Gerard’s Gerrie Knetemanns Classic 2010

Gerard toch voorin bij de Gerrie Knetemann Classic na valpartij

 

Gerard de Kam, de vooruitgeschoven post van Cycloteam in het Noord-Hollandse, verdedigt daar in zijn dooie eentje de groen-gele Cyloteam kleuren. Zondag 12 september representeerde hij onze tweekleur met verve door een elfde plaats voor zich op te eisen in de Amsterdamse “Kneet” na een val in de eerste kilometer.

 

Daar lig ik dan. Hoog gebladerte buigt zich over me heen met daar achter de donkere dreiging van regenwolken. Hoe kan dat nou? Het ging toch zo lekker. Vlak achter de natuurlijke rondingen van een roodgelokte fietsdame stak ik op de gladde klinkers van het Amsterdamse Bos de bocht in. Wordt de metafoor van Eva met de verleidelijke appel hier werkelijkheid? Is dit mijn zondeval? “Stop met die onzin sukkel, en pak je fiets” bijt ik mezelf in gedachten toe.

Ik krabbel overeind en zie tot mijn ontzetting een fietser over mijn wiel heen rijden. Ik werp me met doodsverachting tussen de aanzwellende stroom fietsers om mijn grijze Cannondale voor verder onheil te behoeden. Geen tijd om me te bekommeren om de schrijnende pijn in heup en onderarm. Het zullen wel schaafwonden zijn. Ik spring op mijn fiets. Geen rem die aanloopt. Geen derailleur die weigert. Gaan met die banaan! Het gas erop, achter de kopgroep aan die zich kort na de start van de Gerrie Knetemann Classic al aan het formeren is.

 

Geluk bij ongeluk dat ik kort na de start ten val kom, als het dan toch per sé moet gebeuren. Later in de wedstrijd had ik de aansluiting waarschijnlijk niet meer gevonden maar nu kan ik van de een naar de ander springend redelijk vlot terug naar voren rijden. Een wedstrijd is het eigenlijk niet. De bedoeling is om er een tocht van te maken, maar er zijn natuurlijk altijd een aantal heethoofden die willen winnen. Leuk voor de mindere goden zoals ik om ook eens voorin te kunnen meerijden. Bij de Criqueilion drie weken geleden in La Roche was ik iets van 450ste maar hier kan ik voorin een deuntje meeblazen. Zo’n 650 deelnemers hebben zich vanmorgen gemeld aan de druilerige start van de 150 km door het grensgebied van Noord- en Zuid-Holland. Het gaat richting Vinkeveen en niet bepaald in het rijtuigje van Leen Jongewaard. Nee, je krijg hier niets cadeau. Gekoerst zal er worden en ruim boven de veertig stuiven we over de smalle landweggetjes van de Ronde Hoep. De twee spreekwoordelijke vingers in de neus kun je hier snel weer uit halen want het gaat als de brandweer. Voorin zie ik steeds een paar man demarreren en vervolgens teruggehaald worden. De groep telt een man of vijftig en ik nestel me in de middenmoot om mijn kruit droog te houden. Als je hier een gat van een paar meter laat vallen, krijg je het moeilijk dicht dus ik rij op centimeters van mijn voorganger. Volledige concentratie is vereist bij dit close racing en ik durf nauwelijks op mijn teller of hartslagmeter te kijken, laat staan dat ik van het fraaie Groene Hart kan genieten. Af en toe vang ik een glimp op van iets bekends; de Woerdense Verlaat, de Meije, de brug bij Leimuiden. Naarmate ik mijn woonplaats Haarlem dichter nader neemt het aantal Deja Vu’s toe en ik doe mijn voordeel door voor mij bekende kruisingen en rotondes net wat slimmer af te steken dan de rest van de tot een man of dertig uitgedunde meute.

 

We krijgen wind tegen en zoals bekend van de primitieve landbouw scheidt deze het kaf van het koren. Vier man gaan er vandoor kort daarna gevolgd door nog eens twee. Ik behoor helaas tot het kaf dat niet meer de benen heeft om te reageren en het tempo matigt enigszins na deze ontsnapping. Ik heb een paar keer een gaatje dicht gereden maar de hartslag die ik daarbij in het display zag verschijnen, begint zijn tol te eisen. Het dreigende Kopje van Bloemendaal kondigt zich aan. Op nog geen kilometer van mijn echtelijke sponde kan ik dit wel dromen maar ik presteer het desondanks om als laatste van de groep boven te komen. Ik zit er helemaal doorheen en in een dolle dronkemans achtervolging weet ik met de moed der wanhoop nog net aan te sluiten bij de sub-kopgroep als we de schilderachtige straatjes van het mij zo bekende Santpoort door kronkelen.

 

Via het zo nodig nog schilderwaardige Spaarndam komen we op miraculeuze wijze uit bij het Noordzeekanaal. Als ik hier op een rustige zondagmiddag met mijn vriendin fiets lijken dit respectabele afstanden maar nu vliegen ze als een schim voorbij. Naar mijn gevoel ben ik binnen een paar tellen plotseling op de ringdijk van de Haarlemmermeer. Vraag me niet hoe ik daar gekomen ben. Waarschijnlijk met een tijdmachine, maar ik ben er echt. En in een bocht bij Lijnden slaat mijn ketting vast, net op het moment dat er een viertal vandoor gaat. Als de pedalen weer rond willen, heb ik een achterstand van vijftig meter. De rest van de groep reageert niet en ik probeer er zelf maar heen te springen. Ik kom op een meter of twintig maar een onzichtbare hand vindt het genoeg en ik zwalk kilometers op enige afstand van het viertal richting Amsterdam. Inmiddels ben ik los van de hoofdgroep en in dit niemandsland zie ik in mijn fietsdelirium een pijl over het hoofd. Ik corrigeer maar een achtervolger komt me voorbij en ik stel voor om samen te werken. Daar komt niet veel van terecht want hij is zo nodig nog meer gesloopt dan ik en tot overmaat van ramp rijden we weer verkeerd zodat we met fiets en al over een vangrail moeten klauteren om op de goede weg terecht te komen. Als reddende engel doemt in de verte de massieve omtrek van het Olympisch Stadion op en met een stevige snok aan de wagen weet ik mijn metgezel af te schudden om vervolgens met gepaste bescheidenheid als een zegevierende gladiator de arena binnen te rijden. Die zege betreft dan 611 deelnemers. De andere tien eindigen voor me maar ik ben best tevreden met mijn elfde tijd van 4.04 uur over 153 km met een gemiddelde van 37,6 km/uur. Vijf minuten achter de winnaar. Dank je Kneet, rust zacht.

 

 

advertenties