Daan in Zuid-Amerika 2009 deel 4: Keizer Cusco

Door: Daan Holdrinet

Mijn laatste verslag sloot ik af in de Boliviaanse jungle. Om maar even eerlijk te zijn: fietsen daar was geen succes. De hitte, de vochtigheid, het continue stijgen en dalen en het erbarmelijk slechte wegdek maakten dat ik met de bus uit deze ´fietsershel´ ben gevlucht.
Op naar de grens met Peru. Al fietsend langs het Titicacameer, waarvan de onterechte claim wordt gemaakt dat het het hoogst bevaarbare meer ter wereld is, stak ik de grens met Peru over. Ondanks de hoogte, 3800m, was het heerlijk fietsen, eindelijk na een maand schoot het gladde asfalt weer onder mijn banden vandaan! Lang leve de civieltechnische vooruitgang!
Na een paar dagen bereikte ik Cusco, een grote stad met een prachtig koloniaal centrum, alwaar het stikte van de Amerikaanse groepsreis-toeristen, veelal leidend aan obesitas en een te dikke portemonnee. Cusco geldt als uitvalbasis voor een bezoek aan Machu Picchu, de verborgen stad, waarvan ik aanneem dat iedereen daar wel eens van gehoord heeft, of zelfs een foto van gezien heeft, zodat verdere uitweiding overbodig is. Het uitzicht in de vroege ochtendzon, na een klim van 1.5 uur, over de ruïnes was adembenemend, alleen jammer van de busladingen toeristen, die waarschijnlijk hetzelfde erover dachten.
Daarna heb ik twee dagen rondgefietst in de heuvels rond Cusco, langs prachtige archeologische sites en groene velden. Omdat er een landelijke staking was van het openbaar vervoer werden alle wegen geblokkeerd met omgezaagde bomen, rotsen en autobanden. Het resultaat: geen verkeer, dus geweldig fietsen! De demonstranten lieten fietsers door, alhoewel ik wel een paar keer een dreiging voelde. Zoals ik ook in mijn studie heb geleerd: groepsgedrag is erg onvoorspelbaar en een vreedzame situatie kan in een ogenblik omslaan. Een paar kinderen, waarvan ik merkte dat ze stenen opraapten toen ze mij zagen naderen, heb ik directief, doch discreet gemaand dit te laten.

Door het tijdgebrek dat ontstaan was wegens de immense grote van het land Peru en mijn voortplaatsing per fiets was ik genoodzaakt een andere vorm van transport te zoeken, die overigens snel gevonden was. Een bus zou mij in 40 uur van het zuiden naar het noorden van Peru brengen. De avond ervoor gebeurde het onvermijdelijke en onvoorkombare: een voedselvergiftiging. Dat mij dit altijd moet overkomen in vliegtuigen of bussen… (lees: Dirk en Daan in Uganda). WC-papier en kotszakjes waren niet aan te slepen, mijn lichaam maakte een grote schoonmaak van binnen. Na aankomst, twee dagen later, was ik bijna weer de oude. Het klimaat en de daaruit voortvloeiende vruchten zoals ananas, papaya, banaan en passievrucht deden wonderen en snel kon ik weer verder fietsen.

Tijdens het fietsen kwam ik twee lotgenoten tegen, Ieren, die ook lekker aan het fietsen waren. Een paar dagen samen gefietst, wat erg gezellig was. Voor het eerst weer iemand om tegen te praten tijdens het fietsen. Wanneer je aan het fietsen bent nemen je gedachten vaak een eigen loop, waardoor oplossingen van de halve wereldproblematiek ineens voor handen liggen. Al filosoferend hierover, pratend over Franse wijn (het bleken ook kenners te zijn) en recepten uitwisseld van onze favoriete gerechten vlogen we voorbij aan de eindeloze bananenplantages. Hierna heb ik mijn weg vervolgd naar de zee, waar ik een paar dagen gebleven ben. Puerto Lopez, waar ik verbleef, staat bekent om de walvissen, die hier voor de kust paren, van juni tot september. Ik besloot om op walvistoer te gaan, samen met een paar andere toeristen in een klein bootje. Aangezien het de 1ste juni was en zoals algemeen bekend is dat walvissen geen horloge dragen, laat staan een notie van kloklezen hebben, was het maar afwachten of we ze konden spotten. Maar het geluk was aan onze zijde, we waren zelfs de eerste toeristen die walvissen mochten bewonderen dit seizoen. Twee bultrugwalvissen doken steeds onder rond onze boot, om even later weer boven water te komen, een fontijn van water omhoog spugend. Een prachtig schouwspel. Aan de horizon zag ik eentje die in zijn geheel uit het water sprong om met een enorme plons weer neer te komen. “Ik zei nog zo: geen bommetje!” De dagen erna waren gevuld met fietsen en op het moment van schrijven ben ik aangekomen in Quito alwaar ik mijn fiets probeer te verkopen.

