Fietsen in de staart van de groep

Fietsen in de staart van de groep.

Toen ik vorig jaar mijn bovenarm brak en ik al surfend op het net tot de ontdekking kwam dat een dergelijk geintje ruwweg drie kwart tot een heel jaar kon duren kwam ik tot de slotsom dat de Criquielion in 2010 wel mogelijk zou moeten kunnen zijn. Als jullie de verhalen, met betrekking tot het herstel van de breuk, hebben gelezen dan weten jullie ook dat ik in mei van dit jaar niet meer bij de specialist terug hoefde te komen. Ik was dus volledig genezen verklaard. Het herstel was volgens de specialist snel gegaan en ik zou geen noemenswaardige gevolgen van de breuk overhouden.

De trainingen konden dus wat worden opgevoerd. De door de specialist beloofde bodscan, waarbij gekeken wordt of er bodontkalking plaats vindt, is eind mei uitgevoerd. De scan was goed maar ik kreeg toch de nadrukkelijke waarschuwing mee om vooral rustig aan te doen. De breuk was wel geheeld maar was nog wel week. Ik zou de eerste niet zijn die terug kwam met een tweede breuk op dezelfde plaats. Nu ging dat rustig aan doen wel vanzelf want als ik langer op de fiets zat dan sloeg de stijfheid in mijn schoudergewricht en de pijn in mijn arm flink toe. Alles in aanmerking genomen was ik best tevreden en ik had het vertouwen dat ik de Criquielion wel zou halen.

Maar in de loop van de zomer werden Connie en ik onaangenaam verast door twee minder prettige berichten. Deze berichten waren nu niet bepaald bevorderlijk voor de fietsmotivatie.

Beginnend met het minst slechte bericht. In juni kregen wij een briefje van de gemeente dat in onze wijk de grondwaterstand zo laag is dat de houten palen onder onze fundering droog staan. Hierdoor kan er paalrot ontstaan met gevolgen voor de stabiliteit van de fundering. Het kapitaal dat bestemd is voor leuke dingen nu ik niet meer werk zit om zo maar te zeggen in de bakstenen van ons huis. Nu blijken deze bakstenen ineens een halve ton minder waard te zijn. Ons huisje zal niet direct in storten maar je moet wel rekening houden dat je op enig moment voor herstelkosten van de fundering, die minimaal een halve ton kost, komt te staan. Dus iets minder leuke dingen in de toekomst. Wat niemand echter van ons afneemt is het plezier waarmee we bijna 40 jaar gewoond hebben in ons huis.

Over het tweede bericht maak ik mij meer zorgen. Er is iets in mijn oor geconstateerd wat er niet thuis hoort. Dit heeft nu al een minder goed gehoor tot gevolg maar het kan op termijn ook lijden tot evenwichtstoornis, doofheid en aandoening van de aangezichtzenuw. Dit bericht kost even tijd om het in je hoofd weer enigszins op een rijtje te krijgen.

Hoewel alles nog niet duidelijk was en nog steeds niet is kwam ik tot het besluit: Ik ga voor de Criquielion dan maar fietsend in de staart van de groep omdat ik nog maar weinig kilometers had gemaakt.

Hoe heb ik het Criquielion weekend ervaren? Als eerste verbaasde ik mij dat je met zo weinig (2503) trainingskilometers wel de hele 170 km kan fietsen. Verder heb ik alles langs zien komen: twijfel, wilskracht, voldoening, emotie, blijdschap maar ook veel plezier en gezelligheid.

Voor het gemak reken ik donderdag ook maar even mee tot het weekend omdat dit wel invloed had op de rest van het weekend. Donderdag 26 augustus kreeg ik de uitslag hoe de behandeling van mijn oor verder gaat verlopen. Voorlopig wachten, dus de spanning blijft. Donderdag was het ook onze jaarlijkse uitgaansdag met broer en zwagers. Nu hoef ik jullie niet te vertellen dat als 9 mannen uitgaan dat het niet alleen bij koffie en thee blijft. Stiekem een training voor de avondetappe?

Vrijdag 27 augustus vroeg op want ik wilde niet net als vorig jaar te laat in Rossum aankomen. Ik was niet de eerste die op de Weteringshoek arriveerde. Dat was Ramon, hij was mij voor. Hij dacht er precies hetzelfde over als ik. Wij waren immers de mensen die vorig jaar te laat waren.

In de bus naar Durbuy nog even de ogen dicht kunnen doen was toch wel lekker. Ondanks mijn voornemen rustig aan te doen volgde er op de koffie op een terrasje in Durbuy al gauw een biertje en omdat het regende werd deze gevolgd door ….

