La Marmotte 2007 door Wilgo

Het leed dat La Marmotte heet

Na een jaar lang trainen is het dan zo ver, we vertrekken naar Frankrijk. Samen met zeven andere sportievelingen willen we de koninginnenrit La Marmotte fietsen. Een zware tocht over 174 kilometer door de Franse Alpen. De afstand zal voor de meeste niet het probleem zijn, het venijn zit in de circa 5000 hoogtemeters die we moeten overbruggen. Gezamenlijk hebben we maandenlang het glazuur van onze tanden gereden in allerlei trainingssessies in de Ardennen. Maar de beklimmingen die ons in de Alpen te wachten staan zijn toch van een heel ander kaliber.

Een woest berglandschap tekent zich af aan de horizon naarmate we Bourg d’Oisans naderen. De heren van de organisatie hebben deze plaats aan de voet van de Alpe d’Huez uitgekozen om ons voor te bereiden op de Marmotte. We hebben een kleine week de tijd om te wennen aan de temperatuur, luchtvochtigheid en de stijgingspercentages. Gedurende de volgende trainingsritten beleef ik hoogte- en dieptepunten. Eén van de trainingssessie brengt ons naar Les Deux-Alpes, een zeer mooie doodlopende pas waar mijn benen boven zichzelf uitstijgen. Voor het eerst ervaar ik het genot van een serieuze afdaling, de adrenaline giert door mijn keel. Als toetje besluiten enkelen om de Alpe d’Huez er maar aan vast te plakken. Gezien mijn goede vorm ben ik zo om en sluit ik me aan bij het gezelschap. Ondanks mijn voornemen om slechts de eerste tien bochten te beklimmen heeft deze berg iets magisch waardoor ik maar blijf gaan. Op enkele bochten van de top besluit ik toch de magie te verbreken om zo iets bijzonders over te houden voor de dag zelf. ’s Avonds heb ik een voldaan gevoel en zie ik alles positief tegemoet. Enkele dagen later is er van dat gevoel weinig meer over. Onze verkenningstocht over de Galibier valt letterlijk in het water, de regen is op 2000 meter hoogte over gegaan in sneeuw. We besluiten door te rijden om de Glandon nog maar eens te fietsen maar dan van de noordkant. Tijdens de beklimming blijft het maar regenen speelt de blessure aan mijn knie weer op en kom ik half onderkoeld boven. Ik krijg spijt dat ik de Alpe d’Huez niet in zijn geheel heb beklommen en ben bang dat ik dit gedurende deze trip misschien niet meer kan herstellen.

Zaterdag 7 juli is het moment van de waarheid! ´s Ochtends om vijf uur gaat de wekker en nadat iedereen is aangekleed kunnen we aan tafel. Een heerlijke spaghettimaaltijd staat voor ons klaar. Normaal gesproken een ware delicatesse maar op dit tijdstip in combinatie met de enorme zenuwen een ware nachtmerrie. Snel nog even een groepsfoto en dan kunnen we op pad. In het centrum van Bourg d’Oisans aangekomen worden we naar onze plaats geleid. Nu wordt het me pas echt duidelijk hoe groots dit evenement is opgezet.

