Tussen de wielen in het NK amateurs A 2009

Ik maakte me enigszins zorgen over mijn vorm want mijn voorbereiding was verre van ideaal.Woensdag tijdens de ZAC reed ik nog goed, maar hoe dichter ik bij het weekend kwam hoe meer ik begon te twijfelen aan mijn eigen kunnen. Normaal moet je voor een dergelijke wedstrijd een dag of vier van tevoren beginnen met je voeding aan te passen, maar daar was in mijn geval niet echt sprake van. 4 keer van de BBQ gegeten in 1 week is niet echt ideaal als je een NK moet rijden. Maar who cares het zal allemaal wel goed komen. Iedere dag heb ik rustig mijn kilometertjes gemaakt volgens het opgegeven schema van mijn trainingsbegeleider en heb ik geprobeerd voldoende rust te nemen. Zowel Tijs als Julia mijn zoontje van 3 en dochtertje van 4 maanden zijn lekker verkouden en als ouder doe je dan uiteraard lekker mee. Kusjes met een snotneus en knuffels die gevolgd worden door een heerlijk hoestje midden in je snufferd. Als je lekker scherp staat in je voorbereiding naar het NK toe kun je er natuurlijk donder op zeggen dat je ook verkouden wordt, een klein offer dat je als ouder maar voor lief moet nemen, wat je dan ook met liefde doet al is het wel even lastig. Ik had dus een minimaal verkoudheidje opgelopen wat toch voor de nodige overtollige en vervelende lichaamsvloeistoffen zorgde en een uitermate irritant kuchje. Onze kinderen gingen lekker een dagje naar opa en oma en Gea ging gezellig weer een keer met me mee. Om 13.00 uur hadden we alles gepakt en vertrokken we richting Effen. In Effen aangekomen werden we via het parcours richting de start/finish gestuurd en zodoende hadden we de eerste verkenning van het parcours ook al achter de rug. Na het parkeren van de auto ben ik me op mijn gemakje gaan soigneren. Ik stoorde me mateloos aan mijn hamstring die in een bepaalde houding van mijn been overbelastingspijn bleef geven. De zenuwen speelde me aardig parten, want ik begon overal pijntjes en klachten te krijgen. Eenmaal op de fiets zal het wel over gaan hield ik mezelf voor. Daar reed ik dan zo bleu als het maar halen kan in dit circuit maar stiekem wel genietend van het feit dat ik erbij mocht zijn. Om me heen zag ik de (grote jongens) van de A amateurs rijden waar ik me vandaag mee moest gaan meten. Corné Verhoeks had me al gewaarschuwd voor de start, zorg dat je vooraan staat want het is smal en het gaat van Kiet af aan vol gas dus naar voren rijden valt tegen. We stonden dan ook alle vier in de eerste startrijen vlak voor het startschot viel. Andre was lekker relaxed en ook Corné zag er ontspannen uit, Gijsbert stond zijn benen nog even te rekken en ik stond te rillen van de zenuwen tussen al dat geweld. Eindelijk werden we weggeschoten en kwamen de 150 renners in beweging. Een paar honderd meter na de finish lag het eerste viaduct wat met een bloedgang beklommen werd, in het begin als de benen nog vers zijn is dit geen enkel probleem maar ik besloot toch maar me zoveel mogelijk weg te steken en ook in het begin zo zuinig mogelijk te rijden. Het was natuurlijk wel zaak om zo ver mogelijk voorin te blijven koersen, blijkbaar waren alle renners dat met me eens want het was een nerveus gedrang naar voren van jewelste. Op de smalle wegen werd door de berm en op de meest onmogelijke plaatsen gepoogd om in te halen. Ik beschouw mezelf als een sociale renner daarom houd ik me niet met dat soort kamikaze acties bezig en kies ik de plaatsen om in te halen zorgvuldig uit. Vaak zijn dit de plaatsen waar wegen breder worden of waar om een of andere reden de snelheid uit het peloton gaat door bijvoorbeeld