Na het eten bij Pol weer het voornemen: Ik doe rustig aan. Maar ook dan blijft het niet alleen bij koffie. Toch lag ik rond kwart voor elf in mijn hangmatje.

Een rustige nacht is het niet geworden. Wat had ik een last van mijn maag. Woelen, draaien en weinig slapen was mijn lot. Om half 4 ben ik op een zeker hokje gaan zitten en heb daar een half uur verbleven. Dit gaf wel verbetering maar dan is het al zo laat dat er van slapen weinig meer terecht is gekomen.

Zaterdag, komt het goed denk je dan of gaat het niet lukken. Zo zit je dan, vol twijfel, in de bus naar La Roche.

De start en meteen een hoge hartslag. Rustig aan doen Jos, was mijn devies maar ze vlogen mij voorbij of ik stil stond. Dan ga je toch stiekem harder dan je wilt. Het was nu niet meteen harken maar soepel ging het ook niet. Bij een kilometer of 20 kan ik altijd nog beslissen: Doe ik de hele 170 km of ga ik de 100 km fietsen. Man wat is dan 20 km lang. Het vreemde is: Als je dan bij de splitsing bent dan denk je niet meer na maar en pakt gewoon de 170 km route. Als je eenmaal zover bent dat terugkeren naar de 100 km route geen optie meer is dan ga je denken aan die eerste vreselijke pukkel de Mur de la Vélomédiane.

Deze lukte niet meteen in een keer want de ketting ging lekker naast het binnenblad liggen in plaats van erop. Even terug laten zakken, ketting erop leggen en opnieuw proberen. Nu wel fietsend de muur opgekomen. Zo dat die klus heb ik geklaard dacht ik. Op naar de verzorgingspost.

Hier trof ik Sabine en Gijp aan die ook weer net voor mij vertrokken voor hun vervolg. Na deze verzorgingspost voelde de benen toch wel wat beter aan dus ik begon geloof te krijgen in het feit dat ik de eindstreep wel zou halen. Het ging zo goed dat ik Sabine en Gijp inhaalde en met ons drieën aan de beklimming van de Col de Haussire begonnen. Volgorde van bovenkomst Sabine, mijn persoon gevolgd door Gijp. Na deze beklimming reden Sabine en Gijp op zijn Joop Zoetemelks bij mij vandaan. Echt ver zijn ze niet gekomen want bij de tweede verzorgingspost trof ik ze weer aan.

Zo tweederde van de tocht zit erop alleen de Beffe nog. Maar wat viel dat tegen. Na de verzorgingspost was het harken met hoofdletters. In deze fase heb ik wel gedacht waar ben ik aan begonnen. Als je zo in de staart van de groep rond fietst kom je alleen maar gelijk gestemde tegen.

Ze zitten allemaal net zou kapot als jij. Dit gaf mij de moed om door te gaan met de gedachten: Mij krijgen ze niet kapot en ik ga fietsend de Beffe op. Dit is ook gelukt. Ik haalde hier zelfs mensen in die mij later, en daar was ik minder blij mee, op het vlakke weer inhaalde. Eenmaal boven op de Beffe nog wat kleine bultje harkend op de dan nog een km of 7 afdalen. En dat allemaal in een tijd die nog niet eens zoveel slechter is dan het jaar ervoor. Daar had ik best voldoening van. Maar dat het echt harken was blijkt wel uit het feit dat ik geen 9 km per uur haalde in die laatste paar bultjes. Man wat was ik blij dat ik aan het laatste stuk afdaling kom beginnen en de hark kon opbergen.

 

Aangekomen in La Roche en al rijdend over de finish kwamen toch de emoties boven bij mij. Hoe gaat het in de toekomst met mijn oor? Is dit misschien mijn laatste Criquielion ? Onbewust dacht ik hieraan. Als het aan mij ligt was dit niet mijn laatste Criquielion en ook bij de avond etappe heb ik gezegd: Ik zou best de Dolomieten nog een keer willen rijden want volgend jaar is mijn laatste kans om de hele afstand van 138 km te rijden. Ouwe lullen van 65 jaar en ouder mogen dit niet meer. Als je geen plezier meer in het fietsen heb dan heb je niet zulke ambities dacht ik.

Nu blijft er nog een woord over nl. Gezelligheid. Dat was het zeker het hele weekend maar vooral de avond etappe. Iedereen bedankt hiervoor.Ik vond het geweldig.

Jos de Boss

advertenties