Transardennaise MTB 2009

Het schuim op de kont

door Gerard de Kam

Het weekend van 28/29 maart 2009 bracht acht fietsers op een eenzame plek aan het rand van een woud in de Ardennen. Het was vroeg in de morgen en de vorst was nog maar pas geweken van de velden in dit glooiende land. Donkere wolken trokken zich samen boven het weerloze groepje, een goed moment afwachtend om hun prooi te bestoken met priemende regen een roffelende hagelkorrels. De fietsers troffen zwijgend de noodzakelijke voorbereidingen. Enkelen keken af en toe zorgelijk naar de hemel die grauw en dreigend donker kleurde. Twee vrouwen bleven eenzaam en vertwijfeld achter toen de groep het bospad insloeg. Bang dat ze hun geliefden nooit meer terug zouden zien.

De groep viel al snel uiteen in een snelle compagnie van vier verkenners; Christian, Dirk, Ramon en Gerard en een groep met een gematigder tempo bestaande uit Bert, Martijn, Gijp en Frank. De uitdaging was van mythische proporties; een tocht van 160 km mountainbiken van La Roche naar Bouillon. De route was van internet geplukt en geladen in twee GPS-en. De escorterende dames zouden met pasta en bemoedigende woorden op twee plaatsen langs de route op de vermetele fietsers wachten. Gerard; een halverwege vijftiger die de zinloze strijd tegen het ouder worden nog niet heeft opgegeven, voegde zich met naïef optimisme in de eerste groep waar hij nog een leeftijdgenoot in zag; Dirk. Gerard kende Dirk niet en keek vreemd op toen hij deze kaalgeschoren grijsaard als een jonge hond met de twee jonge groepsgenoten de hellingen op zag flitsen. “Dat houdt die gek nooit vol” dacht hij, maar helaas had hij geen kennis genomen van de staat van dienst van Dirk die ooit deelnam aan zware profkoersen in het buitenland, iedere dag traint en als vijftiger nog steeds vooraan eindigt in tochten als de Claudy Criquelion. De arme Gerard kende de snelheid van Christian en Ramon en had er door het leeftijdverschil geen moeite mee die twee niet bij te kunnen houden, maar door een leeftijdgenoot zo vernederd te worden, was geen pretje voor deze nog immer ambitieuze midlifecrisiser.

Maar dat was nog klein leed in vergelijking met wat de weergoden in petto hadden. Vanuit een hinderlaag kletterde de regen op onze weerloze fietsertjes die in een mum tot op het bot doorweekt waren. Voor de variatie werden regenbuien afgewisseld met hagelstormen die het onbeschermde gelaat geselden met duizend speldenprikken. Van boven bestookte hagel en ijs de dappere strijders. Van onderen spatte modder en bagger net zo lang tot elk plekje van de verkleumde lijven door een dikke grijze smurrie bedekt werd. Langzaam veranderden deze heren die er op kantoor zo keurig uit kunnen zien in smerige moddermonsters. Moerasgeesten die op hightech tweewielers achter elkaar aan joegen door dit naargeestige land. De technische hoogstandjes hadden duidelijk minder problemen met de belabberde omstandigheden dan hun berijders. Banden bleven heel, kabels braken niet. Alleen de banden vonden niet altijd grip in de stroperige massa zodat de steilste helling te voet genomen moesten worden. De paden liepen door bos en langs velden en werden alleen door trekkers en quads bezocht. De eersten lieten diepe sporen na en de tweeden woelden de bovenlaag los tot een aalgladde losse laag modder. Gecombineerd met diepe waterputten, boomwortels en glibberige keien was dit wel de hoge school van het mountainbiken. De eerste groep was desondanks zeer stuurvast. Er was geen valpartij van betekenis. In de tweede groep kwam Gijp ongelukkig ten val en moest met een snee in zijn knie naar de dokter.

Bij de eerste stop stonden Eveliene en Ria te wachten met goede zorgen en dank zij de op volle kracht blazende autoverwarming werden de koude botten weer tot leven gebracht. Na rijp beraad werd besloten om over de weg verder te gaan. Onder deze omstandigheden is 160 km op één dag vrijwel onmogelijk, althans zonder goede verlichting op de fiets. Na 30 km over de weg te hebben afgelegd, werd het weer wat beter wat de eerste groep deed besluiten om toch maar het bos in te duiken en al baggerend op het einddoel af te koersen. Na 110 km stonden we oog in oog met het bastion van Bouillon.
Christian was zo brutaal om bij het eerste het beste restaurantje te vragen of we de fietsen konden schoonmaken bij het watervalletje dat over het erf stroomde. De eigenaar had een beter idee en kwam met een hogedrukreiniger aangesleept en in no time kwam er weer kleur op de grijze gevaarten. Zo kwamen we met schone fietsen maar zelf nog steeds als modderfiguren aan bij de jeugdherberg. De vrouwen vielen hun vieze echtgenoten toch maar niet dolblij in de armen. Zo groot was de vreugde over een behouden thuiskomst nou ook weer niet. De slaapzaal was al snel een tafereel van hoopjes dampende modderkleren en naakte lijven die snel in uitgaanstenue werden gestoken om in één van de vele restaurantjes op krachten te komen. Het bier bleef niet onaangeroerd en om twaalf uur was de slaapzaal een kakofonie van houtzagers die boven elkaar uit probeerden te snurken.

De volgende dag was een eitje vergeleken bij de voorgaande. Over de weg werd in twee groepjes teruggereden naar La Roche; ca. 75 km. Hoewel regen en kou zich ook nu niet afzijdig hielden, was de rit een peulenschil vergeleken bij die van gisteren. Gerard had deze keer de verstandige keuze voor de langzame groep genomen. Samen met Bert en Frank reed hij over witte lijn van de vluchtstrookloze snelweg richting La Roche. Frank koos met zijn 100 kg meestal het derde wiel maar toen Gerard op het eind van de rit achter Frank verzeild raakte, was hij getuige van een merkwaardig schouwspel. Klaarblijkelijk uit de bilnaad van Frank borrelde schuim op dat over het zadel het zadeltasje bloemkoolde. Dat je het schuim op de bek kunt fietsen is bekend, maar dat het schuim ook op de bil kan staan is toch een vrij onbekend en zeldzaam verschijnsel. Bij de aankomst op het eindpunt trok dit fenomeen veel belangstelling en zo werd deze uitputtende tocht toch nog met een gulle lach beëindigd.

schuim op de kont
"Het schuim op de kont"

advertenties