tussen de wielen in de ronde van Maren Kessel

 

Het was de eerste keer dat ik in Maren Kessel ging koersen en mijn trainingsbegeleider had me al voorspeld dat dit een parcours was dat mij wel zou liggen.

De regen viel gestaag uit de lucht toen ik op het pontje van Alem stond, de pontbaas wenste me een goede wedstrijd en droog weer. Ik dankte hem en bad stilletjes dat zijn wens uit zou komen.

Eenmaal bij de permanence aangekomen ben ik mijn nummer gaan halen en kreeg ik nummer 32 uitgereikt. Er stonden aanvankelijk 62 renners op de startlijst, maar door de regen kwamen er natuurlijk een heel stel niet opdagen. Met de bijschrijvers er bij schat ik dat er 50 man aan de start stonden. Het is misschien vreemd maar als het regent rij ik altijd goed. De bochten durf ik met een hogere snelheid te nemen dan de meeste renners, die soms vierkant door de bochten gaan. De koelte van de regen en het hogere zuurstofgehalte in de lucht hebben een positieve invloed, waardoor mijn lichaam gewoon beter functioneert.

Eerst maar eens het parcours verkent en inderdaad de lange rechte stukken van de ronde nodigen uit tot lekker hard rammen op de grote plaat wat me wel ligt. Tijdens mijn tweede rondje kreeg ik al pech, mijn achterband was zo plat als een dubbeltje en is was genoodzaakt een ander wiel te gaan steken. Ik had gelukkig reserve wielen in de auto gegooid maar dat achterwiel was slechts uitgerust met een 13-25 cassette waardoor ik in de sprint behoorlijk beperkt zou worden.

Even zag het er naar uit dat het droog zou worden en begon er een flets zonnetje te schijnen. Eenmaal aan de start begon het echter weer te motregenen, maar gelukkig bestond bijna het hele parcours uit asfalt. In de bocht aan het einde van de finishstraat lag wel veel witte verf op het wegdek waardoor deze erg rustig genomen werd. De enige stukjes klinkers waren de twee stoepjes de dijk op en af. Vlak voor het oprijden kwam ik aan bij de start en sloot ik achteraan. Vrijwel direct begon het afroepen en ik mocht eindelijk eens een keer vooraan starten.

Of het de angst van het peloton voor het vallen door de regen was, of dat ik gewoon een supergoede dag had weet ik niet maar voor mijn gevoel ging het niet zo hard. Ik kon me vrij makkelijk handhaven bij de eerste 10 en ben dan ook heel de wedstrijd in de aanval geweest.

Het peloton reed eigenlijk alleen als er ontsnappingen waren, en iedere poging om weg te rijden werd teniet gedaan. Uitgerekend die ene ontsnapping die wel lukte zat ik niet bij. Ik heb vervolgens alles op alles gezet om te vluchters terug te halen, maar het mocht niet baten.

De wind op de dijk maakte elke ronde weer het verschil, de groep van vier kon hier elkaar aflossen terwijl ik het hele stuk alleen in de wind zat wat me na een paar ronden op begon te breken. Ik bevond me af en aan in de kop van het peloton, en iedere keer als ik een keer flink aanzette zat ik weer alleen. In de laatste twee ronden hebben we de gaskraan helemaal opengedraaid en trokken we het hele peloton op een lint. Juist toen ik van kop af kwam gebeurde het weer, weer twee renners die wegsprongen en toestemming kregen van het peloton. Ik heb het daarna maar over me heen laten komen en de sprint afgewacht. Ik wist dat ik in de sprint niet meer zou kunnen dan aanklampen, maar ik was toch zeker van plan mijn huid duur te verkopen.

Dit resulteerde voor mij in een 6e plaats bij de pelotonssprint en uiteindelijk overal een 12e plaats, waar ik niet ontevreden mee ben. Vlug naar de douche en lekker al de natte zooi van je bast en lekker wassen en vervolgens mijn envelopjes op gaan halen. Ik had toch nog mooi twee premies meegepikt en was zodoende ruimschoots uit de kosten.

 

Tot bij de volgende koers,

 

Martin van der Meijden

advertenties