Hoe vond ik het eigenlijk, het afgelopen half jaar? Stel die vraag nog maar eens als ik thuis ben. Om retrospectief terug te kijken op de afgelopen tijd zou een paar pagina´s toevoegen aan dit verslag en daar heb ik nu even geen zin in 😉 Toch zal ik een beeld proberen te geven met wat typische voorbeelden en overbodige info.

-De weg vragen, hoe gaat dat hier in zijn werk?
“Goedendag, mag ik u wat vragen, hoever is het nog naar het volgende plaatsje”?
“Ah, ver, heel ver”
“Maar hoever dan”?
“Pfoe, zo´n 40 minuten”
“Aha, 40 minuten, maar hoeveel is dat in kilometers”?
“In kilometers? Dat zou ik niet weten”
“Aha, en die 40 minuten, is dat met de auto of met de fiets”? Ik zag de bui al hangen…
“Nee, dat is met de bus, met de auto is het iets sneller”
“Ok, daar kan ik inkomen, maar ik ben met de fiets…”
“Ja, dat zie ik, het is wel ver hoor, op de fiets! Waar kom je vandaan”?
“Oh, vandaag uit Monte Cristi, zo´n 80 km verderop”
“Wat? Helemaal op de fiets…”? Dat maakte blijkbaar veel indruk.
“Ja, het was lekker fietsen vandaag. Maar eigenlijk kom ik helemaal uit Argentinië gefietst”
“Oh…”
Dat maakte duidelijk minder indruk. Blijkbaar hield zijn parate topografische kennis op net buiten Monte Cristi.
“Nou, succes nog met fietsen”
“Ja, dank je, en ook bedankt voor de nuttige info….”
Waar ben ik zoal achtergekomen:
– 1 hele ananas, twee bananen, 1 rol koekjes, en een halve liter cola als lunch is net iets teveel, en veroorzaakt buikkrampen
-Een hond kan zo plat worden als een pannenkoek, wanneer er meer dan honderd keer een vrachtwagen overheen is gereden.
– In Ecuador betalen ze met US Dollars, wat resulteerde in een verwarrend gesprek bij de grenswissel. “Ik zou graag mijn Peruaanse Sol´s willen wisselen”
“Dat kan, hier heb je dollars”
“Nee, ik wil geen dollars, ik wil de Ecuadoriaanse munteenheid”
“Ja, dat zijn dollars”
“Nee, je begrijpt me niet. Waar betalen ze mee in Ecuador”?
“Met dollars”
“Met US Dollars”?
“Ja, inderdaad, zucht”
“Ah, ok, bedankt dan maar…”

Nog wat stastische gegevens:
-aantal afgelegde kilometers: geen idee
-aantal lekke banden: veel, héél veel
-aantal keren gebeten door een hond: 0x
-aantal keren aangevallen door een hond: heel vaak
-aantal keren gevallen: 0x

-aantal botsingen: 1x. Een achtelijke buschauffeur dacht dat hij de bocht wel zou halen… Hij raakte mijn achtertas, waardoor ik een meter vooruit schoot. Dit resulteerde erin dat hij een hele reeks scheldwoorden in het Nederlands, ongeschikt voor publicatie, naar zijn hoofd geslingerd kreeg, tezamen met een halve manderijn, waarvan ik de andere helft net had opgegeten.

Wat verorber ik zoal op een dag:
– 6 (zoete) broodjes als ontbijt
– 4 cake-jes als snack, en wat fruit
– een bord soep, een bord vol met rijst, gebakken banaan en een stuk kip als lunch, of nog eens 6 zoete broodjes
– 2 rollen koekjes, 1 reep chocolade als middag snack, en een waterijsje
– 1 hamburger in de vroege avond
– een bord met rijst, of frietjes, gebakken banaan en een stuk vlees met wat groente als avondeten
Drinken: 1 liter limonade, 1 liter cola, 5 liter water, 1 liter vruchtensap, 1 verse fruitshake en een biertje.
Mijn record: 6 liter water, 2.5 liter cola, 1.5 liter limonade en 3 fruitshakes op 1 dag 😉
Ik denk dat ik wel een goed beeld heb kunnen schetsen van hoe een dag fietsen hier eruit ziet. Wie nog meer erover wil weten, of mij gewoon weer eens wil zien: ben over een weekje thuis!

advertenties