een viaduct. Nadeel van dit fatsoen is dat je veelal door de wind moet om voorin te geraken waardoor je extra energie gebruikt die je aan het einde van de koers nog hard nodig hebt. Het tempo lag hoog en het peloton was langgerekt, al vroeg in de wedstrijd hoorde ik dat Gijsbert was ontsnapt en dat door de voorhoede de jacht was geopend. Ik heb het grootste deel van de wedstrijd bij de eerste 50 renners gereden, maar ook dat bleek nog te ver naar achteren te zijn want veelvuldig zat ik op het kantje te koersen terwijl tien renners voor me een heel pak breed over de weg reed. Omdat iedereen voorin wil koersen bleek het erg moeilijk om zonder met je krachten te smijten naar voren te komen.Het was dus zaak om zo ver mogelijk voorin te koersen en je vervolgens daar te handhaven.De twee viaducten in het parcours waren voor een heel aantal jongens te veel van het goede want het peloton dunde geleidelijk aan steeds verder uit. Ongeveer halverwege koers kwam toch nog de voorspelde regen die een fors aantal renners deed besluiten af te stappen. De regen zorgde aanvankelijk voor wat verkoeling en een iets hoger zuurstofgehalte de lucht, maar toen de zon weer doorbrak werd het broeierig en voelde het nog warmer aan dan voor de regen. Achterop het parcours verloor een van de renners een bidon die over de weg schoot en de oorzaak was van de valpartij van Andre die een lelijke smakker maakte en helaas zijn weg niet meer kon vervolgen. Ik zat zelf aan de andere kant van de weg twintig meter achter Andre en Gijsbert toen het gebeurde en zag dat Andre als ware het door een enorme hand opgepakt worden en tegen het wegdek gesmakt werd. Vrijwel onmiddellijk kneep Gijsbert in zijn remmen en keerde om zodat hij hulp kon verlenen. Corné die vlak achter me reed zei dat het meeviel en dat Andre alweer stond waardoor wij door konden rijden. Het vervolg van de koers werd steeds zwaarder en de kilometers begonnen zwaar te wegen. Mijn energieniveau begon gevaarlijk laag te worden waardoor mijn concentratie steeds minder werd. Ik was vastbesloten om de koers uit te rijden maar met nog twee ronden te gaan kwam ik door vermoeidheid en concentratiegebrek in de berm terecht waarbij ik me maar amper overeind kon houden en ternauwernood een lantaarnpaal kon ontwijken. Daarna zat ik op een gaatje dat ik onmogelijk dicht kon rijden en besloot ik de strijd te staken. Bijna kotsend kwam ik bij Gea aan die tweehonderd meter voor de finish stond en me natuurlijk al gemist had in de groep. Ik stopte en kon niet eens van mijn fiets afkomen, ik was nog te moe en mijn rug deed te veel pijn om af te stappen. Na een tijdje gerecupereerd te hebben en mijn beide bidons tot op de laatste druppel leeggedronken te hebben kon ik op mijn gemak de laatste doorkomsten kijken. Corné was de enige overgebleven Maas~Waaler in het gedecimeerde peloton, slechts 77 van de 150 renners wisten de wedstrijd reglementair te beëindigen. De snelheid werd in de laatste twee ronden nog eens verder opgevoerd en alle aanwezigen zagen hoe Flavio Pasquino en Robert Koppers in de sprint geklopt werden door Edwin Raats die Nederlands kampioen werd. Corne wist als enige Maas~Waaler de koers uit te rijden en een 42e plaats te halen.

Voorafgaand aan de wedstrijd hadden we er ons een andere voorstelling van gemaakt en zeker andere uitslagen verwacht. Helaas horen ook teleurstellingen en tegenvallers bij de sport.

We zorgen gewoon dat we er volgend jaar weer zijn, met meer ervaring en hopelijk een stuk sterker.

 

Tot tussen de wielen bij de volgende wedstrijd.

 

Martin van der Meijden

advertenties