Een kleine vijftig kilometer door het dal naar Keylong is een eitje vergeleken met de monsterklim over de Rothang pas van gisteren. Ik schuif de groezelige gordijntjes opzij en trek mijn ogen tot speetjes in het felle licht. Het is hier ruim 3000 meter hoog en de zon komt hier veel krachtiger door dan op ons nieuw Amsterdams peil. Aan de andere kant van de rivier ligt een kaarsechte bergketen te schitteren in de opkomende zon. Steile rotswanden reiken vanuit het dal in rechte lijn tot boven de 6000 meter. Een ijle waterval valt in een sluier honderden meters naar beneden.

 

Kennelijk ben ik de enige gast in dit berghotelletje want het is overal doodstil. Een verlegen jongen brengt me een ontbijt http://littleindiachicago.com/catalog/images/chapati.jpgdat bestaat uit de bekende ingrediënten noedelsoep, linzenprutje en chapati (soort broodpannenkoek). Uit ervaring weet ik dat deze standaardmaaltijd het enige is wat een lange traditie van Himalayaanse gastronomie heeft voortgebracht en ik besef dat ik deze week in ieder geval geen menukaarten zal hoeven te bestuderen. De autistische jongen had zich goed verstopt voor dit enge bleekgezicht dus het duurde even voor ik kon betalen. Op naar de volgende pleisterplaats; Keylong. De weg langs de rivier van kolkend modderwater had er in mijn wensdromen heerlijk vlak uitgezien maar blijkt in de praktijk toch nog aardig op en neer te golven. Hallo, dit lijken de beurskoersen wel in financieel onzekere tijden! Geef mij dan maar een lekkere vlakke Lekdijk. Zo wordt de hersteltraining die ik mezelf beloofd had toch nog een serieuze dagetappe. Maar als ik om me heen kijk is de spierpijn snel vergeten. Wat een wereldwonder hier om je heen. Een kolkende rivier, granieten hellingen die doorstijgen tot sneeuw en ijs het van ze over neemt. Hier en daar een groen veldje waar een eenzame boer wat gerst of aardappelen teelt. Verder is er niet veel begroeiing. Alleen waar een beekje of waterval naar beneden komt, stort de vegetatie zich gretig op het schaarse water. Bomen zijn er nauwelijks. Je zou hier naaldbomen of berken verwachten zoals ik ze gisteren aan de natte kant van de berg in overvloed heb gezien. Maar die redden het niet en vreemd genoeg zijn het wilgen en populieren, ooit door de Engelsen geïntroduceerd, die hier de dienst uitmaken. Niet meer dan een paar meter hoog, maar belangrijk in een streek waar weinig brandstof te vinden is en waar het flink koud kan zijn. De belangrijkste brandstof is hier nog steeds gedroogde mest van alles wat hier op vier poten rondhuppelt. Ik ga er maar vanuit dat de mest van de tweebenigen buiten beschouwing wordt gelaten. Regelmatig zie je vrouwen met een grote mand op hun rug op zoektocht naar zongedroogde mestvlaaien. Het verschijnsel Gooise vrouw is hier nog onbekend.

 

Een andere typisch vrouwelijke bezigheid is het stukslaan van stenen tot het formaat kiezelsteen. Elke dag kom je groepen gehurkte vrouwen tegen die fanatiek met hun hamertje-tik bezig zijn om een ongetwijfeld karig gezinsinkomen te verwerven. Vreemd dat in een land dat louter bestaat uit rots en steen het juiste formaat kiezelsteentje niet van nature aanwezig is. De steentjes worden gebruikt in het asfalt dat nu ongeveer de helft van de 500 km lange route tussen Manali en Leh beslaat. Hoeveel vrouwuren zal dit gekost hebben? Omdat ik toch niets anders te doen heb probeer ik uit mijn hoofd een berekening te maken van het aantal steentjes per meter weg maal de weglengte maal de steentjesproductie per uur maar ik verdrink op een gegeven moment in de grote getallen en ik geef het maar op. Het zal wel het zuurstoftekort in mijn hersens zijn op deze hoogte.

 

Al mijmerend peddel ik voort tot plots een donkere schaduw over me glijdt. Een huivering trekt door me heen en ik krijg het gevoel dat ongure ogen me bespieden. Verschrikt kijk ik om me heen en zie nog net een donkere gedaante het ravijn in zweven. Een gier! En niet zo’n kleintje! Ik stop en meteen komen er nog twee soortgenoten formaat schuurdeur aan zeilen. Nieuws-gier-ig naar de reden van hun komst rij ik een stukje terug en zie tot mijn leedwezen het ontzielde karkas van een waterbuffel aan de oever van de rivier liggen met daar omheen wel twintig gierigaards. Ik ken dit gevogelte als stipjes hoog in de lucht maar nu zitten ze in groten getale twintig meter onder me! Regelmatig glijdt er eentje op majestueuze wijze onder me door. De kale kop diep tussen de reusachtige vleugels getrokken. Als het landingsgestel is uitgeklapt en ze via een paar huppelpasjes geland zijn, beginnen ze hun deel van het smerig stinkende feestmaal op te eisen. Hevig klapperend met hun vlerken voeren ze schijnaanvallen uit op andere feestgangers maar af en toe wordt er ook echt met gemene haaksnavels uitgehaald. De vijf sterkste en brutaalste exemplaren doen zich tegoed aan de onwelriekende lekkernij terwijl de anderen er ongeduldig omheen sluipen. Ik ben er getuige van hoe de kale koppen tussen de ribben verdwijnen en weer verschijnen met een stuk darm in de snavel. Als ik zie hoeveel moeite het kost om deze los te trekken denk ik dat je er uitstekende snelbinders van zou kunnen maken.