Eindelijk klinkt dan het beruchte startsignaal en kunnen we vertrekken. Ondanks mijn voornemen om rustig aan van start te gaan word ik meegesleurd in het geweld naar de eerste col, de Glandon. In een gestaag tempo begin ik aan de beklimming. Mijn benen voelen gelukkig beter dan de laatste keer dat ik de Glandon trotseerde en ik begin weer vertrouwen te krijgen in de goede afloop. Zeker als ik niet veel later eerst Jacco en niet veel daarna Stafan inhaal. Met het zicht op de top van de Glandon word ik dan toch nerveus. De verhalen over de vorige editie ben ik nog niet vergeten. Een dodelijk ongeluk met als gevolg een vertraging van anderhalf a twee uur. Als ik op de top aankom zie ik dat de meeste renners gewoon staan te rusten en van het moment gebruik maken om toch wat koolhydraten tot zich te nemen. Ik voel me nog optimaal en besluit in de afdaling tot rust te komen, snel even de windbreker aan en verder koersen. De afdaling gaat erg lekker, fijn dat ik ook de noordkant al verkend heb. Al moet eerlijk zeggen dat de kritieke cq scherpe bochten dit jaar goed aangegeven worden. Vlak voor het afgesproken bevoorradingspunt haalt Stefan me in, de zwaartekracht doet zijn werk. Halverwege de afdaling staat Leo op ons te wachten. Ik voel me te fit om te stoppen en wissel snel mijn lege bidon om en start aan het tweede gedeelte van de afdaling Stefan neemt meer tijd. Al snel kan ik me aansluiten bij een groepje dat de vaart er goed in heeft. Beneden berg ik mijn windbreker weer op en begin ik aan de oversteek richting de Télégraphe. Al snel heb ik weer de aansluiting gevonden bij een groepje. We rijden door het dorpje heen richting de doorgaande weg. Steeds meer renners sluiten zich aan en dan duikt ook Stefan weer. Hij sluit zich aan bij de groep en onder politie begeleiding worden we de doorgaande weg opgeleid. Al snel vormt zich een lang lint en begint het tempo te stijgen. Vandaag verspil ik geen energie aan kopbeurten. Het tempo ligt vrij hoog en over de weg kun je van alles zeggen maar in ieder geval niet dat hij vlak is. Op een gegeven moment splijt de groep twee wielen voor mij in tweeën. Mijn hartslag is de afgelopen kilometers steeds meer richting mijn verzuringpunt gestegen. Aangezien de zwaarste kilometers nog in het verschiet liggen besluit ik om mijn krachten te sparen. Ook de tweede groep die een verwoede poging doet om weer aan te sluiten laat ik gaan. Als ik achterom kijk zie ik dat Stefan ook al heeft gepast en samen rijden we naar de voet van de Télégraphe. Hier kiezen we ieder ons eigen tempo en verdwijnt Stefan jammer genoeg achter mij uit het zicht. Aan de voet van de beklimming staat een waterpomp. Gezien de uitstekende begeleiding door de motorrijders besluit ik om hieraan voorbij te rijden. Tot op heden heb ik nog geen problemen ervaren en al stiekem begin ik aan het uitrijden van de Marmotte te denken. Als ik het tempo vol kan houden ligt de zilveren plak ook nog binnen bereik. Halverwege de beklimming kom ik zeer verrassend onze motorbegeleider Dirk tegen die de derde en laatste groep ondersteunt. Hij geeft mij aan dat Leo eerste hulp verleent aan een renner die een ongeluk heeft gehad. Wederom realiseer ik me hoe kwetsbaar ik ben in al dat natuurgeweld. Ik geef hem aan dat ik graag mijn bidons wil verwisselen waarna Dirk doorrijdt. Niet veel verder staat hij op een parkeerveld en roept hij dat ik mijn lege bidons weg moet gooien zodat we de wissel al fietsend kunnen uitvoeren, fantastisch hoe de motorrijders meeleven! Aangezien ik hoge nood heb besluit ik toch even af te stappen waarna Dirk me het hele verhaal doet. In een paar tellen ben ik tevens op de hoogte van de posities van de renners. Niet veel later word ik aangeduwd door Dirk en kan ik verder met de beklimming. Net als de Glandon kan ik ook hier goed één constant tempo aanhouden en fiets ik zonder al te veel in het rode te fietsen naar de top. Eenmaal boven aangekomen besluit ik een moment van bezinning in te lassen, de weg naar de top van de Alpe d’Huez is immers nog lang. Tot mijn grote verbazing zie ik niet lang na mij Jacco boven op de top arriveren. Samen beginnen we aan de korte afdaling van de Télégraphe. Het eerste gedeelte van de beklimming van de Galibier over het Plan Lachat lijken de minst steile kilometers. Het is een vreemde gewaarwording als je mentaal en fysiek op de proef wordt gesteld op de ‘lange rechte stukken’. Achteraf bekeken vind ik dit persoonlijk misschien het zwaarste onderdeel van de Marmotte. Tijdens een korte break, waarin ik probeer mentaal weer met mezelf in reine te komen, word ik ingehaald door Jacco. Niet veel later begin ook ik aan het laatste gedeelte van de beklimming van de Galibier. In tegenstelling tot Plan Lachet is het overduidelijk waarneembaar dat je bezig bent met een beklimming en in een gestaag tempo nader ik de top van de Galibier waar ik Jacco wederom inhaal. Eenmaal aangekomen op de top van de Galibier op 2.646 meter ontdoet zich een fantastisch uitzicht. Veel tijd om hiervan te genieten gun ik mezelf niet en nadat ik mijn windbreker heb aangeschoten begin ik aan de 38 kilometer lange afdaling. Steeds meer fietsers sluiten zich aan en in moordend tempo naderen we Bourg d’Oisans waar de laatste beproeving op ons wacht, de Alpe d’Huez.

Aan de voet van de Alpe d’Huez ligt de laatste verzorgingspost. In de wetenschap dat mijn vriendin en aanhang een aantal haarspeldbochten verder op mij en de renners wachten fiets ik door. Onze begeleider Leo heeft de aanhang al op de hoogte gebracht van mijn komst. Uitgeput leg ik onder luide support de laatste meters naar de groep af. Van Vivian verneem ik dat Bert inmiddels al een half uur eerder is vertrokken, hem zal ik niet meer zien vandaag. Na een korte maar zeer intense pauze vervolg ik mijn tocht naar de top. De beklimming gaat me redelijk af, zeker als je je realiseert dat ik inmiddels al circa 4.000 hoogtemeters heb beklommen. Gestaag beklim ik bocht voor bocht de Alpe d’Huez. Inmiddels duurt de tocht al ettelijke uren en steeds meer renners om mij heen staan op instorten. Aan de hand van de berichten van Leo krijg ik steeds meer het idee dat ook Bert behoorlijk stuk zit aangezien ik alsmaar op hem inloop. Dit geeft mijn moraal een behoorlijke boost waardoor ik nog eens kan versnellen. Na een urenlange inspanning waarin ik heel diep heb moeten gaan bereik ik dan eindelijk het dorp. Wetende dat het leed bijna geleden is kan ik nog een laatste keer versnellen en nader ik de finish. Na een klein jaar trainen heb ik het dan toch geflikt en zet ik de tijd van 9 uur 56 minuten en 8 seconden op de klok, goed voor een zilveren plak.

 

advertenties