http://www.velocitasholten.nl/images/logo-gier-ani.gif

Hoewel ik niet uitgenodigd ben, meng ik me ongemerkt onder de gasten, de camera in de aanslag. Waarschijnlijk door mijn korte kapsel en mijn niet al te knappe gelaatstrekken zien ze me aanvankelijk voor een soortgenoot aan. Zo kan ik tot een meter of vijf naderen voordat ze zich terug trekken. De stank van het karkas is daar zo ondragelijk dat ik de frisse lucht maar weer eens ga opzoeken. Ik voel me inmiddels niet meer helemaal veilig met aan alle kanten gieren om me heen. Ze komen regelmatig laag over en hoewel ik nog nooit gehoord heb dat gieren mensen aanvallen, wil ik het liever niet uitproberen. Een krab van een ziektekiemrijke gierenklauw is wel het laatste wat je in deze ziekenhuisloze streek wilt oplopen. De gieren gedragen zich precies als de onbetrouwbare onderkruipsels in Lucky Luke tekenfilms. Ze sluipen op een achterbakse manier om me heen en hun gemene ogen lijken me aan te kijken als die van een tweedehandsautoverkoper die een oud dametje de showroom binnen ziet komen. Intussen krijg ik uitgebreid de gelegenheid om deze onvriendelijke vrienden in allerlei poses op de gevoelige geheugenkaart vast te leggen en met een karrenvracht beeldmateriaal verlaat ik de plaats van het misdrijf. Of is lijkenpikkerei hier toegestaan?

 

Wat ben ik op zo’n moment blij dat ik op een fiets rij. Met ieder ander vervoermiddel had ik deze ‘once in a lifetime’ ervaring zeker gemist. Terwijl ik tussen de aaseters hurkte, zag ik meerdere auto’s en bussen met toeristen nietsvermoedend boven me voorbij trekken. Het is nog slechts een hap-slik-weg afstandje naar Keylong en nog nagenietend van mijn onverwachte confrontatie met de rauwheid van de natuur, rij ik het dorpje binnen. Het is het enige dorpje van enige omvang op deze tocht en er is zelfs keuze uit een aantal hotels. Om één of andere reden kies ik het hotel met het steilste toegangspad. Het is maar tien meter maar ik sta na vijf meter al geparkeerd en moet het laatste stukje duwen. Na me geïnstalleerd te hebben, trek ik meteen het dorp in op zoek naar een fietsenmaker of alles wat daar maar op lijkt. Uiteindelijk kom ik uit bij een werkplaats waar mannen een hek in elkaar staan te lassen. De stroom valt uit; een normaal verschijnsel in India en de mannen gaan aan de thee. Ik krijg ook een kopje van het mierzoete goedje en probeer met handen en voeten uit te leggen wat ik nodig heb om mijn voordrager te repareren. Een geschikte stalen strip wordt uit een roesthoop getoverd en moet alleen op de juiste lengte worden gezaagd. Althans zo zouden we dat hier doen. Ik had het kunnen weten, in India gebeurt alles anders en de strip wordt afgekort door er met een koubeitel een gleuf in te hameren en de stip vervolgens af te breken. Zo leer je nog eens wat met je HTS-Werktuigbouw opleiding.

 

De reparatie heeft nog geen euro gekost en ik zoek een restaurantje op om wat koolhydraten te stapelen voor de zware fietsdag van morgen. De slemppartij van de gieren heeft me hongerig gemaakt. In het eettentje maakt ik een praatje met een Iers echtpaar. In een poging om er apart uit te zien hebben ze zich toegetakeld met de nodige tatoes en piercings. In hun Gothic-outfit rijden ze op Indiase Enfield motoren richting Leh. Zes jaar geleden was ik hier op een zelfde gehuurde motor met mijn dochter achterop. Dat geeft weer wat gespreksstof. Ik zou voor geen geld met hun willen ruilen. Al dat gedoe met een motor die kapot kan gaan (en dat ook doet), afhankelijkheid van benzine, het gevoel dat je de hele dag lui op je reet zit. Het kan me niet meer bekoren. Ik voel me vele malen vrijer en gelukkiger met mijn minimalistische fietsuitrusting en de motor in mijn benen die me nog nooit in de steek heeft gelaten. Met deze zelfvoldane gedachte is het goed in slaap vallen. Ver weg van mijn saaie Hollandse leventje…

Himalaya tankstation

Tandi tankstation – keylong – manali naar leh road (india)

advertenties